Home

Een verenigd GroenLinks/PvdA kan alleen slagen als men de vergezichten niet langer uit stockfotodatabases haalt

Met de val van het kabinet is de samenwerking tussen GroenLinks en de PvdA in een stroomversnelling terechtgekomen. Deze week al mogen leden van beide partijen via een referendum laten weten: moeten ze bij de verkiezingen een gezamenlijke lijst vormen? Een lijsttrekker volgt dan later. Timmermans misschien, Klaver of Moorman.

De PvdA schudde eind jaren negentig bij monde van Wim Kok haar ‘ideologische veren’ af om de vrijemarkteconomie te omarmen. Misschien was het een reactie op het ineenstorten van de Sovjet-Unie, een manier om te zeggen: we doen wat jullie willen, zolang jullie maar niet denken dat we communisten zijn. In elk geval heeft niemand zich destijds afgevraagd: wat is een vogel zonder veren? Misschien is hij vrij in de zin dat hij onherkenbaar is en zo buiten schot blijft – de vrijheid om weg te vliegen is hij kwijt. Het afschudden van ideologische veren is dan ook in reactie op maatschappelijke trends jezelf kaalplukken gebleken, iets wat de electorale cijfers weerspiegelen.

Over de auteur
Lieke Marsman is dichter en schrijft deze zomer columns voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

GroenLinks kampt met een recenter probleem. Waar Jesse Klaver destijds met een heldere veranderingsbelofte het politieke toneel betrad, is die boodschap, bij uitblijven van zulke verandering, sleets geworden. Daags na de kabinetsklap zag ik de mails alweer in mijn inbox verschijnen: ‘Het is tijd om de mouwen op te stropen. Dit is het moment dat links de krachten kan bundelen om verandering mogelijk te maken.’ De media-uitingen van de twee partijen leken ondertussen meer gericht op het handhaven van de status quo. Steeds weer werd Mark Rutte vriendelijk bedankt voor de tomeloze inzet waarmee hij dertien jaar lang alles van waarde vermorzelde.

Uit focusgroepen is gebleken dat GroenLinks-kiezers een leider willen die mensen verbindt. Maar wat was de vraag: vind je het fijn als je partijleider zich verzoenend opstelt, of: vind je het fijn als je partijleider zich verzoenend opstelt tijdens een regeringscrisis over de rug van kinderen van oorlogsvluchtelingen? En vraagt iemand eigenlijk weleens aan mensen in focusgroepen of ze een leider willen die zich iets aantrekt van focusgroepen? Voorstanders van een amicale linkse oppositie wijzen erop hoe belangrijk het is om zacht op de persoon, hard op de inhoud te zijn. Klinkt redelijk, maar inhoudelijke scherpte is niet iets wat automatisch voortvloeit uit een diplomatieke houding, je moet er wel iets voor doen: inhoudelijk scherp zijn.

De Franse filosofe Simone Weil schreef in haar essay Aantekening over de algemene afschaffing van politieke partijen dat het probleem met partijen is dat ze altijd ook een doel op zich zijn, waardoor men vooral in het partijbelang denkt. ‘Als iemand toetreedt tot een partij, neemt hij gewillig een houding aan die hij later zal verwoorden met ‘Als monarchist, als socialist vind ik dat…’ Het leidt ertoe dat je geen eigen gedachten meer hebt. Niets zo behaaglijk als niet hoeven denken.’

Wil een verenigd GroenLinks/PvdA kans van slagen hebben, dan zal men niet alleen op zoek moeten naar een aansprekend partijleider, maar ook naar een partijcultuur waarin men de vergezichten niet langer uit stockfotodatabases haalt. Waarin men niet bang is om stevig stelling te nemen en daarmee mensen af te schrikken, omdat je door stelling te nemen ook altijd nieuwe mensen aan je bindt. Alleen in zo’n klimaat groeien ideologische veren terug. Is het daarna weer tijd voor lievige tweetjes.

Source: Volkskrant

Previous

Next