De VVD is er met Mark Rutte in geslaagd het monopolie op de macht te veroveren en consolideren, dertien jaar lang. Ze hebben de taal, de mores en het denken in Den Haag gedicteerd. Steeds kwamen ze haast ongeschonden uit kabinetscrises, sloegen concurrenten vakkundig van zich af (van Roemer, Baudet, Wilders tot Samsom) en waren anderen vaak een stap voor. Niet voor niets kondigde het partijbestuur maandag al aan dat deze week de kandidaat-lijsttrekker zal worden gepresenteerd en heeft Dilan Yesilgöz zich gekandideerd.
De VVD benadert politiek als probleemmanagement en heeft dat management in de afgelopen jaren met Mark Rutte als ultieme procesmanager geperfectioneerd. Daarbinnen is de politiek verschoven van ‘willen naar doen en van idealen naar oplossingen’ zoals Ariejan Korteweg dinsdag stelde in deze krant. Bovendien werd het ambt van minister-president een baan, het ministerie een zaak en Nederland een BV. Die verschuiving van politiek als probleemmanagement laat ons nu achter met de Ravage van Rutte.
Over de auteur
Mark van Ostaijen is als bestuurssocioloog verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en managing director van het Leiden-Delft-Erasmus Centre Governance of Migration and Diversity. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Want voorbij de clichés van ‘olifanten’ en ‘oogartsen’ is terecht opgemerkt dat Ruttes politiek wel degelijk visie bevat, maar dan wel het typisch Nederlandse en apolitieke polderpragmatisme waarmee zoiets als visie heel klein wordt gemaakt. Het is de politiek van passief taalgebruik, wat historicus James Kennedy de ‘retoriek van overmacht’ noemt. Zo zijn we volgens VVD’ers ‘overvallen door corona’, moet ‘Nederland meebewegen met krachten om ons heen’ en komen er ‘belangrijke uitdagingen op ons af’, zoals Sophie Hermans in het maandagdebat stelde. De VVD voert er niet voor niets campagne mee: ‘Doen wat nodig is’. Deze ingenieursmentaliteit levert realpolitik op, politiek als probleemmanagement.
Probleemmanagement vertrekt vanuit de aanname dat problemen ook echt gemanaged en opgelost kunnen worden. Als gevolg worden grote vraagstukken (zoals oorlogen, klimaat, duurzaamheid) ingepast binnen het simpele schematische model van problemen en oplossingen.
Zo repte het coalitieakkoord Rutte IV over ‘een kabinet dat de grote maatschappelijke problemen oplost’ en zo sprak de koning in de laatste Troonrede over een absoluut recordaantal problemen en oplossingen, vaker dan ooit in de afgelopen 22 jaar. Dan hoef je als politicus ook niet geïnteresseerd te zijn in ‘sociologische oorzaken’ om de wereld echt te begrijpen. Het past binnen een ideologie die publicist Evgeny Morozov ‘solutionisme’ noemt, een ‘heilige’ overtuiging in het oplossen van problemen.
Het pijnlijke aan dit probleem-oplossingschema is dat een probleem nooit voor zichzelf spreekt. Want wat als probleem kan worden gezien, is hoogst politiek. Bovendien kunnen veel problemen ook helemaal niet ‘opgelost’ worden. Zodoende is het denken in ‘problemen oplossen’ helaas vaak onderdeel van het probleem. Daarvoor moeten we even stilstaan bij de kernbegrippen die Rutte tot handelsmerk heeft gemaakt.
Zo is een ‘oplossing’ een metafoor, het is beeldspraak afkomstig uit de scheikunde. Zo lossen suikerkorrels op in water. Dat fysische proces is een oplossing. Maar als politici het over een oplossing hebben, draagt het de belofte in zich dat er iets uit het zicht verdwijnt. Maar net als bij de suikerkorrels die zichtbaar in water oplossen en zoetstof toevoegen, voegt een oplossing in de sociale werkelijkheid vooral iets toe. Vaak is dat een nieuw probleem.
Zo zorgt de standaardoplossing voor fileproblematiek (meer asfalt) voor meer problemen (verkeersongelukken en stikstof); zo kan de aanpak van fraude zorgen voor een Toeslagenaffaire en kunnen windmolens zowel een oplossing (duurzaamheid) als nieuwe problemen (overlast) vormen. Daarmee is het denken in ‘problemen oplossen’ helaas vaak onderdeel van het grotere probleem.
Niet voor niets is dit kabinet nota bene gevallen over een zelf gecreëerd probleem, zoals historicus Leo Lucassen maandag in deze krant aantoonde. Het toont ons de leegte van politiek als probleemmanagement. En het is belangrijk om de leegheid van dit patroon te doorzien, want de managementmachine van de VVD zal ook na Rutte via probleemmanagement campagne gaan voeren.
Echter snakt een deel van dit land naar een verbeeldingsvolle politiek voorbij het simpele probleemmanagement dat louter problemen toevoegt. Het creëert een kans voor politici die wel durven vragen naar ‘sociologische oorzaken’, die voorbij de retoriek van overmacht durven denken en die geen brandjes blussen maar pyromanen, brandgevaar en sociale ontvlambaarheid willen begrijpen.
Het is tijd voor politiek leiderschap dat dit vuur durft op te zoeken, voorbij het cynisme durft te denken en grote vragen durft te stellen in de wetenschap dat de antwoorden onvolledig zullen zijn. Alles beter dan politiek als probleemmanagement. Die tijd hebben we gehad, het momentum is daar.
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden