Vanaf het moment dat je je eerste grijze haar ontdekt, moet je steeds meer je best doen om je medemens niet te vervelen met elke denkbare variant op ‘vroeger was alles beter’.
Kom op, eerst even tot tien tellen. Vraag je af of je al klaar bent om die persoon te worden, je kunt straks niet meer terug.
Het kostte me wat zelfbeheersing, maar ik besloot mijn mond te houden toen het ministerie van Onderwijs deze week een telefoonverbod op middelbare scholen aankondigde – het is geen wettelijk verbod, maar een dringend advies, dat vanaf 1 januari 2024 geldt.
Ik zou hier geen lofzang gaan houden op mijn socialemediavrije jeugd. Ik zou niet oprakelen hoe we lachend briefjes doorgaven tijdens natuurkunde, hoe we genoten van het spelletje mijnenveger op onze grafische rekenmachines, dat we mobieltjes hadden, maar geen beltegoed en nooit bang hoefden te zijn om neuspeuterend op Snapchat te verschijnen.
Nee, dat ging ik dus allemaal mooi niet opschrijven. Ik keek wel uit.
Want hoewel ik blij ben dat ik volwassen kon worden zonder sociale media, de symbiose met onze smartphones vaak genoeg veracht en de dag vrees dat mijn zoontje van Tik Tak naar TikTok verkast, zie ik heus de enorme voordelen van het internettijdperk. Gemarginaliseerde groepen hebben een stem gekregen, de informatie ligt voor het oprapen en gelijkgestemden weten elkaar te vinden, ook als ze op verschillende continenten wonen.
Het internet wijst ons de weg, vergemakkelijkt allerlei taakjes en natuurlijk biedt het ook gewoon entertainment. Niet alles hoeft heilzaam of functioneel te zijn.
Zijn smartphones nodig in de klas? Ik denk het niet, al denk ik tegelijkertijd dat smartphones in de klas niet het grootste probleem zijn.
Ook buiten de schoolmuren zijn veelgebruikte apps niet opgetuigd met de (jonge) gebruiker in het achterhoofd. Het is niet voor niks dat Silicon Valley-bazen hun eigen kroost vaak schermvrij opvoeden. Zij weten beter dan wie dan ook van de rabbit holes vol desinformatie en extremisme, of hoe hun product rommelt met dopamine-aanmaak, data, privacy, zelfbeeld en levensgeluk.
Sociale media kunnen hartstikke leuk zijn, maar dat is ondanks en niet dankzij het ontwerp.
Soms wordt er schoorvoetend iets gedaan met alle kritiek van expert en ouders. Filmpjesplatform TikTok voerde in maart een dagelijkse schermtijdlimiet in voor minderjarige gebruikers, na jarenlange klachten over hoe verslavend de app is. Nu moeten tieners na een uur een code invoeren om verder te kunnen scrollen.
Het algoritme werd niet minder verslavend gemaakt, maar de jonge gebruiker wordt geacht zelf weerstand te bieden.
Hoe anders werkt dat bij verslavingen die niet voor psychische, maar voor fysieke gezondheidsproblemen zorgen?
Neem de e-sigaret. De jonge pre-roker werd geënthousiasmeerd met gezellige smaakjes als aardbeienijs, hazelnootpasta of koekjes.
De overheid greep in en sinds het begin van dit jaar mogen er alleen nog e-sigaretten met tabakssmaak op de markt worden gebracht. Vanaf 1 januari 2024, de dag dat het telefoonverbod op scholen ingaat, mogen de resterende partijen kauwgum- en watermeloensigaretten ook niet meer worden verkocht.
Het klinkt zo logisch: als je niet wilt dat volwassenen rijk worden door jongeren verslaafd te maken, moet je hun commerciële activiteiten aan banden leggen.
Prima idee hoor, om mobieltjes uit de klas te weren. Maar zullen we ons nu richten op de producenten van al die afleiding?
Source: Volkskrant