Home

PFAS zitten overal. De rijksoverheid reageerde eerst langzaam, en nu lukraak

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Onderzoek | PFAS In de bodem, in het drinkwater en in de lucht: voor mens en dier schadelijke PFAS zitten overal. De rijksoverheid werd gewaarschuwd maar reageerde traag. „De neiging is om helemaal niets te doen of veel te veel.”

„Leuke klus”, denkt Arne Alphenaar als hij in juni 2012 een mailtje krijgt van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Een deel van de bodem onder Schiphol is ernstig verontreinigd, leest hij. Of Alphenaar kan adviseren hoe ze de boel kunnen opruimen. Alphenaar heeft al veel terreinen schoongemaakt, zoals de bodem onder een oude kleurstoffenfabriek in Roermond en een met zuurteer vervuilde stortplaats in Twente. Hij is gespecialiseerd in ingewikkelde bodemverontreiniging en promoveerde op het zuiveren van afvalwater.

In de bodem rondom Schiphol zit PFOS, leest hij in de mail. Alphenaar (dan 53 jaar), werkzaam bij TTE Consultants, heeft er wel eens over gelezen in buitenlandse artikelen: zeer gevaarlijke stof, mogelijk kankerverwekkend. Maar van bodemverontreiniging met PFOS heeft hij nog nooit gehoord.

Het probleem was vier jaar eerder ontstaan tijdens een broeierige zaterdagnacht in 2008, toen een hangar op Schiphol met ruimte voor zo’n tien vliegtuigen tot de nok was volgestroomd met blusschuim. De sprinklerinstallatie was per ongeluk aangesprongen, tienduizend liter schuim met giftig PFOS erin sproeide met volle kracht de hangar in. Na een paar uur staken er enkel nog vliegtuigvleugels boven de witte schuimdeken uit.

Brandweerlieden spoten de hal leeg. Het blusschuim liep weg naar de waterzuivering op de luchthaven. Die zuivering veranderde al snel in een bubbelbad. Ook op de Haarlemmerringvaart groeiden dikke koppen schuim. Bodemspecialisten bij Schiphol en het hoogheemraadschap besloten het bubbelwater snel over te pompen naar een bassin, een stuk weiland met een laag klei in de bodem en een dijkje eromheen waar het spul tijdelijk kon worden opgeslagen. Aan het eind van het weekend was er van het incident niets meer te zien. De vliegtuigen werden schoongepoetst en vlogen naar hun volgende bestemming. Maar wat niemand doorhad: het bassin lekte.

Dat was in 2008. In 2012 is 36 duizend kubieke meter grond op en rondom Schiphol ernstig verontreinigd, de inhoud van ruim veertien olympische zwembaden. Schiphol, KLM en het hoogheemraadschap moeten de boel gezamenlijk zien op te ruimen. Maar hoe? Ze hebben geen idee.

Alphenaar typt de vier letters, P-F-O-S, in de zoekbalk van Google. Hij leest alles wat hij kan vinden over de stof. PFOS, een type PFAS, is anders dan hij gewend is. De meeste gevaarlijke stoffen breken langzaam af, ze verdwijnen. Maar PFOS niet. De stof blijft voor eeuwig bestaan en hoopt zich op in lichamen van mensen en dieren. Zelfs ijsberen op de Noordpool hebben PFOS in hun lijf. Alphenaar kijkt niet snel ergens van op. Maar hoe meer hij leest, hoe bezorgder hij wordt. In 2000 had het Amerikaanse chemiebedrijf 3M de productie van PFOS al gestaakt vanwege de hoge risico’s voor fabrieksarbeiders. Waarom zit het dan anno 2008 nog altijd in blusschuim? En als het bij Schiphol is gebruikt, hoe zit het dan met andere vliegvelden en industrieterreinen?

Dit probleem overstijgt Schiphol, denkt Alphenaar al snel. Het ministerie moet ingrijpen. In 2012 richt hij samen met collega’s van adviesbureaus Arcadis en Witteveen en Bos het Expertisecentrum PFOS op, om de kennis over PFOS te verbeteren. Een jaar later geven zij een uitgebreide presentatie aan de afdeling Bodem van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De ambtenaren reageren schamper. „Ik zie hier geen ijsberen lopen”, zegt een afdelingshoofd. Op het ministerie hebben ze belangrijker zaken aan hun hoofd. De gemeente Haarlemmermeer kan het prima zelf oplossen, zeggen zij. Alphenaar wéét hoe kortzichtig dat is. Op honderden locaties in Nederland is met hetzelfde, giftige schuim geblust, dat goed werkt om oliebranden te blussen. Het is onzin om te doen alsof het probleem uniek is voor de Haarlemmermeer, vindt hij.

Waar zit de stof nog meer in de grond? En hoe moet je bodemvervuiling opruimen als je niet weet hoe gevaarlijk de stof is? Als je niet weet welk risico acceptabel is? Alphenaar komt er niet uit. Hij meldt het hoogheemraadschap dat hij geen oplossing weet omdat er te veel onzekerheden zijn. KLM, Schiphol en Rijnland hebben inmiddels om het vervuilde terrein een wand van bentoniet, een kleisoort die ook wordt gebruikt voor kattenbakvulling, geplaatst zodat het gif zich niet verder kan verspreiden.

Alphenaar krijgt gelijk: PFAS, een verzamelnaam voor zo’n zesduizend stoffen met fluorverbindingen, waaronder PFOS, zijn uitgegroeid tot een nationaal probleem. De stoffen die in pannen, pacemakers, regenjassen en duizenden andere producten zijn verwerkt, blijken gevaarlijk te zijn. Nederlanders krijgen dagelijks te veel PFAS binnen. Het hele land is vervuild, de bodem zit er vol mee. De bouwsector kwam in 2019 stil te liggen vanwege grond die was verontreinigd met PFAS. Inwoners van Helmond en Dordrecht kregen het advies niet meer uit hun moestuinen te eten vanwege de vervuiling. Het drinkwater is op sommige plekken zo vervuild dat er voor miljoenen gezuiverd moet worden.

NRC onderzocht hoe het zo ver heeft kunnen komen. Waarom werd er niet ingegrepen in de eerste jaren dat er meer bekend werd over de gevaarlijke stoffen? Waarom luisterde het ministerie niet naar Arne Alphenaar en anderen die waarschuwden? Inmiddels is er veel aandacht voor de uitstoot van PFAS en wordt gewerkt aan een Europees verbod. Maar hoe ging het in de beginjaren, toen langzaamaan bekend werd dat Nederland vervuild is met PFAS? Dagelijks worden er in de laboratoria van de chemiebedrijven nieuwe stoffen uitgevonden, die na een soepele toelatingsprocedure op de markt worden gebracht. Wat zegt de aanpak van PFAS over de risico’s van ándere stoffen die in het milieu komen?

Het is een sprietig, onooglijk boompje, midden op een grauw industrieterrein in Dordrecht. Deze ene meidoorn moeten chemicus Sicco Brandsma (41) en zijn collega Martin van Velzen hebben. De twee onderzoekers van de Vrije Universiteit parkeren de auto in de berm en openen de achterklep. Brandsma trekt labhandschoenen aan, pakt een van de voorgespoelde monsterpotjes die ze hebben meegenomen en plukt onderaan een blaadje van de boom. Hij trekt ook nog wat gras uit de grond. Dat gaat in een ander potje, sticker erop en in de achterbak.

De twee zijn die zonnige zaterdagochtend in juli 2017 van Amsterdam naar Dordrecht gereden nadat ze in de krant hadden gelezen over het Amerikaanse chemiebedrijf DuPont, de producent van teflon. In de Verenigde Staten waren fabrieksmedewerkers ziek geworden en grote gebieden vervuild geraakt. Dieren die water dronken uit een beek waar DuPont direct op loosde, kregen miskramen of jongen met aangeboren afwijkingen. Oorzaak: de giftige stof PFOA die DuPont gebruikte voor de productie van teflon.

In Dordrecht staat óók een teflonfabriek van DuPont (die in 2015 Chemours ging heten). Brandsma en Van Velzen willen weten of daar ook PFAS te vinden zijn. Spelen in Dordrecht dezelfde problemen als in Parkersburg, West-Virginia? Geld voor uitgebreid onderzoek hebben ze niet. Tijd evenmin. Het duurt vaak maanden voordat je onderzoeksgeld krijgt voor het meten van nieuwe stoffen. Dus doen ze op hun vrije zaterdag een kleine steekproef.

Onder de rook van de fabriek zoeken de analisten naar bomen en struiken. Na de meidoorn plukken ze blaadjes van een paar bramenstruiken verderop, daarna van een struik naast een golfbaan, en later nog bij een rij platanen aan de Merwede. Terug in Amsterdam stoppen ze de potjes in een grote vriezer en gaan ze weekend vieren.

Als de analyses een week later klaar zijn, schrikken de twee. Op de bladeren en het gras zitten hoge concentraties PFOA en GenX. Voor de productie van teflon stapte DuPont in 2012 over van PFOA op het alternatief GenX, ook een soort PFAS, omdat een verbod op de productie van PFOA in de lucht hing. Van GenX heeft het bedrijf altijd beweerd dat dit zich niet snel opstapelt in het milieu. Maar Brandsma ziet direct dat dit niet klopt: er zit juist heel veel GenX op de bladeren die hij heeft geplukt. Dit moeten de omwonenden meteen weten, denkt hij.

Onder de rook van de fabriek zoeken de analisten naar bomen en struiken. Na de meidoorn plukken ze blaadjes van een paar bramenstruiken verderop, daarna van een struik naast een golfbaan, en later nog bij een rij platanen aan de Merwede

Samen met hoogleraar toxicologie Jacob de Boer van de Vrije Universiteit zoekt hij de media op. Ze waarschuwen voorlopig geen groenten en fruit uit het gebied rond Dordrecht te eten. Brandsma heeft weliswaar geen complete studie gedaan, maar de resultaten van het korte onderzoekje zijn te zorgelijk om te wachten op uitgebreider onderzoek.

Op 7 augustus presenteert Brandsma de resultaten op een besloten bijeenkomst op het provinciehuis in Zuid-Holland, voor een overleg met ambtenaren van het ministerie, gemeenten, provincie en de omgevingsdienst. Ook het RIVM zit aan tafel. De directeur Milieu en Veiligheid van het instituut reageert getergd, zeggen aanwezigen. De studie zou niet goed zijn uitgevoerd. Er moet eerst een uitgebreid onderzoek komen naar GenX in het milieu voordat het publiek erover wordt ingelicht, vindt het RIVM.

Brandsma is verbaasd: de stoffen zitten er daadwerkelijk, dat valt niet te ontkennen. Natuurlijk, het was maar een kleine studie, er moet meer onderzoek komen. Maar waarom reageert het RIVM zo defensief? En zolang je niet zeker weet hoe schadelijk de stof precies is kan je toch beter waarschuwen, even voorzichtig zijn?

Het RIVM redeneert andersom. Source: NRC

Previous

Next