Home

Niet één, niet twee, maar drie keer ligt het Franse publiek in een deuk om een taart-in-gezicht-grap

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Operafestival Aix-en-Provence Het internationale operafestival van Aix-en-Provence opent dit jaar met een Franse versie van ‘Die Dreigroschenoper’. Die lijkt vooral bedoeld voor het Franse publiek. Aan wie geen Frans spreekt of Franse humor niet snapt, gaat veel voorbij.

Opener van het operafestival van Aix-en-Provence dit jaar: Die Dreigroschenoper van Bertolt Brecht en Kurt Weill, gebaseerd op de oudere The Beggar’s Opera van John Gay en kernrepertoire in Duitsland. Je kent er waarschijnlijk ‘Die Moritat von Mackie Messer’ wel uit. Het is niet zozeer een opera, maar een muziektheaterstuk ergens in het lichtgrijze grensdomein tussen cabaret en musical. Het overgrote deel van het stuk is gesproken theater.

In het 19de-eeuwse Londen is Jonathan Peachum het hoofd van de bedelaars. Mack ‘Mackie Messer’ (Mack het Mes) Macheath, de grootste crimineel van Londen, legt Peachums dochter in de luren en trouwt met haar. Peachum probeert dat ongedaan te maken door Mack op te laten hangen voor zijn misdaden, wat lastig is omdat het hoofd van de politie Jackie ‘Tiger’ Brown Macks beste vriend is. Er blijkt nooit bewijs tegen Mack te zijn verzameld. Uiteindelijk komt het er toch, maar pardonneert de Koningin Mack. De aktes eindigen met een ‘finale’, waarin met een stap uit het verhaal een ironisch moralistische boodschap klinkt. Bijvoorbeeld de tweede: wij mensen zijn zulke succesvolle wezens, omdat we meesters zijn in onze eigen soort onderdrukken, aldus Brecht. Misdaad loont, is de overkoepelende moraal.

Voor deze Franse versie, L’opéra de quat’sous, maakte vertaler Alexandre Pateau een nieuwe Franse hertaling in hedendaags Frans, vol straattaal. De opening van Claïna Clavaron is alvast overweldigend mooi: een jazzy, soul, klassieke stembeheersing van heb ik jou daar. Maar dat belooft veel meer dan er daarna komt. Zeker voor wie geen gevorderd Frans spreekt, want: een Frans kan erg snel gaan. Twee-en-half-uur flitst de Engelse boventiteling voorbij. Daar komt nog bij dat een belangrijk deel bestaat uit ‘luchtige’ tussendoortjes tussen de acteurs onderling, en onderonsjes met het publiek. Die delen zijn zogenaamd geïmproviseerd, en daarom niet boventiteld. Eigenlijk is deze voorstelling vooral voor bedoeld het Franstalige publiek. Je mag het gerust een statement noemen dat het festival, dat graag internationaal publiek wil trekken, juist hiermee opent.

Het revueachtige karakter van de Driestuiveropera heeft regisseur Thomas Ostermeier maximaal uitgevent, met vier microfoons op een rijtje richting het publiek, waar de zangers naartoe lopen als er een liedje gezongen moet worden. Over het orkest valt niets te klagen. Weills orkestratie is heerlijk, met lekkere instrumenten die steeds heel kort klinken, soms maar een paar maten, waardoor je steeds meer wil. Even een sexy saxofoontje, éven een kolderieke banjo, éven een stoere gitaar, éven een swingende basklarinet. Orkest Le Balcon doet dat prima.

Naast de geweldig openende Clavaron zijn de andere zangers prima. Christian Hecq is als Peachum een goede runner-up. Maar ze blinken allen vooral uit als acteurs. Birane Ba acteert in zijn grijsleren jas en dito hoed, met zijn tong die regelmatig langs zijn uit elkaar staande voortanden glijdt, geweldig een vervaarlijke Macheath. Maar zijn zang is matig. En dat terwijl hij een paar snelle liedjes moet zingen op emotioneel cruciale momenten; die vallen niet.

Over het acteren gesproken: ook weinig toegankelijk voor de niet-Fransman is de Franse humor. De onderbroekenlol en clowneske uitvergrotingen zijn ronduit vermoeiend. Drie keer(!) krijgt iemand een taart in zijn gezicht. Het Franse deel van het publiek vindt dat bejammerenswaardig grappig. Net als dat het natuurlijk hilarisch is dat drie mensen een kwartier lang staan uit te glijden op de slagroom. Rollenbuiken is het als Jackie Brown komt aangalopperen op een imaginair paard en er eindeloos lang over doet om af te stappen, omdat zijn niet bestaande paard maar blijft steigeren.

Ook het strakke decor trekt niet aan: er is alleen een zwarte stalen brug met een trap naar links en rechts. Rechtsboven hangen een paar platte geometrische vormen; beeldschermen waarop af en toe oude zwart-witbeelden van mensen en verder wat onbestemde collages van bouwtekeningen, afgehakte handen en apparatuur te zien zijn. Links op het podium kruisen twee lichtkrantbalken elkaar, waarop in het Frans te lezen is welke scène er speelt of welk liedje er klinkt.

Het applaus is gemixt: het Franse publiek lijkt zich vermaakt te hebben, maar er wordt zeker ook gejoeld. Een Duitse groep loopt scheldend en tierend weg. Het lijkt voor het festival vooral een kans geweest om de populaire Comédie-Française een keer op het podium te krijgen. L’Opéra de quat’sous stond sowieso al op hun programma, als opener van hun volgende seizoen. Alle 32(!) voorstellingen zijn al uitverkocht.

Klassiek

L’opéra de quat’sous (Die Dreigroschenoper) van Bertolt Brecht en Kurt Weill, in een nieuwe Franse hertaling van Alexandre Pateau. De Comédie-Française en orkest Le Baclon. Regie: Thomas Ostermeier. Dirigent: Maxime Pascal.

Gehoord: 4/7, Théâtre de l’Archevêché in Aix-en-Provence.

Herhaling: 10, 12, 14, 18, 20, 22, 24/7

Te zien op de Franse ARTE op 12/7, 22u: arte.tv/fr

●●●●●

NieuwsbriefNRC Cultuurgids

Wat moet je deze week zien, horen of luisteren? Onze redacteuren recenseren en tippen

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next