Home

In de Tour is sprinter Philipsen in grote vorm maar ‘Jasper weet niet altijd wat hij doet’

Bijna elke ploeg heeft een sprinter die de opdracht heeft de etappe te winnen als die eindigt met een massale aankomst. Iedere sprinter heeft op zijn beurt een zogenoemde lead-out, een ploeggenoot en windvanger die tot vlak voor de finish voor hem uitrijdt en zo laat mogelijk uit de weg gaat. Bij de Belgische ploeg Alpecin-Deceuninck fietst het duo dat tot dusver de beste combinatie vormt.

Jasper Philipsen was al een goede sprinter. Hij won in de vorige Tour niet voor niets de slotetappe op de Champ-Élysées in Parijs. Dat officieuze WK voor sprinters heeft een hoge moeilijkheidsgraad. Niet alleen door de verwachtingen, omdat de slotetappe altijd in een moordende sprint op de kleine kasseien uitmondt. Ook omdat het een prestatie is überhaupt mee te doen. Sprinters zijn geen klimmers, maar moeten zich wel in de loop van drie weken over de ene na de andere berg hijsen.

Over de auteur

Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever journalistiekprijs De Tegel.

Dit jaar presteert Philipsen beter dan ooit, want hij heeft een van de beste renners van de wereld voor zich rijden: Mathieu van der Poel. Vier keer eindigde een Touretappe tot dusver in een massasprint, vier keer zette Van der Poel zijn ploeggenoot af, drie keer maakte Philipsen het voorwerk van de Nederlander af.

Een prima score die de ploeg de vooraf gewenste groene trui opleverde. Het doel voor de rest van de Tour: de leiding in het sprintersklassement behouden, misschien nog een massasprint winnen en dan bij voorkeur weer die laatste in Parijs.

‘Dat zou mooi zijn’, zegt Van der Poel. ‘En in Parijs dan ook de groene trui hebben, daar wil ik graag deel van uitmaken.’ Hij en Philipsen spreken de pers op de eerste rustdag in de tuin van het rennershotel in Issoire, de finishplaats van de Touretappe van dinsdag. Een rit waarin het nu eens de beurt moet zijn aan Van der Poel om het zegegebaar te maken.

Het is op zijn zachtst gezegd ongebruikelijk om zo’n succesvolle renner als hij in te zetten als lead-out, feitelijk een knecht. Maar, zegt Van der Poel: ‘Ik zit er niet mee om mezelf weg te cijferen. Het voorjaar dat ik heb gehad, maakt dat wel iets makkelijker.’ Zijn wielerseizoen is immers al geslaagd met liefst twee monumentale zeges in maart en april: Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix.

In de kasseienklassieker werd Philipsen overigens knap tweede door Wout van Aert van Jumbo-Visma in een sprint-a-deux te verslaan. ‘Jasper heeft veel meer inhoud gekregen’, analyseert zijn luxe lead-out. ‘Als je tweede wordt in Roubaix, heb je natuurlijk een redelijk grote motor. Hij heeft op het einde van de wedstrijd nog net dat tikkeltje meer overschot.’

De 25-jarige Philipsen is prof sinds 2019 en liet een jaar later in de Vuelta voor het eerst van zich horen met sprintwinst in de vijftiende etappe, in de derde week van een grote ronde dus. In dat jaar reed hij in UAE, de ploeg van Tadej Pogacar. De twee zijn goed bevriend; als Philipsen wint is de tweevoudig Tourwinnaar steevast een van de eersten die de Belg feliciteert.

Zoals het een specialist betaamt, won Philipsen de Scheldeprijs, het jaarlijkse sprintersbal in Schoten bij Antwerpen, twee keer. Met Van der Poel als sprintaantrekker pakte hij in 2023 tot dusver zes etappes: twee in rittenkoers Tirreno-Adriatico, één in de Baloise Belgium Tour waarna zijn drieslag in de Ronde van Frankrijk volgde.

Wat opvalt aan die drie ritzeges: steeds moest de wedstrijdjury eraan te pas komen om Philipsen het groene licht te geven. Naar de sprint die hij verloor van de Deen Mads Pedersen, in de achtste etappe naar Limoges, hoefde de jury, de VAR, dan weer niet te kijken.

Er is dan ook kritiek op de wijze waarop Philipsen sprint. De Nederlander Danny van Poppel, de sprinter die lead-out werd en de Belg deze Tour van dichtbij kan gadeslaan, verklaarde dat ‘Jasper niet altijd weet wat hij doet’. Volgens de zoon van topsprinter Jean-Paul van Poppel, 22-voudig etappewinnaar in grote ronden waarvan negen in de Tour, zorgt Philipsen voor gevaarlijke situaties.

Bij zijn eerste en derde gewonnen sprint duwde hij respectievelijk Van Aert en Biniam Girmay naar hun smaak tegen de boarding. En toen Philipsen aanzette om achter Van der Poel aan te gaan en naar zijn tweede zege te sprinten, bracht hij mogelijk Fabio Jakobsen ten val. ‘Jasper doet dat allemaal niet met opzet’, benadrukte Van Poppel.

‘Ik zou zelf nooit iemand in gevaar willen brengen’, begint de groenetruidrager zijn reactie. ‘De jury maakt voorlopig ook heel rationele keuzes. Het zou zuur zijn als ik ergens punten voor het puntenklassement bestraft zou krijgen door een manoeuvre waarvan ik zelf niet echt bewust ben.’

‘Geen sprint is zonder risico', is het motto van Van der Poel. Het is een specialistisch vak, vindt Philipsen. ‘Je vecht voor positie, want positioneren is 90 procent van de sprint. De foutenmarges zijn klein, de snelheid hoog en je rijdt heel kort op elkaar.’ Tijd om de situatie rondom eens even te analyseren is er niet. ‘En ik heb natuurlijk geen ogen op mijn rug.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next