Home

Neemt polarisatie in Nederland toe door de komst van sociale media? ‘Misschien is de echte filterbubbel wel in real life’

In een ontluisterend artikel over polarisatie en sociale media met de prima titel ‘Why the Past Ten Years of American Life Have Been Uniquely Stupid’ schreef de sociaal psycholoog en bestsellerauteur Jonathan Haidt: ‘Er is plotseling iets verschrikkelijk misgegaan.’

Het ondergangsverhaal stond vorig jaar in The Atlantic : hoe Democratisch en Republikeins Amerika door polarisatie als het ware twee verschillende landen werden. En waarom de situatie volgens Haidt nog ernstiger is: álle Amerikanen raakten gedesoriënteerd en ontwikkelden eigen, vaak tegengestelde waarheden.

Over de auteur
Margriet Oostveen schrijft voor de Volkskrant over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.

Haidt ziet het aan ‘universiteiten, in bedrijven, beroepsgroepen, musea en zelfs families’. Hij geeft de schuld aan de ‘alles verbrijzelende’ sociale media.

Herkenbaar, zeker sinds de coronapandemie. Ook uit Nederland is de woordcombinatie ‘polarisatie’ en ‘sociale media’ al een tijdje niet meer weg te slaan, vaak met verwijzing naar Amerikaanse toestanden.

Is het terecht om die vergelijking te trekken? Wat weten we inmiddels zeker? Vier kanttekeningen en een waarschuwing.

‘Zwarte Piet is racisme’ versus ‘Zwarte Piet is zwart’ begon als typisch Nederlandse polarisatie over twee standpunten. Maar je kunt er ook een cultuuroorlog tussen twee bredere ideologieën achter zien opdoemen: ‘woke’ versus ‘conservatief’. Betekent dit dat we net zo gepolariseerd zijn als Amerika?

In de onderzoeksbundel Politieke polarisatie in Nederland onder redactie van Paul Dekker, hoogleraar civil society aan de universiteit van Tilburg, deelden vorig jaar 22 Nederlandse onderzoekers de stand van zaken.

Verschillende opvattingen kunnen gaan samenvallen met bestaande sociale, economische en culturele verschillen. Denk aan de gemeten politieke onvrede van praktisch geschoolde kiezers met theoretisch geschoolde parlementariërs.

Mensen kunnen bovendien het (niet noodzakelijk door feiten gestaafde) gevoel krijgen dat tegenstellingen sterker worden. Ze gaan mensen met dezelfde mening dan nog wat sympathieker vinden en mensen met andere opvattingen nog sterker afwijzen: dit heet ‘affectieve polarisatie’. Het is de manier waarop Democraten en Republikeinen in Amerika tegenover elkaar kwamen te staan.

Vervolgens kunnen tegenstellingen zich uitbreiden tot verschillen in wat mensen voor waarheid houden. Dit heet feitenpolarisatie. Denk aan het coronadebat.

De opvallende conclusie in Politieke polarisatie in Nederland: de afstand tussen verschillende opvattingen is sinds de jaren zeventig nauwelijks gegroeid en we zijn mensen met een andere opvatting ook niet meer gaan haten.

‘Het idee van een zorgwekkende polarisatie is wijd verbreid’, schrijft Paul Dekker. Hij noemt deze visie ‘gemakzuchtig’: ‘Door polarisatie heel groot te maken (...) hoeft men verder niet meer na te denken over wat er precies fout gaat.’ Wat volgens Dekker niet betekent dat er helemaal geen polarisatie ís: de toon van het debat doet ertoe.

Neem de doodsbedreigingen: daar komen we nog op.

Affectieve polarisatie, oftewel een hekel krijgen aan mensen met andere opvattingen, is in hoge mate een gevoelskwestie. Dat vraagt om ander onderzoek dan dat naar de afstand tussen standpunten.

Bij standpunten kun je tellen hoeveel mensen nog vinden dat Zwarte Piet zwart moet blijven. Bij onderzoeken naar affectieve polarisatie vraag je bijvoorbeeld hoeveel vrienden iemand nog heeft die daar een andere mening over hebben dan de ondervraagde zelf.

Amerika is in het onderzoek naar affectieve polarisatie volstrekt dominant, waarschuwt hoogleraar digitale communicatie Sanne Kruikemeier, terwijl hoogleraar strategische communicatie Rens Vliegenthart al mee zit te knikken. ‘In de VS zijn wel 81 studies gedaan, in andere landen hooguit zes en vaker één. Dat verschil is bizar.’

Beiden werken aan de universiteit van Wageningen. Ze doen samen grootschalig onderzoek, bijvoorbeeld naar (sociale)mediagebruik in relatie tot opvattingen over eerlijke verkiezingen in 25 landen.

Door het overwicht in publicaties zette Amerika de toon in het denken over polarisatie: ‘Terwijl we vaak geen rekening houden met de politieke en maatschappelijke context’, zegt Vliegenthart. ‘Die is in Nederland volkomen anders.’

Zo telt het Nederlands parlement vooralsnog geen twee, maar zestien politieke partijen. ‘En we hebben een publieke omroep, dat scheelt ook: mensen krijgen daardoor vaker dezelfde informatie.’

Voor een beroemd Amerikaans onderzoek naar affectieve polarisatie in sociale media werden mensen betaald om in verkiezingstijd een maand lang niet op Facebook te gaan. Daarna bleken ze minder gepolariseerd en ze voelden zich ook beter.

‘Maar in bijvoorbeeld een studie in Bosnië en Herzegovina zag je het tegenovergestelde gebeuren’, zegt Kruikemeier. ‘Omdat de maatschappelijke context daar anders is. Mensen kwamen daar zonder Facebook bijvoorbeeld veel minder diversiteit aan mensen en opvattingen tegen.’

WIJ/ZIJ-MAATSCHAPPIJ
Kunnen we in tijden van polarisatie nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt in deze serie wat de wetenschap zegt, waar de struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij

‘Dat standpunten zich als gevolg van sociale media van elkaar verwijderen is nog helemaal niet definitief empirisch bewezen’, zegt socioloog Marijn Keijzer, onderzoeker aan het Institute for Advanced Study in Toulouse. ‘Alleen dat mensen een hekel krijgen aan mensen met een andere mening is waar te nemen, maar dat zie je evengoed buiten sociale media.’

Keijzer promoveerde vorig jaar cum laude in Utrecht op een onderzoek waarin hij aan Facebookgebruikers vroeg om op een speciaal platform meningen te komen uitwisselen met gelijk- en met andersgestemden.

Waar affectieve polarisatie toeneemt, zien onderzoekers de debatten in sociale media ook verharden. Keijzer vat de stand van het internationale onderzoek naar affectieve polarisatie in sociale media zo samen: ‘Je ziet wat verdeeldheid. Er zijn grofweg twee belangrijke studies die beargumenteren dat deze vorm van polarisatie toeneemt door sociale media. En er zijn twee andere belangrijke studies die precies het tegenovergestelde concluderen. En naar mijn mening komt dat doordat ze allemaal uitgaan van een breed publiek.’

De onderzoekers richten zich in andere woorden op het grijze midden, zegt Keijzer, en niet op het deel dat al vóór het onderzoek een sterke mening had. ‘Van het grijze midden weten we al dat die mensen altijd vatbaarder zijn voor meningen van zowel links als rechts. Het ligt er dus maar aan waarmee je ze in contact brengt.’

In zijn eigen promotieonderzoek zag Keijzer dat juist mensen die al een extreme mening hebben sneller polariseren als ze met een andere mening in aanraking komen.

Dit is strijdig met de populaire aanname dat we andere opvattingen steeds moeilijker zouden verdragen, doordat we in sociale media onder invloed van algoritmen vaker rondhangen in ‘filterbubbels’ en ‘echokamers’ van gelijkgestemden, die nog eens bevestigen wat we al vonden.

De conclusie van Keijzers onderzoek: bij mensen met extreme standpunten versterkt niet een filterbubbel van gelijkgestemden, maar juist een andersdenkende het vasthouden aan het eigen gelijk.

Het is dus geen goed idee om zulke mensen met andere opvattingen, of gewoon met de feiten in aanraking te brengen?

Keijzer: ‘Op de rigoureuze manier van ‘breek uit je bubbel’ en rechtstreeks tegenspreken, is dat niet effectief nee.’ Dan krijg je al snel feitenpolarisatie.

Hoe dan wel? ‘Stapje voor stapje. Je moet eerst proberen je in iemands wereld in te leven en vervolgens stapje voor stapje genuanceerde informatie geven.’

‘Toen de termen filterbubbel en echokamer zo’n tien jaar geleden opeens in de media kwamen’, zegt Shenja van der Graaf, ‘toen wisten we nog niets.’

‘En nu nog niet’, zegt Alex van der Zeeuw.

Communicatiewetenschapper Van der Graaf en socioloog Van der Zeeuw zetten in Twente een o Source: Volkskrant

Previous

Next