De meeste dokters zijn op vakantie eigenlijk liever geen dokter. Omdat ze vakantie hebben, natuurlijk, maar ook omdat dokter zijn op vakantie soms gewoon een beetje eng is. Zo hebben veel artsen medische vliegangst. Dat is niet hetzelfde als dokters-met-vliegangst: artsen die bang zijn dat hun vliegtuig neerstort. Medische vliegangst is de angst dat je als dokter op vakantie gaat met het vliegtuig en dat er omgeroepen wordt: ‘Is there a doctor on board?’
Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Als dat gebeurt probeert de vakantievierende dokter zich wanhopig te herinneren wat te doen als iemand bijvoorbeeld een hartaanval heeft, wat te spuiten bij een heftige allergische reactie en waar te beginnen als iemand bewusteloos in het gangpad ligt. Paniek bij de vliegende dokter: wat als je ineens daar in dat gangpad moet reanimeren?
In onze praktijk hebben we jaarlijks een reanimatietraining. We oefenen dan om de beurt mond-op-mondbeademing en hartmassage op een Annie – ze heten allemaal Annie, die reanimatiepoppen. In Annie zit een computer die precies bijhoudt hoe je blaast en masseert. Want dat luistert nogal nauw.
Blaas of masseer je niet hard genoeg dan krijgt de patiënt niet genoeg zuurstof. Blaas je te hard, dan blaas je lucht in de maag en kan de patiënt gaan overgeven. Masseer je te hard, dan breek je de ribben van de patiënt. Annie heeft vaak geen armen of benen, maar ze kan dan weer wel strookjes uitprinten. Daarop zie je hoe vaak je precies hard genoeg blies en masseerde, binnen twee parallel lopende rode lijnen. Annie is streng – het is moeilijk om binnen de rode lijntjes te blazen en masseren. Hoe moet dat dan ooit goed gaan bij een patiënt in een gangpad van een vliegtuig?
Zo razen de medische rampscenario’s door de hoofden van dokters met medische vliegangst. Met spijt dat ze in het voorjaar de cursus geweldloos communiceren hebben gekozen en niet de cursus spoedzorg. En ze vragen zich af hoeveel ze nog weten van dat tentamen over spoedzorg in 1993. Angstvallig kijken de dokters met medische vliegangst om zich heen, het vliegtuig rond, hopend dat een andere passagier zelfverzekerd, daadkrachtig en heroïsch opstaat en roept: ‘Ja, ik ben arts!’
Bij spoed ergens in het wild, buiten onze veilige praktijk- en ziekenhuismuren, zijn de meeste dokters ineens een stuk onzekerder. We moeten het stellen zonder medische instrumenten en onderzoeksmogelijkheden, protocollen en heldere afspraken wie wat doet. Dan moeten we vertrouwen op onszelf, op de kennis, intuïtie en vaardigheden die we hebben zonder ook maar een stethoscoop of spuit als hulpmiddel. Doodeng.
Gelukkig is dokteren op vakantie soms ook superleuk. Zeker als je een beetje van knutselen houdt. Een paar jaar geleden was ik met mijn gezin op groepsreis, met een bus door Zuidwest-Afrika. Er bleek nog een andere huisarts met haar gezin bij de groep te zijn, maar volgens dokterscode spraken we over van alles en nog wat, maar niet over ons vak.
Onze bus daar was in Nederland allang afgekeurd geweest, maar vervoerde ons daar piepend en krakend over veelal onverharde wegen. Voor elk vertrek controleerde de chauffeur de bus op losgekomen onderdelen. Ik heb toen ook een loszittend klepje provisorisch gerepareerd met een haarelastiekje. Daarmee won ik het respect van de buschauffeur, die al een kwartiertje zonder resultaat aan het klepje had zitten prutsen. Mijn haarelastiekjesoplossing gaf hem zodanig vertrouwen in mijn busknutselkunsten, dat ik promotie kreeg, want vanaf toen mocht ik de vertrekcheck van de bus met hem doen.
Helaas had de bus wel meer klepgebreken, en viel niet lang daarna tijdens een hobbelige tocht de klep van een groot laadvak hard open. De val werd gebroken door het hoofd van een medereiziger. De scherpe metalen hoek van de klep had een lelijke snijwond gemaakt op zijn hoofd. Snijwonden aan het hoofd bloeden vaak hard en bebloede hoofden zien er geweldig dramatisch uit, dus dat gaf flinke consternatie in de groep.
De collega huisarts en ik veerden op: ha, een snijwond! We waren ergens in de Okavangodelta – lees: dichtstbijzijnde ziekenhuisje ongeveer 6 uur rijden – dus daarmee was elke medische improvisatie van ons ineens een reële optie. De collega en ik waren ineens een team en gingen enthousiast aan de slag, want niks leuker dan creatief mogen dokteren. Samen inspecteerden we gretig de wond: wijkende wond, moet eigenlijk gehecht, maar in de verbandtrommel van de bus zat natuurlijk geen hechtsetje. Lijm, zou er iemand lijm mee hebben? Zowaar, ergens kwam een tube secondelijm vandaan. Daarna konden we lekker vakantiedokteren: knoopjes in de haren rond de wond, druppeltjes secondelijm op de haarknoopjes.
Volgens mij is het best een net litteken geworden. Bovendien, als iemand hem vraagt over dat litteken kan hij zeggen: met secondelijm geplakt in de Okavangodelta.
Source: Volkskrant