Home

Een kabinet met de BBB als grootste en de VVD als juniorpartij zou een gepaste straf voor Ruttes gok én Nederland zijn

Nood breekt wet, zelfs tv-wetten. En zo kon het dat ik zaterdagavond naar een sterke aflevering van Op1 zat te kijken, waarin drie bewindslieden van drie verschillende coalitiepartijen terugkeken op de val van het kabinet. Aan de ene zijde de vermeende boosdoener, de VVD van Dilan Yesilgöz, aan de andere kant van de tafel twee slachtoffers, Hugo de Jonge (CDA) en Maarten van Ooijen (CU). Het leverde een interessant inkijkje in de dynamiek van de coalitie op, met ‘onnodig’ als meest gebruikte woord.

Hugo De Jonge (CDA) nam de rol van verteller op zich, en speelde de zwartepiet zowel naar de VVD, die de boel onnodig op de spits had gedreven, als naar de ChristenUnie, die een toch heel redelijk klinkend pakket had afgeschoten, toen het buigen of barsten was. Ik lette vooral op Van Ooijen, de jonge, bescheiden staatssecretaris die twee ervaren rechtpraters tegenover zich wist. Hij vertelde wat het uiteindelijke breekpunt was: de vertraging en beperking in gezinshereniging van alle asielzoekers om ‘nareis op nareis’ te voorkomen. Hoe vaak (of weinig) dat ‘nareis op nareis’ voorkomt, bleef overigens onbenoemd.

Rutte heeft de afgelopen maanden actief het beeld gecreëerd dat dit relatief kleine twistpunt een breekpunt voor de VVD zou zijn, in de wetenschap dat datzelfde twistpunt eveneens een breekpunt voor de ChristenUnie (en D66) is. Zo kon hij de kwestie geloofwaardig op de spits drijven en hoopt hij nu dat zijn kiezers het opzetje waarderen. Het verschil tussen de twee partijen is echter wezenlijk; bij de ChristenUnie ménen ze dat ze niet kunnen leven met het voorgestelde plan, bij de VVD ‘balen’ ze ervan dat de ChristenUnie hun meloen niet wilde doorslikken.

Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.

Hoewel de verwijten van machiavellisme aan het adres van Rutte terecht zijn, heeft hij ook gelijk: Nederland ís nu eenmaal veel rechtser dan het beleid van Rutte IV. Progressief Nederland heeft liever dat Rutte er dan nog maar wat verstandig beleid doorheen jast, maar Rutte is nu eenmaal gehecht aan zijn positie. En die behoudt hij alleen als hij het verhaal naar zijn hand kan zetten en met de wind meewaait.

Rutte is niet de dam tegen een populistische overstroming, Rutte is de rivier die het populistische meer uiteindelijk zal laten overstromen. In dertien jaar Rutte is egoïsme, brutaliteit en verwendheid de norm geworden en lijkt het niet langer mogelijk burgers nog aan te spreken op collectieve verantwoordelijkheden. Tijdens zijn rechtse bewind is het woord ‘links’ een scheldwoord geworden, het collectief verzwakt, ongelijkheid gegroeid, hufterigheid beloond en op cruciale dossiers verzaakt. Desalniettemin houdt Rutte vast aan zijn waardeloze en nihilistische liberalisme, ondanks het overweldigende bewijs van het falen daarvan.

Hoewel niemand zegt met de VVD te willen regeren, zal het toch moeten, omdat zowel progressief als domrechts geen meerderheid zal behalen. Na dertien jaar Rutte zou een kabinet met de BBB als grootste en de VVD als juniorpartij een gepaste straf voor Ruttes gok én Nederland zijn. Een kabinet van populistische prutsers kan Nederlanders doen inzien dat je met bewindslieden als Dijkgraaf, Van der Burg en Hoekstra in je handen mag knijpen. Laat de burger maar voelen wat je krijgt als je een omhooggevallen marketingbureau voor agromiljonairs met complotdenkers op de lijst als grootste partij kiest. Rutte IV was de voorlopig laatste kans op vooruitgang. De Nederlander, die generaties lang heeft geprofiteerd van een sterk collectief en gelijke kansen, lijkt vast van plan precies die twee zaken om zeep te helpen. Ik ben bang dat men eerst de pijn daarvan moet voelen, voordat men het snapt.

Source: Volkskrant

Previous

Next