In de Beijneshal, een afgedankte gymzaal in hartje Haarlem, vond onlangs een kleine revolutie plaats. De asielzoekers die er sinds twee weken verblijven hebben niet alleen een dak boven hun hoofd, maar óók een plafond.
Normaal is dat niet. Op veel crisisnoodopvanglocaties kijken asielzoekers ‘s ochtends direct in het tl-licht van de gymzaal waarin ze slapen. Dunne, lage scheidingswanden dienen als muur, een gordijntje als deur. De stemmen van honderden mensen galmen in het rond. Die omstandigheden maken deze mensen kwetsbaarder dan ze al zijn, benadrukken hulporganisaties en onderzoekers steeds weer.
In de Beijneshal werden vorig jaar ook al asielzoekers opgevangen, gezinnen vooral. Die sliepen in tenten. In allerijl waren die er neergezet vanuit de gedachte dat alles beter is dan een gymzaal vol veldbedden. Het zou ook maar voor een paar dagen zijn, was het idee. Uiteindelijk zouden de gezinnen negen maanden in die tenten slapen.
Toen het Rode Kruis onlangs weer het verzoek kreeg om de gymzaal in te richten als crisisnoodopvanglocatie, stelde de organisatie eisen. In rap tempo werden er kamertjes gebouwd, met een systeemplafond, een ventilatiesysteem en een deur. ‘Niemand wil crisisnoodopvang’, zegt Heleen van den Berg, directeur nationale hulp van het Rode Kruis. ‘Maar de nood is hoog. En als wij het doen, wordt het tenminste beter.’
‘Ja, dat zijn mixed emotions. Kunnen we hier trots op zijn? Nee, want crisisnoodopvang is ziekmakend, bleek onlangs uit ons eigen onderzoek. Terwijl het een taak van de overheid is om asielzoekers goed op te vangen. Door ons is er nu wel meer besef van wat menswaardigheid betekent. Als een gemeente belt met het verzoek om te helpen snel een locatie in te richten, zeggen we inmiddels: alleen op onze voorwaarden. Met plafonds, meer sanitair, een keuken waar mensen kunnen helpen met koken. Opvang in die tentjes zou nu niet meer gebeuren. Daarin hebben we het afgelopen jaar zelf dus ook een ontwikkeling doorgemaakt.’
Het Rode Kruis is een noodhulporganisatie. Medewerkers krijgen een telefoontje bij calamiteiten, als er bijvoorbeeld een grote brand is en er snel geëvacueerden opgevangen moeten worden. Of als er prompt een sporthal moet worden ingericht omdat er te weinig bedden in Ter Apel zijn. ‘Flitscrises’, noemt Van den Berg die.
Maar in de afgelopen jaren is er iets veranderd. Het Rode Kruis is veel meer hulp in Nederland gaan bieden. En die is veelal ook nog eens structureel van aard. Zo runt de organisatie tien (crisis)noodopvanglocaties waar in totaal meer dan duizend asielzoekers worden opgevangen. Dit type opvang is maar bedoeld voor een paar dagen, maar in de praktijk verblijven asielzoekers er maandenlang.
Onlangs stak de noodhulporganisatie de hand op voor een vaste rol, om zo een partner naast het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) te worden, de uitvoeringsorganisatie die wettelijk verantwoordelijk is. ‘We willen dat die crisisnoodopvang verschuift naar kleinschalige, menswaardige opvang. Hoe kunnen we daarbij helpen? Door het zelf te gaan doen. Daarom hebben we een maand geleden een contract afgesloten met het ministerie van Justitie en Veiligheid en het COA. Nu willen we met gemeenten in gesprek om die locaties te runnen.’
Zo loopt het Rode Kruis meer gaten dicht in Nederland. Mensen die niet rond kunnen komen, werkende armen bijvoorbeeld, krijgen boodschappenkaarten. ‘Vorig jaar bleek uit ons onderzoek dat 400 duizend Nederlanders voedselarmoede ervaren: maaltijden overslaan, of drie dagen leven op pannenkoeken die in de aanbieding waren. Die onzichtbare groep proberen we te bereiken.’
Een op de vijf basisscholen doet mee aan het programma dat honger in de klas moet voorkomen. Het Jeugd Educatie Fonds verzorgt op duizend scholen schoolmaaltijden, het Rode Kruis verstrekt op ruim vierhonderd scholen geldkaarten aan gezinnen die het moeilijk hebben. Daarmee kunnen ouders wekelijks voor 11 euro per kind boodschappen doen. ‘Die scholen weten heel goed wie in nood is. Docenten kunnen ouders dan op een integere manier benaderen, zonder stigma. Zelf kunnen bepalen wat je eet; daarmee komt de waardigheid terug.’
Van den Berg zegt ook: ‘We zijn trots op de rol die we spelen. Maar het is natuurlijk ernstig dat het nodig is.’
‘Corona heeft tot een stapeling van problemen geleid. En het zijn gewoon zware tijden. De energielasten die gestegen zijn, de inflatie. We zijn er voor de mensen in nood, dat zit in het dna van het Rode Kruis. Maar we vinden natuurlijk ook dat er structurele oplossingen moeten komen.’
‘Wij zijn een neutrale organisatie. Natuurlijk voeren wij het gesprek met de overheid. Wij zien wat er gebeurt, doen onderzoek, vertellen de verhalen van de mensen in nood. De mensen die het zwaar hebben, brengen we dichterbij.’
‘Zeker. De opvang van asielzoekers is een wettelijke taak van de overheid, het schoolsysteem is een wettelijke taak. Dat benadrukken we elke keer. We zitten nu eigenlijk in een continue crisis en daarmee verandert ook de wijze waarop je hulp verleent. We moeten het allemaal met elkaar doen. Dat is het beste voor de mensen die het nodig hebben.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden