Als ze met een andere mensensmokkelaar in zee waren gegaan, hadden Mamadou Ndiaye (24) en Alou Jaeng (29) zo op de boot kunnen zitten die op 5 december 2019 kapseisde voor de Mauritaanse kust. 64 opvarenden verdronken. Het scheelde niet veel of ook de twee Gambiaanse vissers waren opgeslokt door de golven van de Atlantische Oceaan. Hun boot, die twee dagen later van Gambia naar de Canarische Eilanden vertrok, kwam zonder voedsel en benzine te zitten.
‘We waren hopeloos verdwaald’, herinnert Jaeng zich. ‘Overal om ons heen was water, de zee was ruig.’ Als vissers waren ze wel wat gewend, veel anderen raakten in paniek. Aan boord zaten, net als op de boot die verging, veel jonge mannen en vrouwen, sommigen met hun kinderen. ‘Als de andere boot niet was gezonken’, zegt Nidaye, ‘had de kustwacht ons nooit gevonden. Ze kwamen ons toevallig tegen terwijl ze zochten naar overlevenden van de scheepsramp van twee dagen eerder.’
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.
Met de staart tussen de benen keerden de twee ongeschoolde vissers terug naar Albreda, een klein dorpje aan de noordoever van de Gambia-rivier. Alweer vier jaar zijn ze thuis, te getraumatiseerd om opnieuw naar Europa te vertrekken. De hete wind slaat hen om de oren, maar neemt de indringende geur van oude vis niet weg. In de schaduw van een grote vijgenboom controleren de mannen hun paarse visnetten op gaten.
Vanaf een blootliggende boomwortel kijkt het duo uit over het strandje verderop, waar blauwrode bootjes van de dorpsoudsten liggen. ‘Die moeten we van hen huren als we willen vissen’, zegt Jaeng, ‘waardoor je je al in de schulden steekt voordat je ook maar een vis hebt gevangen.’ Als ze al iets vangen – de twee merken dat er door overbevissing bijna geen vis meer in de zee zit. Buitenlandse vissersboten trekken in het holst van de nacht met hun sleepnetten de Gambia-rivier leeg, zegt Ndiaye. ‘Dat is verboden, maar de overheid doet niets. Die kiest de kant van het geld.’
Uitzicht op ander werk is er hier in de Noordoeverregio niet, zelfs hoogopgeleide Gambianen kunnen geen werk vinden. Nergens in Gambia vertrekken zo veel jongeren naar Europa als hier, tot ergernis van de teruggekeerde vissers. ‘We proberen mensen uit te leggen hoe gevaarlijk het is’, zegt Jaeng, ‘dat we door het oog van de naald zijn gekropen. De meesten kan dat niets schelen. Vorige week nog vertrok er een groep mannen uit een nabijgelegen dorp. We hebben niets meer van hen vernomen.’
Gambianen als Ndiaye en Jaeng proberen vanaf het Afrikaanse vasteland naar de Canarische Eilanden te varen. Die ‘West-Afrikaanse route’ is een van de dodelijkste migratieroutes ter wereld: volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) kwamen vorig jaar ten minste 559 mensen op zee om, onder wie 22 kinderen. Eind juni vertrokken nog zeker 300 Senegalezen vanuit Kafountine, een dorp in het zuiden van Senegal. Families van de migranten vrezen dat hun naasten de tocht naar het Spaanse eiland Tenerife niet hebben overleefd: sinds de drie bootjes vertrokken hebben zij niets meer van hen vernomen.
Vanuit Europese hoofdsteden proberen overheden te voorkomen dat migranten via louche mensensmokkelaars op bootjes naar Europa stappen. De afgelopen decennia reisden meer dan 100 duizend Gambianen naar Europa, 16 duizend van hen belandden in Duitsland. Dat komt onder meer door de economische aantrekkingskracht: Duitsland heeft de grootste economie van Europa en het laagste werkloosheidspercentage.
Om meer vat te krijgen op het aantal migranten dat via de ‘irreguliere’ weg naar haar land komt, is Berlijn in gesprek met Banjul. Die dialoog wordt geleid door Joachim Stamp, de man die eerder dit jaar door bondskanselier Scholz is aangesteld als ‘vertegenwoordiger voor migratie-overeenkomsten’. Uit de gesprekken met de Gambiaanse overheid moet een migratiedeal voortkomen: als Gambia zijn uitgeprocedeerde staatsburgers terugneemt, zal Duitsland een nog onbekend aantal werkvisa voor Gambianen verstrekken. Want, zegt Stamp, ‘legale migratie is logischer voor alle betrokkenen.’
De blauwdruk voor de plannen van Stamp komt uit de koker van Gerald Knaus, de adviseur van de Duitse overheid die al jaren met een plan onder zijn arm loopt om een overeenkomst tussen de Gambiaanse en Duitse overheid over migratie te bereiken. Knaus, tevens architect van de Turkije-deal die in 2016 een eind maakte aan de oversteek van Syrische vluchtelingen van Turkije naar de Griekse eilanden, wil onder meer dat Gambianen gemakkelijker in Duitsland kunnen werken en studeren.
Middels een nieuwe migratiewet en nog te sluiten migratiedeals hoopt Duitsland greep te krijgen op de verdere toeloop van nieuwe migranten. Zo moeten Gambianen die een opleiding volgen in een werkveld waarin Duitsland mensen tekort komt een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. Dat is hard nodig, aangezien de Duitse maakeconomie jaarlijks 400 duizend geschoolde vakmensen nodig heeft. Vorig jaar kreeg het land nog 244 duizend nieuwe asielaanvragen, van zowel arbeidsmigranten als vluchtelingen. De helft van dat aantal kreeg ook daadwerkelijk een verblijfsvergunning.
Als het aan Knaus ligt, moeten migranten die Duitsland via de illegale route bereiken direct worden teruggestuurd. ‘Als migranten na een korte procedure worden teruggestuurd’, stelt Knaus, ‘zullen zij niet keer op keer proberen om weer naar Europa te komen.’ De adviseur gelooft zelfs dat er op die manier geen nieuwe irreguliere vluchtelingen meer naar Duitsland zullen komen: het vooruitzicht om direct weer uitgezet te worden moet hen afschrikken. Wel zal Gambia de terugkeerders moeten opvangen en opleiden, zegt hij. ‘Re-integratie is een cruciaal onderdeel van de overeenkomst.’
De deal sluit aan bij het principeakkoord dat de EU-ministers in juni bereikten om irreguliere migratie onder controle te krijgen. In Italië, Griekenland en Spanje moeten gesloten ‘grenscentra’ komen, waar net aangekomen migranten gescreend worden. In een snelle asielprocedure moet vervolgens blijken of de migranten door mogen reizen naar hun eindbestemming, of worden teruggestuurd naar het land van herkomst. Het tegenhouden van migrantenboten en het terugsturen van migranten naar het land van herkomst is ook een belangrijk onderdeel voor de migratiedeal die de EU met Tunesië wil sluiten.
De terugstuurplannen vallen of staan bij de wil van landen om hun migranten ook daadwerkelijk terug te nemen. In Gambia is dat precies waar de schoen wringt, merkte de 26-jarige Oumar Sowe, die naar Europa probeerde te reizen. Twee keer moest hij zijn reis staken en keerde hij terug naar zijn geboortedorp, waar hij met de nek wordt aangekeken. Sowe had gefaald, zo stelden zijn dorpsgenoten: de omgerekend duizenden euro’s die in zijn reis naar Europa door familie was geïnvesteerd, kon hij niet terugverdienen.
Om de hoon te ontvluchten, sloot Sowe zich aan bij een kleine commune met andere terugkeerders, die net buiten zijn dorp verscholen ligt tussen hoog struikgewas. Met de hulp van een lokale ngo runnen zij hier een geïmproviseerde boerderij, waarbij het de bedoeling is dat ze alle winsten herinvesteren in nieuwe gewassen en dieren. Toch lijkt niemand in de vervallen voormalige toeristenlodge om te kijken naar de kippenren of de in dorre aarde geplante gewassen: op de houten veranda zitten de terugkeerders vooral in zichzelf gekeerd op hun telefoons te scrollen.
De telefoon van Sowe staat vol updates van vrienden die Europa wel gehaald hebben. Ze dragen dezelfde stedelijke outfit die Sowe ook aan heeft: T-shirt, joggingbroek, merkgympen, witte oordopjes om de nek. Is hij jaloers? ‘Niet echt’, zegt Sowe terwijl hij zijn telefoon vlug in het buideltasje dat over zijn schouder hangt steekt. ‘Hun foto’s vertellen niet de hele waarheid. Ze laten op TikTok nooit iets zien van hun werk, of waar ze wonen. Ze staan alleen maar op mooie plekken, of bij dure auto’s die op straat geparkeerd staan.’
Toch is het contrast tussen de glamoureuze foto’s en filmpjes op Sowes telefoon en de vervallen boerderij groot. Langzaam komt hij in de benen, het is tijd om te checken hoe het gaat met zijn kippen. Zodra hij het deurtje van de ren opent, kijkt hij wat onverschillig naar de luid kakelende schepsels die om zijn voeten krioelen. ‘Ik hoop dat we onze investering eruit krijgen’, zegt hij traag, ‘tot nu toe kosten deze kuikens ons alleen maar veel geld.’
Sowe wordt, net als zoveel andere jonge mannen en vrouwen in deze regio, voortdurend door familieleden en vrienden aangespoord om alsnog naar Europa te vertrekken. Nu zijn ouders ouder worden, moet hij geld verdienen om zijn familie te onderhouden. Gambia is zo afhankelijk geworden van die overboekingen van de diaspora, dat meer dan een kwart van de economie draait op deze zogenoemde re Source: Volkskrant