Home

Groen licht dreigt voor destructieve goudkoorts naar delfstoffen op de zeebodem: ‘Waarom zou je dit in hemelsnaam willen?’

Het is een duivels dilemma, diepzeemijnbouw. In en op de zeebodem liggen delfstoffen die cruciaal zijn voor de transitie naar een duurzame economie, maar om die te winnen wordt vrijwel zeker grote schade toegebracht aan de oceanen. Komende weken praten landen in VN-verband in Jamaica voor de zoveelste keer over de voorwaarden waaronder dit kan worden toegestaan. Vanwege een procedurele kwestie kan de uitkomst echter zijn dat het al daadwerkelijk gaat beginnen. Daarmee dreigt de wereld een geheel nieuwe ecologische ramp over zich af te roepen.

Diepzeemijnbouw is mijnbouw op grote diepte – 3.000 tot 5.000 meter – buiten het continentaal plat, in veelal internationale wateren. Het gaat om delfstoffen als kobalt, koper, nikkel, mangaan en zeldzame aardmetalen, stoffen die van groot belang zijn voor de productie van autobatterijen, windturbines en zonnepanelen, en daarmee voor de groene revolutie. Diepzeemetalen komen in drie vormen voor: als mangaanknollen op de oceaanbodem (klompen van mangaan- en ijzeroxide met resten koper, nikkel en kobalt), als sulfideafzettingen bij hydrothermale schoorstenen langs continentale breuklijnen, en als kobaltrijke ferromangaankorsten op onderzeese vulkanen.

Het belangrijkste kenmerk van diepzeemijnbouw is dat het vooralsnog niet gebeurt. Het is vanwege de grote diepte en druk een dure, technisch complexe praktijk. Afgelopen jaren hebben maritieme bedrijven diverse experimentele technieken ontwikkeld. Voor het ontginnen van sulfideafzettingen en kobaltkorsten zijn er graafrobots. Voor het oppompen van mangaanknollen ‘stofzuigers’ – formaat stadsbus – met een kilometerslange buis naar een moederschip waar de knollen worden gezuiverd. Onder meer het Nederlandse AllSeas, een aannemer in de offshore energiesector, ontwikkelde en testte zo’n systeem, waarmee zijn Canadese partner The Metals Company (TMC) aan de slag wil. ‘Geen enkel bedrijf is zo ver als wij’, zegt Jeroen Hagelstein van AllSeas. ‘Als de regelgeving rondkomt, kunnen we begin 2025 beginnen.’

De interesse in de exploitatie van de diepzeemetalen is afgelopen jaren sterk toegenomen, niet alleen vanwege hun grote waarde voor de groene revolutie en de hightech defensie-industrie, maar ook omdat grondstoffen steeds meer inzet worden van de geopolitieke rivaliteit tussen de grootmachten, zoals China deze week liet zien toen het aankondigde de export van bepaalde aardmetalen te stoppen. Naarmate zulke strategische delfstoffen schaarser worden op land kijkt iedereen naar zee, en dan met name naar de internationale wateren.

Zondag begint in Jamaica een mogelijk beslissende bijeenkomst van de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA). Dat is een VN-orgaan met 167 lidstaten (VS zijn waarnemer) dat op basis van het VN-Zeerechtverdrag toezicht houdt op de internationale wateren en de zeebodem eronder (zeeën en oceanen die buiten de territoriale wateren en exclusieve economische zones van kuststaten vallen), en op de exploratie en exploitatie ervan. Tijdens de top kan groen licht worden gegeven om voor het eerst echt met mijnbouw in de diepzee te beginnen.

Dit is het gevolg van een specifieke bepaling in het VN-Zeerechtverdrag, de zogenoemde tweejaarsregel, die bepaalt dat als een lidstaat met een exploratievergunning een aanvraag voor diepzeemijnbouw doet, de ISA binnen twee jaar regels voor verantwoorde exploitatie moet opstellen. Gebeurt dat niet, dan kan de aanvrager met een (voorlopige) exploitatievergunning aan de slag. In juli 2021 deed eilandstaatje Nauru op initiatief van mijnbouwbedrijf TMC zo’n aanvraag. Omdat de ISA nog niet klaar is met de regelgeving, complexe materie waarover al decennia wordt gesproken, dreigt het ultimatum deze maand te verlopen.

Dit kan een ware goudkoorts in gang zetten, zegt Matthew Gianni van de Deep Sea Conservation Coalition (DSCC), een platform van wetenschappers, bedrijfsleven en ngo’s. ‘Als Nauru en TMC met diepzeemijnbouw mogen beginnen, kunnen andere partijen concluderen dat het blijkbaar economisch haalbaar is. In die zin werkt de tweejaarsregel als een perverse prikkel.’ Er zijn in de loop der jaren 31 exploratielicenties verleend met een totale omvang van 1,5 miljoen vierkante kilometer, waarvan 25 in handen van zeven landen (China, Japan, Zuid-Korea, Duitsland, Rusland, Frankrijk en India) en drie bedrijven in België, Canada en de VS, met name voor de winning van mangaanknollen, en vooral gericht op de Clarion-Clipperton Zone, een gebied in de Oostelijke Stille Oceaan.

Diepzeemijnbouw is een experimentele vorm van extractie die potentieel grote gevolgen kan hebben voor het ecosysteem van oceanen. Volgens voorstanders valt het wel mee – maritieme bedrijven zoals AllSeas zeggen alles te doen om het zo milieuvriendelijk mogelijk aan te pakken, en suggereren dat diepzeemijnbouw een stuk minder schadelijk is dan mijnbouw op land. ‘De diepzee is een soort woestijn. Er is leven, maar veel minder dan in een koraalrif of een oerwoud’, aldus Hagelstein. Waarmee dus in navolging van windparken weer een stuk van de groene revolutie ver weg op zee zou kunnen worden geparkeerd.

Wetenschappers en natuurbeschermingsorganisaties waarschuwen echter dat met diepzeemijnbouw een nieuwe, onbewezen techniek losgelaten dreigt te worden op de diepzee, met 64 procent van het aardoppervlak het uitgestrektste ecosysteem op aarde, een donkere, koude en stille wereld van traag groeiende organismen en in miljoenen jaren gevormde ecosystemen waarvan we nog zo goed als niets weten. En dat kan grote impact hebben op de biodiversiteit en het klimaat.

Alle onderzoeken wijzen op grote schade, zegt Gianni. Diepzeemijnbouw is per definitie een destructieve kaalslag die onvermijdelijk kwetsbare organismen en ecosystemen vernietigt. Sedimentpluimen, licht en lawaai zullen een nog veel groter gebied aantasten en onleefbaar maken. Het gaat potentieel om enorme arealen van 25- tot 75 miljoen kubieke kilometer oceaan. De mijnbouw kan bovendien de processen verstoren waarmee de oceanen CO2 opnemen en vastleggen en daarmee de opwarming afremmen. Volgens onderzoek kan diepzeemijnbouw 25 keer schadelijker zijn dan mijnbouw op land, en is herstel vrijwel onmogelijk en onbetaalbaar. ‘Waarom zou je dit in hemelsnaam willen?’

Diepzeemijnbouw is bovendien geen oplossing. De bijdrage van diepzeemetalen zal volgens critici marginaal zijn, en ze komen pas over 10 tot 15 jaar op de markt, te laat voor de energietransitie. De vraag kan bovendien met bijna 60 procent worden verminderd via slimme alternatieven (zoals lithium-ijzerfosfaat batterijen), het weer in productie brengen van oude mijnen en betere recycling, zegt Jessica Battle van het Wereld Natuur Fonds (WWF). ‘De groene transitie heeft diepzeemijnbouw helemaal niet nodig.’ Het beeld van diepzeemijnbouw als een duurzame keuze is een vorm van ‘greenwashing’, stelt de Adviesraad van Europese Academies van Wetenschappen (EASAC). Mede daarom wijzen bedrijven als BMW, Google en Samsung het gebruik van diepzeemetalen af.

Het is onduidelijk wat de drieweekse ISA-top in Jamaica gaat brengen. Zet de wereld een nieuwe stap in de exploitatie van de planeet? Worden we de volgende grote ecologische crisis ingerommeld? Nauru, TMC en AllSeas rekenen erop dat ze groen licht krijgen, maar veel insiders verwachten niet dat er al een besluit valt. ‘Er is nog te weinig kennis over de milieueffecten en te weinig consensus over de regels.’ Een groeiende groep landen – Frankrijk, Duitsland (ondanks hun exploratielicenties) en Spanje, alsook Nieuw-Zeeland en een aantal eilandstaten in de Stille Oceaan) – ijvert zelfs voor een moratorium.

Als er wel een besluit valt en Nauru en TMC daadwerkelijk een vergunning aanvragen, kan de diepzeemijnbouw op zijn vroegst in 2025 beginnen, vanwege de technische opschaling van het proces en de afronding van de benodigde milieueffectrapportages. Overigens kunnen landen intussen al in hun eigen wateren aan de slag. Zo kondigde Noorwegen aan dat het zijn eigen deel van de noordelijke Atlantische Oceaan (onder meer bij Spitsbergen) voor diepzeemijnbouw wil openstellen.

Complicerende factor in Jamaica is de Internationale Zeebodemautoriteit zelf. Organisatie en besluitvorming zijn volgens Gianni van het DSCC niet transparant, onder meer vanwege verouderde, ‘ronduit bizarre’ stemprocedures, waardoor een klein clubje landen een besluit kan doorduwen. Bovendien heeft de ISA een ‘ingebouwd belangenconflict’: ze moet regels opstellen, aanvragen beoordelen en toezicht houden, maar ook straks de royalty's over de mijnbouwlicenties incasseren en eerlijk over alle rijke en arme lidstaten verdelen. Onder het VN-Zeerechtverdrag zijn de oceaanbodem en alles wat erin zit ‘gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid’, zeestaten of niet, en dat moet dus ook als zodanig worden beheerd. Inclusief het delen van de economische opbrengsten.

Nederland speelt in Jamaica geen onbelangrijke rol, omdat het tijdelijk zitting heeft in de ISA-raad. Nederland is niet tegen diepzeemijnbouw, maar wil dat het onder strenge milieuvoorwaarden gebeurt. Omdat er nog te weinig kennis is over de effecten en de regels nog niet klaar zijn, wil Nederland het nog niet toestaan, liet het kabinet deze week weten. Wel houdt Nederland alle opties open, gezien het strategische belang van diepzeemetalen en de Nederlandse maritieme sector. Greenpeace en WWF-NL laken die ‘halfslachtige houding’, ook omdat Nederland weigert zich aan te sluiten bij de moratoriumcoalitie. Integendeel, het kabinet aast zelfs op een exploratievergunning. Carl Königel van WWF-NL: ‘De druk vanuit de maritieme sector op het kabinet is groot.’ < Source: Volkskrant

Previous

Next