Hannibal Kadhafi, zoon van de vermoorde dictator, werd begin deze maand in ‘kritieke toestand’ opgenomen in een Libanees ziekenhuis. Na jaren in de gevangenis zoekt hij met een hongerstaking aandacht voor zijn lot. Dat er geen bewijs tegen hem is, lijkt niet te tellen.
Op een vrijdagavond in 2015 verscheen er een man op de Libanese tv. Hij zag er gehavend uit, de ogen bont en blauw geslagen en met een grote snee op zijn neus. ‘Ik verkeer in goede gezondheid’, zei hij, ‘niemand hoeft zich om mij zorgen te maken.’ Voor de kijker was duidelijk: deze man is ontvoerd. Het bleek te gaan om Hannibal Kadhafi (46), zoon van de vermoorde oud-dictator van Libië.
De kidnapping was vermoedelijk het werk van een sjiitische militie in Libanon. Die had kans gezien hem te ontvoeren uit buurland Syrië, waar het leger en ordetroepen volledig werden opgeslokt door de bloedige burgeroorlog. Een dag na zijn tv-optreden werd Kadhafi vrijgelaten en in één moeite door opgepakt door de Libanese politie. Sindsdien kwijnt hij weg in een gevangeniscel.
Begin juli werd hij in ‘kritieke toestand’ in een ziekenhuis in de Libanese hoofdstad Beiroet opgenomen, nadat hij met een hongerstaking had geprobeerd aandacht te vragen voor zijn lot.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Hannibal Kadhafi, het vijfde kind in een rij van acht (plus twee adoptiekinderen), maakte carrière in de Libische marine en ontvluchtte het land na de val van zijn vaders bewind in 2011. Via Algerije en Oman belandde hij in Syrië, waar hij met zijn gezin asiel kreeg op voorspraak van de Syrische president Bashar al-Assad.
Kadhafi wordt ervan verdacht meer te weten over de verdwijning van een vooraanstaande geestelijke, bijna een halve eeuw geleden. Het gaat om Musa al-Sadr, een van de meest illustere figuren uit de Libanese politiek ooit. In 1978 vloog Sadr naar de Libische hoofdstad Tripoli voor een ontmoeting met de president, Moammar Kadhafi. Sadr werd vergezeld door twee Libanezen, een geestelijke en een journalist. Op 31 augustus vertrokken ze uit hun hotel, op weg naar een ontmoeting met de president. Ze werden nooit weer gezien.
Werden ze meegenomen en gedood? Of zijn ze nog in leven? In de Arabische wereld zijn de speculaties nooit gestopt. Sommige anekdotes hebben een hoog ‘Elvis leeft’-gehalte, zoals het verhaal dat Sadr biddend werd gezien in de Libische woestijn. De Libische regering heeft altijd beweerd dat de drie mannen op een vliegtuig naar Rome zouden zijn gestapt, maar Italiaans onderzoek zette een streep door die claim.
Ten tijde van hun verdwijning was Hannibal Kadhafi een 2-jarige peuter. Zijn advocaten zeggen dat hij er daarom niks vanaf kán weten. Onzin, vinden nabestaanden van Sadr. Als spilfiguur in het regime van zijn vader moet hij op latere leeftijd te horen hebben gekregen wat er precies met Sadr is gebeurd. ‘De misdaad duurt voort’, zo liet de familie van Sadr enkele jaren geleden weten.
In Libanon kan die halsstarrige houding op veel begrip rekenen. Dat heeft te maken met de status van Musa al-Sadr. Die is larger than life. Nog altijd prijkt zijn vriendelijke gezicht-met-tulband op billboards in sjiitische wijken van Beiroet.
Toen hij vanuit zijn geboorteland Iran naar Libanon kwam, eind jaren vijftig, vormden de sjiieten een verpauperde onderklasse zonder leider. Sadr werd hun messias en richtte een gewapende beweging op, genaamd Amal (‘Hoop’), die enorm invloedrijk zou worden. Zijn volgelingen reisden urenlang om hem te horen spreken en zijn mantel te kunnen aanraken.
Belangrijker: hij won het respect van niet-sjiitische politici. Maronieten (de grootste christelijke groep in Libanon) zagen Sadr als een matigende kracht. Beroemd is het verhaal dat hij publiekelijk een ijsje kocht bij een christelijke ijsverkoper, wiens zaak op de fles dreigde te gaan omdat de sjiieten hem boycotten. In volle kerken werd Sadr door christenen toegezongen. ‘Alsof hij Jezus Christus was’, zo zei een tijdgenoot. Voor sjiieten past zijn verdwijning naadloos in hun theologie. Volgens die leer heeft de opvolger van de profeet Mohammed (‘de twaalfde imam’) zich in het jaar 874 verborgen, met het plan ooit op aarde terug te keren. Sadrs lot is, kortom, 24-karaats sjiitisch.
Voor Kadhafi ziet het er slecht uit. Bewijs tegen hem is er nooit aangevoerd, maar dat lijkt niet te tellen. Hij zit vast in een reguliere gevangenis, maar is in feite een gijzelaar van de Amal-beweging. Die staat onder leiding van Libanons machtige parlementsvoorzitter, Nabih Berri (85). Pogingen van Libië, Syrië en Assads bondgenoot Rusland om hem vrij te krijgen, richtten niets uit.
‘Berri heeft zich misrekend’, denkt een politieke insider die vanwege de gevoeligheid van de zaak anoniem wil blijven. ‘Hij rekende erop dat de Syrische president Assad Kadhafi vrij zou kopen, of een andere deal zou willen sluiten voor zijn vrijlating. Maar uit Damascus is nooit een bod gekomen. Daardoor zit Berri nu met hem opgescheept.’ Op vragen van de Volkskrant aan een Amal-woordvoerder kwam geen antwoord.
In 2018 kreeg Kadhafi vijftien maanden cel voor het beledigen van de rechter, maar die straf heeft hij ruimschoots uitgezeten. ‘Het is pure wraak’, aldus een van zijn advocaten, Reem el-Debri, aan de telefoon. Ze zegt dat hij als gevolg van een gebrek aan zonlicht last heeft van hoge bloeddruk, gewichtsverlies en huidproblemen. ‘Maar met zijn hongerstaking gaat hij niet stoppen.’
3x Hannibal Kadhafi
Van de acht biologische kinderen van dictator Moammar Kadhafi, de vader van Hannibal, zijn er drie omgekomen tijdens de zware gevechten van 2011. De anderen wonen voor zover bekend allemaal in ballingschap, met uitzondering van oudste zoon Saif al-Islam Kadhafi. Hij koestert politieke ambities en zegt president van Libië te willen worden.
In 2008 werden Kadhafi en zijn vrouw Aline Skaf opgepakt in Genève, nadat ze twee hotelbediendes hadden gemolesteerd. Uit wraak werden prompt twee Zwitsers in Libië vastgezet. Het was het begin van een diplomatieke rel die pas eindigde toen de Zwitserse president het koppel zijn excuses aanbood.
In het presidentiële paleis troffen journalisten in 2011 het achtergelaten Ethiopische kindermeisje aan van Hannibal Kadhafi en diens gezin. Ze bleek zwaar toegetakeld. Omdat ze een van de kinderen niet stil kreeg, had Kadhafi’s vrouw haar met kokend water overgoten.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden