Het was op een drukbezocht feestje, thuis bij Sylvester Stallone. Madonna was er, basketballer Shaquille O’Neal. En in de tuin stond een briesende Jean-Claude van Damme. Alwéér in de tuin. Een paar jaar eerder was de dan nog werkloze Belg met zo’n waar-wonen-de-sterren-kaart in de hand over Stallones hek geklommen; de politie liet de vermoede inbreker gaan nadat die had verklaard de Rocky-ster slechts wat ‘karatelessen’ te hebben willen aanbieden.
Nu stond Van Damme op het gras om voor eens en altijd uit te maken wie nou de sterkste was: hij of Steven Seagal. Seagal, ook te gast op het feest, sprak in interviews graag denigrerend over zijn collega. En achtte Van Damme die avond ‘te dronken’ voor een matpartij; het bleef bij wat geduw en gescheld. Gastheer Stallone had een andere visie: ‘Ik denk dat Van Damme gewoon te sterk was; Seagal durfde niet.’
Wellicht tekent iemand over een jaar of dertig de levens en carrières van de hedendaagse superhelden-acteurs op, van Chris Hemsworth (Thor) tot Gal Gadot (Wonder Woman). Hoe ze elkaar kruisten in wat dan de ‘gouden periode’ van het superheldengenre heet. Maar de anekdotes in dat boek zullen vermoedelijk toch wat tam zijn vergeleken bij de vele in megalomanie gedrenkte passages in het onlangs verschenen The Last Action Heroes - the triumphs, flops and feuds of Hollywoods kings of carnage. Over de actiehelden, zonder cape, van de jaren tachtig en negentig.
Journalist Nick de Semlyen, hoofdredacteur van het Britse filmblad Empire, voert de lezer door het ‘testosteron-tijdperk’; die tien, vijftien jaar waarin Hollywood de somberte van de jaren zeventig afschudde met opgepompt spektakel, in de Verenigde Staten onder Reagan. En vertelt hoe de grootste namen uit het veld – Sylvester Stallone, Arnold Schwarzenegger, Bruce Willis, Chuck Norris, Jackie Chan, Dolph Lundgren, Steven Seagal, Jean-Claude van Damme – zich opwerkten in de filmwereld, vaak tegen alle verwachtingen in.
Hun eerst nog zo benodigde en bewonderenswaardige zelfvertrouwen verloor al vlug elk gevoel voor maat bij het onderlinge wedijveren om de actie-troon. Pionier Stallone zette in alles de toon: die smeet bij hun eerste ontmoeting in het Beverly Hilton Hotel al een gigantische vaas bloemen naar Schwarzenegger, toen bleek dat de Oostenrijkse eik die avond wél een Golden Globe won en hij niet.
Woedend stormde hij weg van een partijtje bij Elton John, omdat Lady Diana niet op zijn avances zat te wachten (en wel op die van rivaal Richard Gere). Schwarzenegger, op zijn beurt, brulde door een vol restaurant naar de verderop gezeten Bruce Willis, kort na de release van Die Hard: ‘Met die tandenstokerarmen van je zul je nooit een echte actiester zijn.’
Via zijn agent liet hij listig rondbazuinen dat hij wel in was voor de actiekomedie Stop! Or My Mom Will Shoot, wetend dat de concurrentie dan meteen op dat mallotige script zou jagen. Het werd een kapitale flop voor Sylvester Stallone, die de strategische meesterzet van zijn rivaal later ook erkende. Enige verbroedering trad op toen bleek dat er (veel) geld te verdienen viel aan een gezamenlijk restaurantketen, Planet Hollywood. En nog weer later zou Stallone een groot aantal van zijn oude ‘vrienden’ bijeen brengen voor zijn actiefilmpoot The Expendables.
De gevarieerde wegen naar de top van het achttal sterren worden kleurrijk beschreven in The Last Action Heroes. Als de straatarme Stallone een miljoen dollar krijgt aangeboden voor het door hem zelf geschreven Rocky-script, wijst hij dat aanbod af om zélf de hoofdrol te mogen spelen tegen een veel geringer gage. Een uiterst onzekere deal, waarbij hij alle toekomstige rechten op zijn boks-franchise verliest.
Net als bij Rocky, zijn alter ego, gaat er een sliert verliezen vooraf aan het succes. Net zo blijft Jackie Chan, in eigen land dan al een grote ster, het keer op keer in Hollywood proberen. Terwijl ze daar maar geen raad weten met zijn acrobatische filmvechtstijl, die zo afwijkt van de Bruce Lee-smaak.
Niks van alle (vecht)stunts die zijn Amerikaanse collega’s uitvoeren komt ook maar in de buurt van de uiterst risicovolle capriolen die Chan uitvoert in Hongkong, soms met ernstige verwondingen als gevolg.
Karatekampioen Chuck Norris is de meest bescheidene van de acht last action heroes. Sociaal is hij ook: hij biedt de in z’n auto slapende Van Damme een baantje aan als hulpje, als de Belg zich ook op zíjn gazon meldt. En hij bezorgt Van Damme een cruciale eerste filmklus als stuntvechter. De wat meer sinistere Steven Seagal, die in interviews graag fabuleert over zijn CIA-verleden, lijkt vooral vijanden te maken gedurende zijn (kortstondige) verblijf aan de actietop. Zo’n man die de stuntmannen op zijn set bij voorkeur écht blesseert.
Grappig, en bizar, wordt het als de populaire actiesterren te veel invloed krijgen bij de studio’s en op de set. Seagal, dan al ernstig losgezongen van de realiteit, mag zichzelf regisseren in de 50 miljoen dollar dure On Deadly Ground (1994). Ook de sjamaan op de set kan niet voorkomen dat zijn spirituele actie-regiedebuut dramatisch flopt.
Stallone laat de crew op de set van Rambo III zo nu en dan even wachten; dan is de ster in telefonisch overleg met president en Rambo-fan Ronald Reagan. Ook stuurt de ster tot ontsteltenis van zijn regisseur de ene na de andere Afghaanse figurant weg omdat ze ‘niet kloppen’: elk ervan blijkt langer dan de Amerikaanse hoofdrolspeler.
Schwarzenegger beschikt evenmin over een feilloos filmkompas. Maar zelfs als hij niets begrijpt van het script van Terminator II, waarin zijn wederom uit de toekomst gezonden terminator niemand meer wenst te doden, vertrouwt hij tóch op de visie van regisseur James Cameron. Ook Paul Verhoeven, die met Schwarzenegger werkte voor Total Recall, beaamt die tamelijk unieke kwaliteit in het boek The Last Action Heroes: ‘Arnold had geen enkel ego op de set.’
Stallone ontwaarde al vroeg de eerste tekenen van de actie-kentering: die dag waarop zijn volstrekt ongespierde collega Michael Keaton dat vleermuispak aantrok, voor Tim Burtons Batman (1989). ‘Dat was het begin van het einde.’ In de late jaren negentig ging de filmindustrie meer op digitale effecten leunen, waarna de superhelden-hausse zich verder opdrong.
Wellicht vroeg de tijd ook om een nieuw en minder macho manbeeld. Al bleef er, wat lager op de Hollywood-trede, altijd emplooi voor de oude, vertrouwde masculiene actiegezichten. Die mochten rustig doven (ook nu nog als zeventigers) in almaar meer parodie-achtig aandoende films en series. Na de zomer wacht alweer The Expandables 4. Iets van de oude rivaliteit blijft nog wel behouden. Slotvraag: doet Stallone (77) straks het laatste actielicht van zijn generatie uit? Of toch Schwarzenegger (75)?
Nick de Semlyen, The Last Action Heroes - The Triumphs, Flops and Feuds of Hollywood’s Kings of Carnage. Penguin Random House, 334 pagina’s. ★★★★☆
Van het achttal actiesterren uit The Last Action Heroes is alleen Bruce Willis (68) al met pensioen. Noodgedwongen, vanwege zijn dementie. Sylvester Stallone (77), Arnold Schwarzenegger (75), Dolph Lundgren (65), Jackie Chan (69), Jean-Claude van Damme (62) en Steven Seagal (71) bestrijden nog altijd bad guys. Veteraan der veteranen Chuck Norris (83) is aan het afbouwen; hij spreekt nog wel videospelletjes in. En was voor het laatst op bioscoopdoek te bewonderen in The Expendables 2 (2012).
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden