Natuurlijk, zegt Van Dongen tegen NU.nl nadat ze heeft gesproken over haar rol in de 'hakarel', zijn er momenten waarop ze op haar hotelkamer in Sydney baalt van haar reserverol. "Maar wat heeft het team nodig? Wij willen het WK winnen. Wat kan ik daarvoor doen?"
"In elk geval niet de hele dag met een slecht humeur rondlopen omdat ik geen minuten heb gemaakt. Of op trainingen er met de pet naar gooien. Of ruzie maken met mijn concurrenten. Of zelfs op hun enkels inglijden. Als speelsters de hele dag boos aan de trainer vragen waarom ze niet spelen, heb je een rottoernooi."
De dertigjarige Van Dongen hoor je daarom niet mekkeren over haar verwachte reserverol op haar derde WK en haar zesde eindtoernooi. De verdediger van Atlético Madrid, een van de sfeermakers binnen Oranje, is nog altijd zo vrolijk en amicaal als altijd. Bij haar staat het teambelang op één. "En dan kom ik pas."
Daarom heeft Van Dongen haar reserverol geaccepteerd. "Als iedereen dat ook doet, brengt dat heel veel rust in het team. Ik zit heel rustig op de bank. Tegelijkertijd doe ik mijn stinkende best om aan de trainer te laten zien dat ik hoor te spelen. Ik zit hier niet om op de bank te zitten, absoluut niet zelfs. Ik ben hier om te spelen." Die kans is niet groot: bij de de laatste zes interlands zat ze de hele wedstrijd op de bank.
Van Dongen sprak bij het aantreden van Andries Jonker in augustus vorig jaar met de bondscoach over haar toekomstige rol in de ploeg waarmee ze in 2017 Europees kampioene werd. Onder Mark Parsons, de voorganger van Jonker, werd ze vooral als linksback gebruikt.
Daar kwam gelijk verandering in. "In mijn eerste gesprek met hem zei Andries dat ik een goede voetballer ben, maar ook dat ik de pure snelheid van een linksback niet heb. Hij is heel duidelijk geweest. Confronterend was het niet, ik ben oud en wijs genoeg om dat zelf ook te weten en te zien."
In het beoogde 3-5-2-systeem van Nederland gaat linksbuiten Esmee Brugts als linkervleugelverdedediger spelen, zo bleek ook de afgelopen dagen op trainingen in Sydney. Van Dongen richt zich op de plek van een van de drie centrumverdedigers.
Naar eigen zeggen komt Van Dongen daar beter in haar kracht en voelt ze zich er "als een vis in het water". Bij haar club Atlético Madrid speelt ze ook al jaren als centrale verdediger. Maar bij Oranje houden Stefanie van der Gragt, Dominique Janssen en aanvoerder Sherida Spitse haar op de bank.
Van Dongen zit er niet heel erg mee. Maar om nou te zeggen dat ze zich wegcijfert voor Oranje, vindt ze te ver gaan. "Dan lijkt het te veel alsof ik er oké mee ben. Ik doe wat het team nodig heeft en mijn sores houd ik voor mezelf en de trainer. Wie weet zit er nog wat moois in? Op een WK gebeurt altijd van alles."
Dat heeft Van Dongen zelf ondervonden: vier jaar geleden werd ze gepasseerd voor de WK-finale tegen de Verenigde Staten, terwijl ze de meeste wedstrijden in Frankrijk als bassispeelster had gespeeld. Toenmalig bondscoach Sarina Wiegman gaf voor de eindstrijd de voorkeur aan Dominique Janssen.
Van Dongen zegt met alle scenario's rekening te houden op het WK in Australië en Nieuw-Zeeland, dat voor Nederland op 23 juli begint met een wedstrijd tegen Portugal. "Ik heb alles al meegemaakt: ik ben ooit geselecteerd, ben bankzitter geweest en heb in de basis gestaan. Daardoor heb ik het gevoel dat ik overal klaar voor ben."
Of de houding van Van Dongen genoeg gaat zijn voor de wereldtitel, is de grote vraag. De ploeg van Jonker blaakt inmiddels wel weer van het zelfvertrouwen, een jaar na een zwak EK. "Ik denk dat er weer wat mogelijk is. We kunnen van iedereen winnen."
Source: Nu.nl sport