Home

Laat rationaliteit de leidraad zijn, óók bij de prijs van treinkaartjes

De val van het kabinet leidt bij elk van de vier gewezen coalitiepartijen tot een leiderswisseling, bleek deze week, en dit schept kansen voor een ander politiek gesprek na de verkiezingen. Ook links zoekt een nieuw voormens, dat smoel kan geven aan het samengaan van de PvdA en GroenLinks. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Dat rationaliteit hierbij de leidraad mag zijn, en welvaart het hoogste doel. Dat is mijn wens.

Zo’n frisse wind, in én buiten Den Haag, zou bijvoorbeeld zeer behulpzaam zijn in de discussie over de prijs van treinkaartjes in de spits. NS-topman Wouter Koolmees gaf in een interview in deze krant begin deze maand te kennen dat hij het verstandig vond spitskaartjes stevig duurder te maken. Dit voorstel is hem niet bepaald in dank afgenomen, óók en vooral niet in de columns en kolommen in deze krant. Deze week nog deed statisticus Casper Albers zijn duit in het zakje, onder meer met het kinderachtige argument dat Koolmees zelf niet wakker ligt van dure treinkaartjes omdat hij een goed salaris verdient.

Over de auteur
Frank Kalshoven is oprichter van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.

Die treinkaartjes zijn intussen een mooi voorbeeld van hoe beleid dat de welvaart verhoogt soms contra-intuïtief kan zijn. Laten we kijken.

Stel dat u groots en meeslepend wilt trouwen, met alle vrienden en familie van beide kanten op volle oorlogssterkte aanwezig. Zeg: driehonderd gasten. Viert u dat dan thuis? Waarom niet? Omdat dat niet past natuurlijk. Maar u kunt toch ook in een huis gaan wonen waarin je wél driehonderd gasten kunt ontvangen? Dat zou inderdaad duur en onpraktisch zijn, daar heeft u gelijk in. En om precies dezelfde reden is het een prima plan om de spitskaarten duurder te maken.

Kern van de zaak is: piekcapaciteit. Het is een vraagstuk dat overal in de economie opduikt. In de logistiek bijvoorbeeld: de hele dag door vijf vrachtwagens per uur laden is veel goedkoper dan dagelijks 120 vrachtwagens gedurende één uur (en verder niet). Maar denk ook aan de piekcapaciteit van het stroomnetwerk, of de piekcapaciteit van de snelwegen.

Er zijn twee manieren om met het vraagstuk van de piekcapaciteit om te gaan: via ‘wachtlijsten’ en via prijzen. Spitsreizigers in de trein staan in de wachtrij (voor een zitplaats). Filerijdende automobilisten staan in de wachtrij (voor vrije ruimte op het asfalt). De capaciteit van etherfrequenties, echter, is zojuist herverdeeld via een veiling, en dus op prijs. Schaarste aan ruimte in een vliegtuig wordt opgelost via prijs, net als de beschikbaarheid van zeecontainers, om maar wat te noemen.

Maar piekcapaciteit kan toch ook worden uitgebreid? Zeker: meer zeecontainers, meer vliegtuigen, meer treinen, et cetera, en desgewenst een groter huis waar driehonderd bruiloftsgasten in passen.

Menig NS-criticus, ook Casper Albers, mompelt dezer dagen in dit verband vervolgens ‘nutsvoorziening’ of ‘basisvoorziening’. En hiermee wordt dan (denkelijk) bedoeld dat de capaciteit zover moet worden uitgebreid dat de prijs in de spits relatief laag blijft én dat iedereen een zitplaats heeft. Dat klinkt hartstikke sympathiek natuurlijk.

Maar dat is het niet. De cruciale vraag is: wie betaalt de rekening? Gegeven het normale financiële resultaat van de NS in een jaar, betekent het maken van hogere kosten vanwege capaciteitsuitbreiding, bij gelijke prijzen in de spits, dat de prijzen gedurende de rest van de dag moeten stijgen. De dalreiziger betaalt het gelag van de spitsreiziger. Dit is zowel inefficiënt als onrechtvaardig en dus welvaartsverlagend.

Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Laten we die grijpen.

Source: Volkskrant

Previous

Next