Home

Toyota verslaat Ferrari in 6 uur van Monza, Van der Garde grijpt naast podium

De baanomstandigheden waren net als zaterdag weer bloedheet te noemen. De thermometer tikte de 30 graden aan terwijl de baan met 47 graden de coureurs voor de uitdaging stelde om goed om te gaan met de banden. Het was in de run naar de eerste chicane dringen geblazen in het volle veld van dertien Hypercars, waarbij de #51 Ferrari van Antonio Giovinazzi in de rondte getikt werd door de #8 Toyota van Sebastien Buemi. Zo kon een van de twee thuisfavorieten achteraan aansluiten en zich een weg door het LMP2-veld banen voordat hij weer vooraan kon aansluiten. Miguel Molina probeerde meteen de #7 Toyota, de polesitter, te verschalken, maar schoot wat door en sneed de chicane af om alsnog achter de GR010 Hybrid aan te sluiten. De #93 Peugeot volgde het duo, al kon Mikkel Jensen het tempo niet bijbenen. Hij profiteerde wel van een fout van Molina, waardoor Mike Conway vooraan meer ademruimte kreeg.

Buemi veroorzaakte al vroeg in de race nog een incident, dit keer met de #777 D'Station Racing Aston Martin. De Zwitser ging te vroeg terug naar de racelijn en stuurde daarmee de GTE op hoge snelheid de muur in bij de remzone van de Ascari-chicane. Het kwam hem op een tijdstraf van tien seconden te staan, al kreeg hij later nog een minuut stop/go. De safety car moest in actie komen, waarop meerdere teams besloten om een pitstop te maken. Bij de herstart sloeg Jensen in de Peugeot meteen toe en nam de leiding over van Conway. Een ronde later verloor de Toyota-coureur nog een positie aan Molina, tot luid gejuich van de Tifosi vanaf de tribunes. 

Halverwege de race ging Jose Maria Lopez aan de leiding in de #7 Toyota, gevolgd door de twee Ferrari's. De race werd op dat moment geneutraliseerd middels een full course yellow vanwege de gestrande #21 Ferrari GTE in de tweede Lesmo. Daarvoor lag de Proton Competition, dat met de Porsche 963 debuteerde in het WEC, nog even aan de leiding. Met minder dan twee uur te gaan kwamen dan toch de problemen voor de debutant, die op de baan stilviel en zo voor de derde safety car-fase van de race zorgde. 

Uiteindelijk bleek de #7 Toyota van Conway, Kobayashi en Lopez niet te kloppen. Antonio Fuoco kwam met de #50 Ferrari als tweede over de streep, op zestien seconden achterstand. Voor Peugeot begon de race veelbelovend - de #93 ging even aan de leiding - maar opnieuw vonden de problemen hun weg naar de beide bolides. De versnellingsbak zorgde voor problemen, al werd de #94 9X8 het hardst getroffen. Zij vielen hard terug en lagen halverwege de race op negen ronden achterstand. Voor de #93 vielen de problemen mee: zij konden uiteindelijk voor het eerst dit seizoen mee naar het podium met de derde plek. Brendon Hartley wist, ondanks de dramatische start van teamgenoot Buemi, zijn #8 Toyota naar de vierde plaats te sturen, waarmee hij de #5 Porsche Penske Motorsport van Frédéric Makowiecki en de #51 Ferrari van Giovinazzi achter zich hield. Glickenhaus eindigde als zevende, waarmee het in de Porsche-sandwich kwam met de #6 Porsche Penske en de #38 Hertz Team JOTA. Cadillac nam deel met één bolide en die kwam slechts als tiende over de streep. 

Ook in de LMP2-klasse gebeurde er genoeg in de 6 uur van Monza. Voor de #10 Vector Sport begon deze slecht na een tik van Doriane Pin in de #63 Prema Racing. Het tegenovergestelde gold voor Giedo van der Garde. Hij begon na een matige kwalificatie van de elfde plek in de #23 United Autosports, maar had binnen de eerste tien minuten van de race maar liefst negen plaatsen goedgemaakt en lag zodoende tweede, achter de #28 JOTA van David Heinemeier-Hansson. Waar meerdere teams besloten om hun laagst geklasseerde coureurs in te zetten, zette United Autosports met Van der Garde juist een van haar twee hoger geklasseerde coureurs in. "Dat was mooi", blikte hij terug na zijn openingsstint. "Ik wist dat ik vandaag binnen een paar ronden van laatste naar eerste moest gaan, zoals ik in het verleden heb gedaan!", glunderde hij. "Ik geniet ervan als ik van achteren naar voren moet rijden."

Voor de Vector Sport ging het van kwaad tot erger toen Gabriel Aubry op de exit van de tweede Lesmo de controle verloor, daarbij een tik kreeg van een andere LMP2 en tegen de vangrail knalde. Hij tekende daarmee voor het einde van de race voor het team en de tweede safety car van de race. De polesitters, de #41 Team WRT met Robert Kubica, Louis Deletraz en Rui Andrade, konden hun eerste startplek niet verzilveren en moesten na zes uur racen genoegen nemen met de derde plek. De zege ging naar de #28 JOTA van Pietro Fittipaldi, Oliver Rasmussen en Heinemeier-Hansson, gevolgd door de #36 Alpine Elf. Van der Garde greep na zijn sterke openingsstint naast het podium met United Autosports: zij werden vierde. Bent Viscaal werd namens Prema Racing negende, vóór landgenoot Robin Frijns in de #31 Team WRT. 

Bij de GTE Am hadden de Iron Dames een prima start van pole-position, maar achter het vrouwenteam waren er genoeg gevechten op de baan. Ben Keating vocht zich in de #33 Corvette Racing naar voren en klom van de zesde plaats op naar de tweede. Al binnen een kwartier tekende Satoshi Hoshino in de #777 D'Station Racing Aston Martin voor een safety car na een crash in de Ascari-chicane. Hij kreeg een tik van Buemi in de Toyota en knalde op hoge snelheid tegen de muur, met flink wat brokstukken op de baan als gevolg. 

Het was een spannende strijd in deze klasse die volgend jaar wordt vervangen door GT3's, waarbij de #77 Dempsey Proton als eerste over de streep kwam dankzij een uitstekende strategie. Daarmee verschalkten zij de polesitters, de Iron Dames, die genoegen moesten nemen met de vierde plek. De #60 Iron Lynx en #86 GR Racing Porsche mochten mee naar het podium. Nicky Catsburg greep net als Van der Garde naast een podiumplek en werd ook vierde. 

Source: Motorsport

Previous

Next