Home

Wat betekent de collectieve verdediging van Navo-grondgebied voor de Nederlandse militairen in Litouwen?

Eindeloze bossen, uitgestrekte velden, kleine stille dorpjes met oude of opgeknapte gele houten huisjes, waar ooievaars deftig rondstappen op het gemaaide gras: de omgeving waar de Nederlandse militairen in Litouwen zijn gelegerd, als onderdeel van een multinationale Navo battle group onder Duitse leiding, oogt idyllisch.

Maar de schijn bedriegt. Dit gebied ligt vlakbij de grens met Belarus. En Litouwen grenst ook aan de Russische exclave Kaliningrad. De Baltische landen behoren tot de kwetsbaarste plekken van het Navo-grondgebied waarvan, zoals de mantra nu is, ‘every inch’ verdedigd zal worden. Dat verklaart waarom aan de rand van Rukla, het kleine garnizoensdorpje waar de hoofdkwartieren zijn gevestigd van de Litouwse Iron Wolf brigade en de multinationale Navo battlegroup, een groot terrein is ontgonnen.

‘Daar bouwen de Litouwers een nieuwe logistieke basis’, zegt kapitein Brent, een 29-jarige genist in een gesprek op de legerbasis die tot 32 jaar geleden gebruikt werd door het Sovjetleger. ‘Er komen loodsen, het wordt de nieuwe plek voor de voertuigen.’ De Litouwers ‘zijn sowieso proactief als het gaat om het uitbreiden van schiet- en oefenterreinen’, zegt zijn collega, luitenant Vince (34).

Naar de reden hoeft niemand te gissen. De wens van de Baltische landen om meer Navo-aanwezigheid was al gegroeid na Ruslands eerste invasie van Oekraïne in 2014. Dat was de oorsprong van de ‘voorwaartse presentie’ van de Navo met battlegroups langs de oostflank (in Litouwen sinds 2017). Maar sinds de tweede invasie heeft het verdedigen van elke vierkante centimeter Navogebied nieuwe urgentie gekregen.

De Litouwers staan er sowieso anders in dan de Nederlanders, heeft kapitein Brent gemerkt. ‘We deden recentelijk een tactische oefening in een stad. Waarbij we ervan uitgingen dat de vijand die stad zou aanvallen. Toen ik dat scenario vertaalde naar een Nederlandse stad, zeg Rotterdam, kwam dat wel even aan. Maar mijn Litouwse collega zei: “Wij leven al decennia met en naast onze vijand.” Voor hen is het gewoon een staat van zijn.’

Ondertussen bereidt de alliantie een terugkeer naar collectieve verdediging voor die voor alle bondgenoten grote gevolgen krijgt. Op het Navohoofdkwartier in Brussel weerklinkt: ‘We waren de afgelopen twintig jaar in winterslaap, maar nu niet meer.’

De snelle reactiemacht van de Navo is sinds Ruslands tweede invasie uitgebreid tot 40 duizend militairen die op korte termijn onder bevel van Saceur, de afkorting voor hoogste Navo-commandant, kunnen komen te staan. Dat is maar het begin. In Vilnius worden militaire plannen afgezegend waarmee de alliantie terugkeert naar de afbakening van het Navo-territoir in drie sectoren, Noord, Centraal en Zuid, zodat bondgenoten weten waar ze hun eenheden zullen inzetten als het nodig is.

De komende jaren wil de alliantie toewerken naar een systeem waarin binnen een maand 300 duizend militairen klaarstaan om te vertrekken naar het front. Toen dit aantal viel tijdens de top van Madrid schrokken sommige bondgenoten er zelf van. Dit is een ambitieuze doelstelling. De eenheden van die militairen moeten namelijk helemaal gevuld zijn, ze moeten hun eigen ondersteuning mee kunnen nemen, en ze moeten volledig zijn getraind en van materieel voorzien.

Dick Zandee, defensieonderzoeker bij Instituut Clingendael, rekent voor wat dat voor Nederland betekent. ‘Stel dat Nederland een brigade levert, dan betekent dat het gehele personeel, plus het materieel, inclusief de vuursteun en de logistieke ondersteuning binnen een aantal dagen, een week of een maand inzetbaar moet zijn. Dat is nogal wat.’

Volgens Zandee is de terugkeer naar collectieve verdediging ‘veel ambitieuzer dan veel politici zich zullen realiseren’. Met zo’n hoge gereedstelling moeten er complete bataljons en brigades klaar staan. ‘Je kunt het niet meer bij elkaar rapen. Complete gevechtseenheden moeten gevechtsgereed zijn. De landmacht heeft in elk geval een extra bataljon nodig, al dan niet met tanks. Het zal veel investeringen vergen, en de vraag is : hoe gaan we ons personele probleem oplossen?’

Defensie zit momenteel midden in die transitie, zegt overste Roberto (42), de plaatsvervangend bataljonscommandant van de battlegroup. Het Nederlandse contingent in Litouwen bestaat momenteel uit zo’n 270 militairen, een gemechaniseerde eenheid voorzien van onder meer zestien CV90 infanteriegevechtsvoertuigen en vier Boxer pantserwielvoertuigen.

De CV90s worden inmiddels gemoderniseerd, maar bij de Boxers mag er ook wel een tandje bij, qua vuurkracht, vindt kapitein Brent. ‘Er hoort betere bewapening bij dan de .50 mitrailleur die er nu op zit.’ Overste Roberto merkt op dat er al geëxperimenteerd wordt, samen met de Duitsers en Britten, om er een ‘toren’ op te zetten met een 30mm kanon.

De ervaringen van de oorlog in Oekraïne vinden op tal van plekken hun weerslag in de krijgsmacht, ook in de battlegroup. ‘De grote zichtbaarheid van boven betekent dat we de camouflage aanpassen, en ook actiever zijn met sporendiscipline’, zegt overste Roberto. ‘En de commandoposten houden we om die reden ook zo klein mogelijk’, vult kapitein Brent aan. Net als in Oekraïne wordt steeds meer met drones geëxperimenteerd.

De militairen zijn blij met het betere en zwaardere materieel dat gaandeweg weer de landmacht binnenstroomt, maar de personele vulling, dat blijft tobben. De eenheden van de landmacht zijn voor zo’n 65-70 procent gevuld. ‘Je kunt tanks kopen, maar je moet ook de mensen vinden om zo’n nieuwe tankeenheid te vullen’, zegt kapitein Brent.

Geen wonder dat binnen de landmacht en de marine, waar hetzelfde probleem speelt, verlekkerd wordt gekeken naar het Zweedse vrijwillige jaar dienrecht, dat zo populair is onder Zweedse jongeren dat er jaarlijks mensen moeten worden afgewezen.

Duitsland heeft onlangs aangekondigd een brigade van vierduizend militairen in Litouwen te gaan stationeren. Dat zal enorme infrastructurele investeringen vergen die het aannemelijk maken dat dit plan pas over jaren gerealiseerd wordt. ‘Al bouwen Litouwers heel snel’, zegt overste Roberto.

Voorlopig zullen versterkingen – militairen, materieel en ondersteuning – zo snel mogelijk over land (en via de lucht en de zee) moeten worden aangevoerd. Ook op dat vlak wordt al geoefend en gepoogd blokkades weg te nemen.

Admiraal Rob Bauer, de voorzitter van het militair comité van de Navo, was er duidelijk over bij een recente persconferentie: Rusland zal zijn militaire kracht herstellen, dus de Navo moet gereed zijn. De aanpassingen die dat vergt zullen ‘jaren’ duren, voegde hij eraan toe. ‘Het is geen knop die je even om kunt zetten.’

De transformatie zal nog even duren, maar als er morgen oorlog uitbreekt is Litouwen er klaar voor. Overste Roberto: ‘Ze hebben hele gedetailleerde plannen. Niet alleen de krijgsmacht, het hele land stopt en gaat zich inzetten voor zelfverdediging en het voortbestaan van de natie. Net als in Oekraïne.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next