Dat Greenpeace de staat voor de rechter zou slepen, zat er al een tijdje aan te komen. In februari sommeerde de milieuclub het kabinet al om de uitstoot van stikstof sneller terug te dringen. Op dat moment werkte de politiek daar echter nog hard aan.
Inmiddels is het duidelijk dat er geen Landbouwakkoord komt. Bovendien is het kabinet gevallen. Greenpeace vreest nu dat het stikstofbeleid stil komt te liggen. Die tijd heeft de natuur niet, zegt Greenpeace. Voor eind 2025 moet de uitstoot van stikstof sterk zijn teruggedrongen, anders is de schade aan de natuur onherstelbaar, vreest Greenpeace, dat zegt geen andere keuze meer te zien dan naar de rechter stappen.
Over de auteur
Joram Bolle is algemeen verslaggever van de Volkskrant.
Concreet wil Greenpeace dat het kabinet aantoonbaar effectieve maatregelen treft om de uitstoot van stikstof voor eind 2025 sterk te reduceren. Te veel maatregelen, zoals de uitkoop van piekbelasters in de agrarische sector, zijn nu nog vrijwillig van aard. Greenpeace vreest dat het kabinet daardoor de natuurdoelstellingen niet haalt.
Nederland heeft 52 verschillende soorten natuurgebieden. Van die 52 soorten gebieden, zoals witte duinen, zure vennen en droge heiden, zijn er veertien er zo slecht aan toe dat acuut ingrijpen noodzakelijk is, blijkt uit ecologisch onderzoek van wetenschappers van de Radboud Universiteit. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om zandverstuivingen, heischrale graslanden en oude eikenbossen.
Greenpeace eist dat eind 2025 de stikstofuitstoot in die gebieden is gedaald tot onder de zogenoemde kritische depositiewaarde (kdw). Als er meer neerslag van stikstof plaatsvindt, is de kans op onomkeerbare natuurschade groot.
Die eis is ambitieuzer dan de doelstelling van het kabinet. In de stikstofwet is in 2021 vastgelegd dat 40 procent van de stikstofgevoelige natuur eind 2025 onder de kdw moet zijn gebracht. De soorten gebieden die Greenpeace noemt zijn goed voor tweederde van de stikstofgevoelige natuur.
Mocht de rechter Greenpeace gelijk geven, dan is het aan het kabinet hoe het vervolgens aan die eis voldoet. Een rechter zal hooguit zeggen dat er reductie moet plaatsvinden, maar niet op welke manier.
Greenpeace wijst op de Europese Habitatrichtlijn, die de basis vormt voor het Nederlandse stikstofbeleid. In die richtlijn is de verplichting opgenomen dat lidstaten passende maatregelen treffen, zodat de kwaliteit van beschermde natuurgebieden en leefgebieden van dieren en planten daarin niet verslechteren.
Die verplichting is niet heel concreet, zegt hoogleraar milieurecht Gerrit van der Veen van de Rijksuniversiteit Groningen: ‘Het lijkt erop dat lidstaten zelf kunnen bepalen welke maatregelen ze nemen om eraan te voldoen. Ook is er geen deadline aan de richtlijn verbonden.’
In de richtlijn is wel een resultaatverplichting opgenomen: het móét gebeuren. Bovendien is er ook een verslechteringsverbod van kracht: de natuur mag niet achteruitgaan. Greenpeace zal dus moeten aantonen dat het Nederlands beleid neerkomt op een overtreding van de resultaatverplichting en het verslechteringsverbod, maar dat is niet eenvoudig, omdat de bepaling de lidstaten wel ruimte laat om zelf te bepalen welke maatregelen ze treffen, aldus Van der Veen.
Een andere mogelijkheid is om het kabinet aan te spreken op het feit dat het door het kabinet zelf gestelde doelen niet nakomt. Greenpeace wil eigenlijk dat de stikstofuitstoot in tweederde van de stikstofgevoelige natuur voor eind 2025 onder de kdw komt, maar de kans bestaat dat ook de 40 procent die het kabinet zichzelf ten doel heeft gesteld niet gehaald wordt.
In de wet wordt dat percentage als resultaatsverplichting genoemd. Van der Veen: ‘Dat is heel interessant en zet de vordering wel kracht bij. In de toelichting bij de wet staat dat de staat in beginsel ook jegens derden is gehouden om te voldoen aan de resultaatsverplichtende omgevingswaarde.’
Zelf haalt Greenpeace de bekende Urgenda-zaak aan. Die uitspraak, die definitief werd in 2019 na een oordeel van de Hoge Raad, betekende dat de staat verplicht werd de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 25 procent te reduceren ten opzichte van 1990.
Er is wel een essentieel verschil, zegt hoogleraar bestuursrecht en duurzaamheid Kars de Graaf van de Rijksuniversiteit Groningen: ‘De Urgenda-zaak draaide om mensenrechten. De rechter bepaalde uiteindelijk dat die geschonden worden als de CO2-uitstoot niet voldoende wordt teruggebracht. Hier is het veel lastiger hard te maken dat er sprake is van een direct gevaar voor mensen als de stikstofuitstoot niet wordt teruggedrongen.’
Van der Veen ziet ook een analogie met een rechtszaak van Milieudefensie over fijnstof, waarbij Nederland de Europese normen overtrad. In 2017 oordeelde de rechter in een kort geding dat Nederland op dit gebied niet voldoende deed, omdat plannen om de uitstoot te verminderen niet ver genoeg gingen. Toen veroordeelde de rechter de staat om alsnog de luchtkwaliteit te verbeteren. Later verloor Milieudefensie een bodemprocedure.
De Graaf vergelijkt de zaak nog op een andere manier met het Urgenda-arrest: ‘Het is volstrekt helder dat er meer moet gebeuren om stikstof te reduceren. Zo’n rechtszaak kan ook de maatschappelijke discussie over een strenger beleid aanzwengelen, net zoals bij Urgenda gebeurde.’
Ook Greenpeace hoopt daarop: ‘Alleen al de aankondiging van juridische stappen in mei 2021 heeft eraan bijgedragen dat het kabinet zijn ambitie verhoogde voor de stikstofreductie in 2030 en een transitiefonds van 25 miljard euro presenteerde.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden