Ik lees maar steeds over financiële vergoedingen voor het slavernijverleden, toen mensen werkten zonder recht op loon. Maar waar zouden die hedendaagse vergoedingen dan op gebaseerd moeten zijn?
Op de hongerlonen van de toenmalige arbeiders, die werkweken van 60 uur maakten tegen lonen die zo laag waren dat hun kinderen vanaf zes jaar ook naar de fabriek moesten voor een paar centen extra in de week?
Kinderarbeid was in de 19de eeuw een veel voorkomend euvel in Nederland, en die was juist op de lage lonen van de vaders gebaseerd, zodat mensen wel gedwongen waren om hun kinderen te laten werken tegen nog lagere lonen. Veel Nederlandse werkgevers waren totaal gewetenloos. Ten opzichte van de slaven in onze koloniën, maar ook ten opzichte van de Nederlandse arbeiders.
Dit is echter een werkelijkheid die onbenoemd blijft in de huidige slavernijdiscussie. De koning heeft de slavernij een misdaad tegen de mensheid genoemd, en dat was het ook, maar hoe zou hij de vreselijke arbeidsomstandigheden van de 19de-eeuwse Nederlandse arbeiders dan noemen? En dat staat nog los van de erbarmelijke huisvesting, het totale gebrek aan sociale en medische zorg en het feit dat veel kinderen geen enkele vorm van onderwijs kregen, omdat ze al op zeer jonge leeftijd moesten werken. De hele dag, zes dagen per week.
Femma Markestein, Bussum
Ik ben het eens dat er concrete daden nodig zijn en dus geld gereserveerd moet worden voor zaken als aandacht voor geschiedenisonderwijs over slavernij en koloniale overheersing, anti-discriminatie maatregelen, et cetera. Begin echter niet aan berekeningen over herstelbetalingen, dat suggereert dat je kunt bepalen hoe groot die schuld heden ten dage is.
Gezien de complexe oorzakelijkheid en de lange termijn lukt het nooit om daar maatschappelijke consensus over te krijgen. Richt je berekeningen volledig op wat nu nodig is aan concrete maatregelen tegen discriminatie, te weinig kennis over de slavernij, achterstelling door armoede, enzovoorts. Daar is veel creativiteit en geld voor nodig, want het zal een taai langdurig sociaal leerproces zijn.
En stap alsjeblieft niet in de valkuil om de ontwikkeling van Suriname en de Caribische eilanden te forceren met ‘ontwikkelingsgeld’. In de afgelopen 60 jaar veroorzaakte ‘ontwikkelingshulp’ van Nederland in tientallen ontwikkelingslanden juist corruptie en misstanden. De les is en blijft (helaas): je kunt een land niet ontwikkelen door grote bedragen in een maatschappij te pompen. Wat er dan gebeurt in de door cliëntelisme doordrenkte samenlevingen, laat zich inmiddels wel raden.
Sjef Kaufman, gepensioneerd ontwikkelingswerker, Wageningen
In zijn bijdrage over ‘onvermijdelijke herstelbetalingen’ voor het slavernijverleden geeft Peter M. Wolff blijk van gebrek aan kennis over de Nederlandse sociaaleconomische verhoudingen in de 19de en begin 20ste eeuw. Volgens hem werden de niet uitgekeerde salarissen, overwerktoeslagen, vakantiegeld, pensioen-of ziektegeld van tot slaaf gemaakten ‘succesvol geherinvesteerd in de Nederlandse samenleving’.
Dit moge zo zijn, maar gelooft Wolff dat dergelijke uitkeringen wel werden gedaan aan uitgebuite Drentse veenarbeiders, Groningse landarbeiders en fabrieks- en havenarbeiders? Die werden weliswaar betaald voor hun werk, maar zo weinig dat ze er nauwelijks van konden rondkomen. Zijn ook hun niet-uitgekeerde toeslagen ‘succesvol geherinvesteerd’ in de Nederlandse samenleving? Zo ja, hebben de nazaten van al die groepen dan ook recht op ‘onvermijdelijke herstelbetalingen’?
Mensen van kleur ondervinden ondanks de uitgebreide voorlichting nog altijd discriminatie, maar het verband met niet-uitgekeerde vergoedingen is twijfelachtig. In plaats van herstelbetalingen kan enige mate van positieve discriminatie worden overwogen.
Louis van Empelen, Dordrecht
Peter M. Wolff stelt niet onterecht dat tot op de dag van vandaag in Nederland de vruchten worden geplukt van de investeringen gedaan met geld dat ooit verdiend is door slavernij en slavenhandel.
Echter, dat de aangerichte schade in de vorm smartengeld en herstelbetalingen zouden moeten worden uitgekeerd via een nieuw op te zetten ontwikkelingsfonds is daarvan geen logisch uitvloeisel.
De ware slachtoffers zijn niet meer in leven en kunnen niet gecompenseerd worden. Hun nazaten in Nederland hebben evenveel profijt van de succesvolle investeringen als de rest van de samenleving.
Richting Suriname en de Caribische eilanden zijn decennialang grote geldstromen gegaan die niet veel verbetering hebben opgeleverd. Dat toont eerst en vooral aan dat de achterstand in ontwikkeling daar niet zozeer het gevolg is van slavernij, maar vooral een kwestie is van slecht bestuur. Nog meer geld in een bodemloze put storten is zinloos.
Dat de nazaten van tot slaaf gemaakten hinder ondervinden van racisme en discriminatie is evident, ter bestrijding daarvan staat echter al een niet onaanzienlijk bedrag van 200 miljoen euro ter beschikking. Na de komma moet er ooit een punt worden gezet. Na de gevraagde en verkregen excuses van de koning is dat punt nu gekomen. Er kunnen niet eindeloos nieuwe eisen worden gesteld.
Ton ten Barge, De Heurne
Herstelbetalingen in de vorm van een ontwikkelingsfonds zijn heel terecht. Maar onwillekeurig denk ik aan mijn overgrootvader, die in 1902 als arbeider-wisselwachter bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij werkzaam was en 1,20 gulden per dag verdiende. Ongetwijfeld zwaar werk. Zijn dochter, mijn oma, kreeg zes kinderen. Haar man, mijn grootvader, overleed op 42-jarige leeftijd. Ze werd weduwe toen ze 35 jaar was en verhuisde uit armoede met haar kinderen vanuit Oost-Nederland naar Zuid-Limburg, zodat haar twee zonen in de kolenmijnen konden werken.
Dit soort situaties kwamen in die tijd in de meeste huishoudens voor. In 1954 overleed zij, zonder ooit een basis-pensioen te hebben ontvangen. Om te overleven woonde zij om de beurt bij één van haar drie dochters. Dat ik, en vele andere mensen die afkomstig zijn uit armoedige en slechte omstandigheden, me heb kunnen ontwikkelen stemt me dankbaar. Maar ook sceptisch.
Jeannette Plaats, Vianen
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden