Home

Fijne dag nog

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Ik stak met de nodige vertraging de Zaan over – de noodbrug stond weer eens open, de bevolking zucht onder de pleziervaart – en stond opeens in Wormerveer. Wormer en Wormerveer zijn twee ingrediënten die in dezelfde soep drijven, maar ze voelen zich verheven boven elkaar. Objectief gezien heb je vanuit Wormerveer een geweldig uitzicht op de pakhuizen. Wormer is vanaf daar net een prachtig cadeau, er zou een kaartje bij moeten zitten: ‘niet uitpakken’.

Ik stond met Frida van Roosmalen (2) even stil om te genieten van de zon en het uitzicht, ik werd meteen aangeschreeuwd.

„Ik weet iets wat jij niet weet”, riep een man met een schipperspet die steeds sneller lopend op ons afkwam. Wegfietsen was zinloos. Even later stond hij al voor ons.

„Wist jij dat Mark Rutte, die lambal, nog in Wormerveer heeft gezeten?”

Ik wist het niet, maar het verbaasde ook niet. Ik had de opgestapte minister-president er nooit over gehoord, alle begrip als hij aan deze vlek op zijn cv geen actieve herinnering meer heeft. Begin jaren negentig was hij werkzaam bij Loders Croklaan, toen een onderdeel van Unilever, hij was verantwoordelijk voor opleidingen en trainingen en leidde enkele reorganisaties.

‘Ik heb hem toen de hand mogen schudden”, zei de man. Aan een sanering is niets leuk, maar met terugwerkende kracht kan het toch iets bijzonders zijn. „Wie heeft dit nou meegemaakt?” - „Jij”, zei ik. „Ja”, zei de man. „En in hoeveel dorpen hebben ze dat nou meegemaakt?”

Niet veel natuurlijk.

„Wormer in ieder geval niet”, zei de man op een toon alsof ik pro-Wormer ben.

We vervielen beiden in een diep zwijgen.

„Wat maken ze eigenlijk in die fabriek?” vroeg ik.

- „Oliën”, zei de man, „maar ze zijn al weg hoor. En nou komen d’r woningen. De fabriek is verplaatst. Overal komen woningen, maar het helpt niet natuurlijk.”

Hij trok z’n pet recht en zei dat hij niet zo duurzaam was, dat had hij dan weer wel gemeen met Mark Rutte, want hoe je ook over hem dacht: het kon altijd erger.

In die gedachte vonden we elkaar: alles kan altijd erger.

Hij: „Weet je wat erg is? Mijn zwager is vorig jaar met een caravan van een berg gegleden. In Zwitserland. Wie maakt dat nou mee?”

Ik: „Bijna niemand.”

Hij: „En een fijne dag nog.”

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next