N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Zondagmiddag zat ik met de oudste zoon van mijn zus op de kade en hadden we het over de val van het kabinet. „Ik kan me geen andere premier dan Rutte herinneren”, zei hij. „Het zou een ramp zijn als die man nog een termijn blijft, maar ja, het zal hem waarschijnlijk wel weer lukken. Hij is nog genoeg zetels waard.”
Hij zuchtte. Mijn leerlingen, mijn studenten, allen hadden zich bij Rutte neergelegd als bij een chronische ziekte. Je moest er maar mee zien te leren leven. En zo ging mijn neef vorig jaar vrijwilligen bij een steunpunt voor jonge mensen die geen woning kunnen vinden, en maakt zijn jongere broer schoon bij oudere familieleden die geen thuiszorg kunnen krijgen. Voor wie nu denkt dat dit fanatieke deugers zijn: ze zijn niet idealistisch en ook niet naïef. Ze doen het simpelweg om zich niet helemaal machteloos te voelen.
Mijn neef gooide steentjes in het water, de ene keer zag je een kleine rimpeling, dan weer een grote, maar de boel was tenminste in beweging. Hij vertelde over de economisch daklozen die hij tegenkomt, mensen met een baan of studie maar geen huis. Sommigen zijn amper ouder dan hij.
„Je zou toch zeggen dat toen wij werden geboren men er ook even bij stilstond dat wij twintig jaar later ergens zouden kunnen wonen. Maar goed, misschien was de overheid niet meer tot zulk langetermijndenken in staat.”
Hij klonk verontrustend neutraal.
Toen maandagochtend bekend werd dat Rutte opstapt, explodeerde de familie-app. Wat me opviel was het enorme enthousiasme onder de oudere leden, en de gelatenheid onder de jongere. „Je weet niet wat je ervoor terugkrijgt”, schreef mijn achternicht R (24).
„Rutte heeft een politieke cultuur geschapen waar de gemiddelde Nederlander al niets aan heeft, laat staan de jeugd. Het is wachten op de volgende leugenaar”, zei mijn neef toen ik hem erover belde.
„Je gaat dus door met vrijwilligen bij je woningsteunpunt?”
„Zeker. De boel moet blijven draaien. Ik heb de hoop allang opgegeven dat de politiek ooit nog iets voor mij zal doen. We moeten zelf aan de slag. Beter een autarkie dan afhankelijk van die club in Den Haag.”
„Je lijkt niet eens defaitistisch.”
„Ach nou ja, elke nieuwe generatie ruimt toch de bende van de vorige op? Is het ooit anders geweest?” zei hij mild.
„Jullie zitten wel met enorme puinhopen opgezadeld.”
Even klonk er ruis aan de andere kant van de lijn waardoor ik dacht dat hij had opgehangen, maar toen zei hij: „Straks zouden we ons nog gaan vervelen, hier aan de andere kant van de kloof.”
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC