Home

Opinie: Een weergaloze acrobaat die geen ontroering bracht, geen verhaal had en geen beroep deed op ons betere ik

Mark Rutte was een premier voor de mensen die nooit last hebben van de overheid, die nooit domweg pech hebben in het leven. Met de kompas- en ankerloze premier viel er altijd een compromis te bakken. We konden door. Maar zonder vuur of overtuiging, betoogt Sheila Sitalsing.

Aan Mark Rutte is altijd de vraag blijven kleven hoe lang een man kompasloos door de politiek kan navigeren. Nu, bij zijn afscheid, wordt vaak weer de ‘wie visie zoekt, moet naar de oogarts’-uitspraak van hem aangehaald – een uitspraak die een eigen leven ging leiden en waar hij daarom al snel spijt van had – maar het is een misverstand dat hij geen visie zou hebben. Of ‘géén idee!’ had.

Hij had, zeker in het begin, last van te véél ideeën. En van veel enthousiasme, wat zich al snel laat verwarren met ideeën. Hij is altijd blijven geloven in de vrije markt als ordenend principe en als leverancier van welvaart. Hij is ook altijd blijven geloven in een overheid die mensen niet nodeloos moet beknotten in hun persoonlijke vrijheid en hun eigen keuzes, ook domme of slechte.

Over de auteur
Sheila Sitalsing is journalist en presenteert de dagelijkse nieuwspodcast van de Volkskrant. Zij was jarenlang politiek redacteur en later vaste columnist op pagina 2 van de Volkskrant. Ze schreef de biografie Mark, portret van een premier.

Dat heet tegenwoordig al gauw ‘neoliberalisme’, maar het is een vrij klassieke maatschappijopvatting die je gerust het beginnetje van een visie kan noemen. Toen hem in een televisieprogramma werd gevraagd naar zijn ‘liefste wens voor Nederland’, antwoordde hij zonder aarzelen: ‘Dat mensen die een bedrijf willen opstarten, dat binnen een dag kunnen, zonder bureaucratie.’ Hij was toen al een jaar premier.

Nee, wat miste waren niet de ideeën, of de opvatting over welke richting het op moest met het land. Die waren er, al waren ze sterk onderhevig aan de waan van de dag en de wensen van de toevallige coalitiepartner. Wat miste was iets fundamentelers: een kern, een kompas, het vermogen tot lijden onder de gevolgen van je keuzes.

Rutte kwam aan de macht in een tijd dat het land genoeg had van appèls op moraliteit. Het normen-en-waardenoffensief van zijn voorganger Balkenende is bespot en beschimpt als burgertrutterij. Het land wilde en kreeg iemand die niet kwam aan zetten met verhalen over wat ons bindt en wat on scheidt, en over dromen en verlangens, maar met ‘gewoon normaal doen’. Met een punt ertussen werd het een slogan: Normaal. Doen.

Het was Niek Jan van Kesteren, de man die als überlobbyist voor het bedrijfsleven, influencer van menig premier en CDA-senator decennialang in het hart van de macht heeft verkeerd, die het heel precies wist te formuleren. Toen hij onlangs in NRC het fenomeen Mark Rutte vergeleek met het fenomeen Ruud Lubbers typeerde hij ze als beiden volledig gericht op de macht, beiden schier onschendbaar, maar ‘het verschil tussen de twee is dat Ruud Lubbers zich de dingen aantrok, eronder leed’. ‘Rutte heeft dat helemaal niet.’

Het probleem is niet de machtsoriëntatie geweest – Van Kesteren noemde die ‘rücksichtslos’, genadeloos, en dat klopt, Rutte kan nietsontziend zijn en bondgenoten laten sneuvelen met een snelheid en luchthartigheid waar minder geharde politici van schrikken, vraag maar aan Job Cohen – want een politicus die geen macht ambieert is geen politicus.

Wezenlijk geraakt worden, dát is wat miste.

Niet dat hij niet geraakt kón worden. Zie de aanslag op de MH17 en de moord op 298 burgers; dit was misschien wel het enige dossier dat door hem niet werd benaderd als een boeiende bestuurlijke puzzel die viel op te lossen met wat comfort voor de één en een geitenpaadje voor de ander. Wat hem anders maakt dan zijn voorgangers is het gebrek aan het vermogen tot lijden namens de mensen die worden vermalen door de overheid, of je nou in een wankel huis in Groningen moet bewijzen dat een scheur nieuw is, aan het loket bij de fraude-afdeling van de Belastingdienst met een nee-zeggende computer in debat moet wegens een fout ingevuld formulier, of een kapotte stofzuiger moet meeslepen naar het kantoor van de sociale dienst om en plein public te bewijzen dat hij echt stuk is. Hij was een premier voor de mensen die nooit last hebben van de overheid, die nooit domweg pech hebben in het leven.

In dit polderland geldt het compromis als het hoogste en mooiste dat er is. We kunnen dóór, weliswaar met een gedrocht van een onderhandelingsresultaat, maar liever een gedrocht dan strijden. In sterven voor je idealen zijn Nederlanders nooit goed geweest. Niet voor niets bezong PvdA’er Diederik Samsom bij zijn afscheid ‘de gruwelijke schoonheid’ van het compromis. Maar lelijke compromissen slaan ook alles dood. Ze slaan het vuur eruit en de overtuiging en ze ontregelen het kompas. Met een kompas- en ankerloze premier viel er altijd een compromis te bakken. We konden altijd door, linksom of rechtsom. Maar zonder vuur of overtuiging.

Zo kon het komen dat we zaten te kijken naar een buitengewoon vaardige acrobaat, de beste ooit misschien, die het ambacht tot in de puntjes beheerste, die de anderen altijd te slim en te snel af was, die al jonglerend met de werkelijkheid kon rennen over het slappe touw, terwijl iedereen die hem dat na probeerde te doen eraf donderde. Een weergaloze acrobaat ook, die het publiek kon amuseren en ontzag kon inboezemen, maar geen ontroering bracht, geen verhaal, geen beroep deed op ons betere ik.

Collega Bart Dirks was erbij toen in 2010 in het Carlton Beach Hotel in Scheveningen de VVD voor het eerst de grootste werd. Er werd uitzinnig gehost, zag hij. Niemand had meer tijd of belangstelling voor het televisiescherm, waarop op dat moment te zien was hoe Jan Peter Balkenende zijn vertrek aankondigde, als een geslagen hond. De hossende lijven waren al bezig met de nieuwe werkelijkheid. Zo gaat dat in de wereld van de machtspolitiek, en zo gaat dat nu. De koning is dood, lang leve de koning.

Waar de kern van Mark Rutte zat, en wat erin zit, is voor later, voor historici.

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next