Als baby had Mike al onverklaarbare problemen met zijn gezondheid. En het werden er alleen maar meer. Geen arts kon iets vinden. In 2020 overleed hij. Was het zijn moeder die hem ziek maakte? De rechter oordeelt donderdag of Jolanda M. schuldig is aan moord.
Het is een fragiele, bleke vrouw die de rechtszaal komt binnengereden in een rolstoel. Kale plekken tussen haar gemillimeterde haar. Een blauwe rand onder haar linkeroog. Ze praat met kinderlijke stem. Haar rolstoel is versierd met gekleurde stickers van hondenpootjes.
Jolanda M. (35) maakt de indruk van een slachtoffer. Toch zit ze hier, tegenover drie rechters in Breda, als verdachte van moord. Justitie stelt dat ze in februari 2020 in Zevenbergen haar 11-jarige zoon Mike heeft vergiftigd, onder meer met zware pijnstillers. Donderdag doet de rechter uitspraak. Er is een celstraf van 12 jaar en tbs met dwangverpleging geëist.
Dit is niet ‘zomaar’ een strafzaak tegen een waarschijnlijk gestoorde moeder. De dood van Mike had een jarenlange aanloop. Volgens het Openbaar Ministerie presenteerde Jolanda haar zoontje opzettelijk zieker en zwakker dan dat hij was.
Mike kwam naar school in een rolstoel, maar kon tijdens de pauzes gewoon voetballen. Mike kreeg als 11-jarige een luier om, terwijl hij volgens docenten prima zelf naar de wc kon. Mike kreeg sondevoeding mee omdat hij niet kon eten vanwege een ‘gevoelig mondgebied’. Maar op achteraf ontdekte videobeelden werkte hij rustig een zak wokkels naar binnen.
Over de auteur
Anneke Stoffelen is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over de multiculturele samenleving. Voor de podcastserie Een soort God onderzocht ze hoe mensen in een sekte belanden.
De vraag die opdoemt tijdens de rechtszaak, is of de dood van Mike voorkomen had kunnen worden, als het gedrag van moeder Jolanda beter was geduid en instanties eerder hadden ingegrepen.
Deskundigen vermoeden dat Jolanda M. zich schuldig heeft gemaakt aan Pedriatic Condition Falsification (PCF) – Nederlandse experts noemen dat tegenwoordig ‘kindermishandeling door falsificatie’. Daarbij verzint, overdrijft of veroorzaakt een ouder – meestal de moeder – fysieke of psychische klachten bij een kind. Het komt in sommige gevallen voort uit een ziekelijke behoefte aan aandacht. De psycholoog die Jolanda M. onderzocht, verwoordt het zo: ‘Het past bij het ontlenen van een identiteit aan het zijn van een goede moeder voor een heel erg ziek kind, en daar de erkenning voor krijgen.’
De aandacht voor deze zeldzame, maar ernstige vorm van kindermishandeling is de afgelopen jaren toegenomen bij kinderartsen en bij Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld. Er is op dit moment een nieuwe richtlijn in de maak die artsen moet helpen falsificatie beter te herkennen.
Dat is nodig, omdat vertrouwensartsen van Veilig Thuis denken dat kindermishandeling door falsificatie vaker lang onder de radar blijft. ‘Artsen kunnen zich vaak moeilijk voorstellen dat er moeders zijn die hun eigen kind bewust ziek maken of vergiftigen’, zegt Patries Worm, kinderarts en vertrouwensarts van Veilig Thuis, die soms ook door de politie wordt ingeschakeld als adviseur in dit soort zaken. ‘Dat komt ook doordat deze mensen zich vaak overtuigend kunnen voordoen als bezorgde ouder. Een moeder die zorgen heeft over een ziek kind, daar heb je als arts niet snel vraagtekens bij.’
En spreekt een arts wel zijn twijfel uit, dan gaat zo'n ouder bovendien vaak ‘shoppen’ naar een andere zorgverlener. Worm: ‘Specialisten onderzoeken een kind op hun eigen vakgebied. Maar vaak is er niemand die naar het grotere plaatje kijkt.’
Ook Jolanda M. bezocht de ene na de andere hulpverlener met Mike, blijkt in de rechtszaal. Hij belandde al als baby in het ziekenhuis met onverklaarde groeiproblemen. Volgens een getuige zei Jolanda in die tijd dat ze weleens ‘sjoemelde’ met zijn flesjes melk.
Ook later blijft zijn moeder overal zorg vragen. Ook voor zichzelf trouwens – volgens justitie is ze iemand die ‘haar ziekte en zwakheid etaleert’. De psychiater vermoedt een ‘nagebootste stoornis’, die ze ook oplegde aan Mike.
De rechter tegen Jolanda, terwijl hij haar strafdossier doorneemt: ‘Ik lees hier: moeder wil meer diagnostiek dan de arts geïndiceerd acht.’
Jolanda M. ontkent. ‘Dat is omdat wij van hokje naar hokje werden gestuurd. Het is niet dat wij naar de neuroloog wilden, het was omdat de kinderarts zei: ga naar de neuroloog.’
De rechter: ‘Waarom zouden ze dan opschrijven dat u meer diagnostiek wilde?’ Jolanda M.: ‘Geen idee.’
De rechter wil ook weten hoe het zit met Mikes rolstoel. ‘Is het niet zo dat artsen geen toestemming hebben gegeven voor die rolstoel, omdat ze de noodzaak er niet van inzagen?’ Volgens moeder Jolanda was er wel toestemming, van de school en de gemeente. De rechter leest in het dossier iets anders. ‘Volgens mij zijn ze er uiteindelijk maar in mee gegaan. Mike kwam in zijn rolstoel aan, deze werd in de gang neergezet en ging aan het eind weer terug mee in de bus. Dat was het enige waar die rolstoel voor werd gebruikt op school.’
Het wordt in de rechtszaak niet duidelijk hoe Mikes moeder, tegen het advies van artsen in, een overbodige rolstoel voor haar zoon wist te regelen. Evenmin wordt helder wat hij te zoeken had op een school voor kinderen met een lichamelijke beperking, als er geen diagnose was.
Het gebeurt volgens kinderarts Rian Teeuw, een van de auteurs van de nieuwe richtlijn over kindermishandeling door falsificatie, geregeld dat kinderen in dit soort situaties behandelingen of hulpmiddelen krijgen die ze niet nodig hebben. Wat ook voorkomt: kinderen die aantoonbaar ziek zijn, maar bij wie ouders klachten aandikken of verzinnen. ‘Artsen zijn opgeleid met de gedachte dat een ouder voor honderd procent de ambassadeur is van zijn eigen kind’, zegt Teeuw. ‘Als een ouder bezorgd is, is je eerste neiging dus dat je er alles aan wilt doen om uit te vinden waar onbegrepen klachten vandaan komen.’
Maar om falsificatie te kunnen herkennen, zegt Teeuw, ‘moet je als hulpverlener een soort draai maken in je hoofd’. ‘En dat is lastig en vaak ongemakkelijk.’
Want het betekent dat je vraagtekens plaatst bij het verhaal van ouders die zich heel betrokken voordoen. En dat kan weerstand oproepen, zeker als daders last hebben van wat psychiaters noemen ‘theatrale trekken’. Dat zijn mensen die graag publiekelijk aandacht vragen voor hun onvrede. ‘Ik ken ook gevallen waarin vertrouwensartsen door ouders persoonlijk zijn bedreigd vanwege een beschuldiging van falsificatie’, zegt Teeuw. ‘Dat is heel intimiderend en ingrijpend.’
De afgelopen jaren is er volgens Teeuw daarnaast een ‘juridisering’ ontstaan, waarbij beschuldigde ouders geregeld tuchtzaken aanspannen tegen artsen die aankaarten dat zij mogelijk hun kind zelf ziek maken. Volgens de beroepsvereniging van vertrouwensartsen, VVAK, gaat dit om een kleine maar vasthoudende groep ouders. Uit het archief van uitspraken blijkt dat het medisch tuchtcollege verreweg de meeste klachten van ouders ongegrond verklaart. Maar een tuchtklacht kost een arts wel veel tijd en stress.
In 2017 maakte zowel Zembla als EenVandaag uitzendingen over ouderkoppels die door instanties werden beschuldigd van het ziek maken van hun kind. De teneur van de reportages was dat Veilig Thuis onzorgvuldig onderzoek doet. Opvallend is dat moeder Sarah V., die in beide programma’s klaagt over Veilig Thuis, momenteel wordt vervolgd voor poging tot moord op haar dochtertje en zware mishandeling van haar zoon. Over een tweede gezin dat in Zembla werd geïnterviewd, stelde het tuchtcollege in maart dat er destijds sprake is geweest van kindermishandeling door falsificatie en ‘een levensbedreigende situatie’.
De juridische strijdlust bij ouders maakt het ingewikkelder om vermoedens van falsificatie te onderzoeken, zegt Worm. ‘Wij merken de laatste jaren vaker dat artsen bij wie wij medische informatie opvragen om vermoedelijke mishandeling te onderzoeken, niet meewerken.’ Volgens de meldcode voor artsen mogen zij informatie delen, ook als ouders dat niet willen, als een kind anders schade lijdt. Maar een arts moet wel eerst proberen toestemming te krijgen van ouders. Worm: ‘Als die vraag dan wordt beantwoord met een intimiderende mail van een advocaat, zijn veel specialisten erg terughoudend. Vaak op advies van de jurist van het ziekenhuis, die negatieve publiciteit voor de organisatie wil voorkomen. Maar het gaat hier wel over de veiligheid van een kind.’
Kindermishandeling door falsificatie is zeer zeldzaam. In 2022 ontving Veilig Thuis 35 meldingen (onbekend is in hoeveel daarvan het vermoeden van falsificatie werd bevestigd). Kinderarts Teeuw vermoedt dat dit slechts het topje van de ijsberg is. Deskundigen hopen dat er meer aandacht voor komt, want de zaak van Mike laat zien hoe tragisch het kan aflopen.
Op 12 februari 2020 komt de dan 11-jarige Mike niet lekker uit school. Hij is in de pauze gevallen. Zijn moeder stuurt hem naar zijn slaapkamer om uit te rusten. Mike kijkt filmpjes op zijn tablet.
Zijn moeder geeft hem even later een zetpil. Paracetamol, zegt Jolanda, omdat hij klaagt over hoofdpijn. Daarna spuit ze met een injectienaald een vloeistof bij hem in. Mike wordt kort daarop duizelig en valt flauw. Het lukt zijn zus niet om hem wakker te maken. Ze roept haar moeder.
De laatste middag uit Mikes leven kan in de rechtszaal minuti Source: Volkskrant