Home

Mark Rutte hoopt het kunstje nog een keer te flikken, maar neemt daarmee een enorme politieke gok

Het idee dat Mark Rutte echt zijn eigen kabinet zou opblazen werd afgelopen week lange tijd niet geloofd door zijn coalitiegenoten Sigrid Kaag, Wopke Hoekstra en Mirjam Bikker. Geen van de partijleiders heeft op het eerste oog immers belang bij verkiezingen. Rutte IV was pas anderhalf jaar oud, en een stembusgang zou voor geen van hen per se positief uitpakken.

Uiteraard was het geen van de partijleiders ontgaan dat het VVD-kader Rutte in de loop van de afgelopen maanden onder steeds meer druk zette om het asielbeleid aan te scherpen. Maar dat het zo’n halszaak zou zijn voor de premier?

Toch voltrekt zich het ondenkbare in nog geen vijf dagen tijd. Ineens is het volop crisis op het Binnenhof. Nota bene vanwege een brand die door de premier zelf is aangestoken. Dezelfde man die zich in alle jaren daarvoor juist altijd een meester heeft getoond in brandjes blussen, ruzies sussen en de plooien gladstrijken.

En nu is daar die enorme gok van Rutte. Hij heeft zijn eigen vierde kabinet laten klappen in de hoop dat hij daar een beter, rechtser kabinet voor terugkrijgt. Het is een risicovolle stap die menig zittend regeringsleider juist zou vermijden, maar vanuit het perspectief van de liberalen is er wel enige logica in te ontdekken.

Het is de vraag of langer doormodderen met dit kabinet nog iets zou opleveren voor de VVD. Natuurlijk hadden de liberalen nogmaals water bij de wijn kunnen doen in de zich voortslepende onderhandelingen over asiel, stikstof, klimaat en belastingen. Maar Rutte is al een tijdje klaar met dit gevecht met links. Wat zit er eigenlijk in voor hem? Voor herinneringen aan de tijd dat hij beleid kon maken ‘waar rechts Nederland de vingers bij kon aflikken’ moet hij terug naar Rutte I (2010-2012).

Bovendien werd binnen de VVD de kans groot geacht dat het kabinet toch wel binnen afzienbare tijd alsnog zou vallen. Een sterk verbond was het immers niet. Het CDA wankelt al tijden door intern gesteggel over het leiderschap en geworstel met het stikstofbeleid, en bij D66 kunnen ze hun afkeer daarvan maar moeilijk verbergen. Door zijn poot stijf te houden kan Rutte tenminste voor zijn eigen achterban de verkiezingen ingaan als de man die desnoods tot zijn ondergang vecht voor klassiek-rechtse stokpaardjes, zoals een strenger asielbeleid.

Kennelijk denkt niet alleen Rutte, maar ook de VVD dat hij het kunstje nog een keer kan flikken in de campagne. Maar hoe zeker is dat eigenlijk? Voor het eerst in dertien jaar ligt het politieke speelveld weer helemaal open. De VVD zal, zoals altijd, hopen dat op links een geduchte tegenstander opstaat (zoals Job Cohen in 2010, Diederik Samsom in 2012 en Sigrid Kaag in 2021) met wie hij er een tweestrijd om het Torentje van kan maken. Dat liep voor hem tot nu toe steeds goed af. Maar anders dan de vorige keren dient zich nu ook serieuze concurrentie op de rechterflank aan.

Daar staan Pieter Omtzigt en BBB-voorvrouw Caroline van der Plas klaar. Omtzigt heeft weliswaar nog geen eigen partij, maar is op de achtergrond wel al maanden bezig met het leggen van de fundamenten van een beweging die daartoe kan uitgroeien. Het is niet ondenkbaar dat Omtzigt dit proces versnelt en zodoende alsnog een serieuze tegenkandidaat wordt van Rutte. Als hij het afgelopen jaar werd meegenomen in de opiniepeilingen, scoorde hij – net als Van der Plas – premierwaardige cijfers.

En zelfs als Rutte dat gevecht wint, moet hij de formatie vrezen. Zeker is dat de twee rechtse rivalen niet met Rutte als premier willen regeren en daar waarschijnlijk ook campagne mee gaan voeren. Dat geldt ook voor de nieuwe combinatie van PvdA en GroenLinks, die hopen dat ze samen genoeg stemmen halen om de tegenbeweging op links te kunnen leiden. En zo zijn er meer partijen voor wie Rutte een sta-in-de-weg is. Het overgrote deel van de Kamer vindt dat Rutte weg moet. Volgens een recente peiling van EenVandaag geldt, althans op dit moment, hetzelfde voor de meeste Nederlanders.

Zo neemt niet alleen Rutte, maar ook de VVD een enorm risico met het forceren van een nieuwe stembusgang. Het goede nieuws voor de kiezer is dat de uitkomst van de verkiezingen voor het eerst in jaren weer eens verrassend kan gaan uitpakken, na de politieke stagnatie bij de verkiezingen van 2021. Maar dat betekent dus ook dat het faliekant kan misgaan voor de liberalen. Een nachtmerriescenario voor de VVD is dat de partij na de verkiezingen toch weer veroordeeld wordt tot een samenwerking met D66 en ChristenUnie of – godbetert – de ‘linkse wolk’ van Klaver en Kuiken, die beiden een nóg milder asielbeleid willen afdwingen. In dat geval is Rutte nog veel verder van huis. Als de VVD onverhoopt niet de grootste partij wordt, is het drama al helemaal niet te overzien voor de liberalen: dan lijkt Ruttes aftocht uit de politiek onvermijdelijk.

Als rasoptimist wuift Rutte vooralsnog alle doemdenkers weg. Vlak na het vallen van zijn kabinet vrijdagavond ging hij buiten het Torentje alweer breeduit lachend met wachtende scholieren op de foto. Een argeloze voorbijganger zou denken: die heeft er zin in. Op de vraag of hij weer gaat meedoen aan de verkiezingen, antwoordde hij luid en duidelijk: ‘Als ik nu zou moeten besluiten, is het antwoord: ja.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next