N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Kiezers in vier gemeenten In november kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer. NRC-verslaggevers gingen op pad naar vier gemeenten in Nederland die heel verschillend stemmen. Wie vreest deze verkiezingen en wie ziet ze als een kans?
In Wijk aan Zee, onder de rook van staalproducent Tata Steel, kwam de Partij voor de Dieren in maart als grootste uit de bus.
Met de ijsmachine van zijn snackbar in Wijk aan Zee draait Haydar Arslan geroutineerd een oubliehoorntje. De zwierige punt begint door de hitte meteen te smelten, in allerijl verstrekt hij zijn klant een paar servetjes.
Snackbarhouder Arslan, een Koerdische Turk die in 1987 als 21-jarige naar Nederland kwam, stemt al bijna zijn hele leven op GroenLinks. „Vanwege de mensenrechten”, zegt hij, terwijl hij op zijn eigen terras een sigaretje opsteekt. „Maar ook vanwege het milieu. Het milieu is het allerbelangrijkst”, zegt hij terwijl hij met zijn arm een lange zwaai in de rondte maakt, in de richting van het naburige Tata Steel.
Het kabinet is gevallen, 22 november zijn er verkiezingen. Wie kijkt daarnaar uit en wie vreest de uitkomst? NRC-redacteuren vroegen het kiezers in verschillende gemeenten. In Rucphen (Noord-Brabant) stemt sinds 2006 een groot deel van de kiezers op rechts-populistische partijen zoals de PVV. Wassenaar (Noord-Holland) geldt sinds jaar en dag als VVD-bolwerk. Hummelo (Gelderland, gemeente Bronckhorst) was een van de vele dorpen die bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart dit jaar massaal kozen voor de BoerBurgerBeweging (BBB). En in Wijk aan Zee (Noord-Holland, gemeente Beverwijk) kwam de Partij voor de Dieren als grootste uit de bus.
De val van het kabinet en het vertrek van Mark Rutte ziet Arslan als „een kans” om strenger op te treden tegen de vervuiling van Tata. „Als het PvdA en GroenLinks lukt samen een lijst te vormen, staan ze sterker en kunnen ze méér afdwingen.” De voormalige Hoogovens hoeven van hem niet dicht, „maar schoner kan het wel.” Arslan twijfelt even. „Al gaan dingen in Nederland heel langzaam. Veel kleine stapjes.” Hij spoedt zich naar binnen om een bakje friet te serveren aan een klant.
Opluchting. Dat is het gevoel dat overheerst op straat - in Wijk aan Zee én elders in Nederland – na de val van het kabinet en het aangekondigde afscheid van Mark Rutte. Goed, de timing is wat ongelukkig en in eerste instantie zullen de vele ingewikkelde Haagse dossiers „tot stilstand” komen, zeggen veel mensen. Maar de komende verkiezingen – en generatiewisseling – in Den Haag bieden ook kans op een „frisse wind”. Zoals het land de afgelopen jaren bestuurd werd, zegt bijna iedereen, ging het voor geen meter.
NRC-verslaggevers gingen op pad naar vier gemeenten in Nederland die heel verschillend stemmen. Wat vinden de kiezers van het vroegtijdige einde van Rutte IV en de verkiezingen dit najaar? Zien ze kansen of zijn ze angstig voor wat komen gaat? Wat vinden ze van de Haagse politiek? En wie hopen ze straks aan het roer te zien van het landsbestuur?
De plaatsen die NRC bezocht: Wijk aan Zee (Noord-Holland), Rucphen (Noord-Brabant), Wassenaar (Zuid-Holland) en Hummelo (Gelderland). We spraken zo’n veertig mensen. Bij lange na geen representatieve afspiegeling van de Nederlandse bevolking, wél genoeg om een indruk te krijgen van het sentiment onder verschillende politieke achterbannen na de grote politieke gebeurtenissen van de afgelopen week.
„Rutte heeft echt heel brede schouders”, zegt Joke Drent.
„Hij heeft fouten gemaakt”, zegt Annelize Verheij, „maar hij deed zijn werk altijd oprecht in het landsbelang.”
Drent en Verheij, twee vriendinnen van in de vijftig uit Den Haag, zitten te lunchen op een terras in Wassenaar. Allebei stemden ze bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen op Mark Rutte („Er is geen ander die het kan”). En al zeggen ze vóór verandering te zijn, ze vinden het toch jammer dat de VVD-leider de politiek vaarwel zegt.
„Het blijft een sympathieke man”, zegt Verheij.
Drent: „En charismatisch ook.”
Het is niet moeilijk om Rutte-fans te vinden in Wassenaar. Het welvarende dorp staat bekend als VVD-bolwerk: bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart dit jaar haalden de liberalen bij sommige stembureaus bijna de helft van de stemmen. Onder de twaalf mensen die NRC er dinsdag sprak, zaten tien VVD-stemmers. Ze praten zonder uitzondering met waardering over Rutte.
Opvallend is dat er ook buiten VVD-bolwerk Wassenaar nauwelijks sprake is van voldoening of leedvermaak over Ruttes vertrek. Ja, hij heeft misschien te lang in het Torentje gezeten, zeggen mensen, maar hij hield het land toch maar mooi dertien jaar draaiende. Het woord ‘staatsman’ valt een paar keer.
Zelfs in Rucphen, een Brabants kerkdorp waar rechts-populistische partijen als de PVV traditioneel goed scoren, zijn genoeg mensen te vinden die mild zijn over Rutte. De enige die zijn weerzin de vrije loop laat, is Leon Augustijn (70), die bij de supermarkt kratten bier in zijn auto staat te laden. „Ik ben blij dat Rutte is opgesodemieterd”, zegt hij. „Die was Nederland alleen maar naar de klote aan het helpen. Hij was net Pinokkio, echt een leugenaar.”
In alle vier de gemeentes is de ontevredenheid voelbaar, in meer of mindere mate. De landspolitiek staat er bij vrijwel niemand goed op: kiezers zien Den Haag als een plek waar integriteit en idealen niet overeind te houden zijn. „Ze zouden zich moeten schamen”, hoor je op straat.
Maar het ongenoegen is over het algemeen ongericht, niet op de persoon. Het gaat over „de politiek” die het land heeft laten vastlopen, of „de overheid” die niet valt bij te sturen.
Een onderwerp dat vaak spontaan ter sprake komt, is asiel en immigratie – de kwestie waarop Rutte IV geklapt is. De instroom van migranten en vluchtelingen is te groot, te ongecontroleerd en te onevenwichtig, vinden veel mensen. Ook in VVD-dorp Wassenaar komt het asielbeleid al snel ter sprake. Saida Ramdharie (62), geboren in Suriname, zit met haar kleindochter op het pleintje voor de deftige ijssalon Luciano’s. Ze vertelt over haar schoonzoon, die na vijfentwintig jaar verblijf op Curacao onlangs is teruggekeerd naar Nederland. „Het lúkt hem maar niet om zichzelf hier opnieuw ingeschreven te krijgen. Hij moet achteraan in de rij aansluiten, terwijl mensen die hier niet geboren zijn, wél worden geholpen. Dat vind ik zo krom als wat.”
In Wijk aan Zee, waar de Partij voor de Dieren in maart als grootste uit de stembus kwam, zijn kiezers om een andere reden teleurgesteld in de politiek: het gebrek aan bescherming dat ze ervoeren tegenover het vervuilende Tata Steel. „Dat kan dus gewoon: steenkolen verbranden en ook nog subsidie krijgen van de overheid”, zegt arbeids- en organisatiepsycholoog Dirk Bikkendaal op het terras van café De Zon.
Hij legt uit waarom hij als telg uit een echte PvdA-familie – zijn grootvader was minister van Financiën Piet Lieftinck – tegenwoordig op de Partij voor de Dieren stemt: ook de sociaal-democraten hebben het „schadelijke werk” van de markt onvoldoende beteugeld. „Het is echt de hoogste tijd dat de overheid zijn verantwoordelijkheid neemt. Dat doet de markt niet, die zoekt de grenzen op en gaat eroverheen.”
Antoinette Verbrugge (gestreept shirt, stemt Partij voor de Dieren) sluit niet uit „dat er iets positiefs gaat gebeuren” in november.
Er is één thema dat opduikt in vrijwel alle gesprekken: de versnippering van de Nederlandse politiek. Nederland heeft veel te veel partijen, verklaart de ene na de andere gesprekspartner. Met zoveel fracties in de Tweede Kamer, zo luidt de communis opinio, valt het land simpelweg niet te besturen.
In Hummelo, een dorpje in de Achterhoek dat bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart in groten getale koos voor de BoerBurgerBeweging (BBB), schudden veel mensen met het hoofd zodra de politieke versnippering ter sprake komt. „Het moet écht anders”, zegt Jan Teerink (72), voormalig eigenaar van een installatiebedrijf. „Kom maar op met die kiesdrempel, zou ik zeggen.” Gerard Huis in ’t Veld uit Deventer, die op bezoek is bij zijn schoonmoeder: „Op deze manier kan het niet langer. Gewoon minimaal drie zetels halen om in de Tweede Kamer te mogen, en anders niet.”
Ook in Wassenaar staat de versnippering hoog op de lijst van politieke ergernissen. Paul Bakker (75), die een fiets uit zijn auto staat te tillen voor zijn huis, pleit voor een robuuste kiesdrempel: tien zetels. „Dit land valt niet te regeren. Iedere gek kan een partij beginnen.” Zelf stemt hij op „een partij die de grootste kan worden”: de VVD. „Links en rechts liggen niet zo ver uit elkaar. Waar partijen met elkaar over steggelen, is peanuts.”
Waar hopen de verschillende achterbannen op bij de verkiezingen dit najaar? ‘Verandering’ is een woord dat voortdurend valt. Het moet ánders, vindt bijna iedereen – het maakt bijna niet uit hóe. In Rucphen vindt Leon Augustijn dat „iemand met haar op de tanden” het land moet gaan leiden. „Voor mijn part Wilders.”
Bert Slotema, die in Wassenaar op een bankje in de zon zit: „Ik hoop dat we nu op rechts kunnen doorstoten. Dat linkse blok dat wil meeregeren, dat hoef ik er niet bij.”
In het Gelderse Hummelo overheerst de twijfel. Vrijwel iedereen die we spreken, stemde in maart op BBB – en de partij heeft ze sindsdien ook nog niet teleurgesteld. Maar opvallend genoeg weten veel mensen nog lang niet zeker of ze dat voor de Tweede Kamer óók voor BBB zullen kiezen. Ze staan open voor alternatieven, onder meer om Source: NRC