In Wat verdient een... bespreken we een beroep dat recent in het nieuws was - prominent of juist onopvallend, maar in ieder geval als een onmisbaar onderdeel van dat nieuws.
"Het helpt wel als je zelf gefietst hebt", zegt Erik Breukink. Hij zat van 1985 tot 1997 als prof op de fiets, maakte daarna een uitstapje naar de NOS als verslaggever en werd in 2004 door Rabobank gevraagd als ploegleider. Dat deed hij tot 2012.
"Daarna ben ik ook nog ploegleider geweest bij Roompot. Dat was een ander niveau, maar het werk is in principe hetzelfde." Bij dat werk komt best wat kijken. Daarvan onttrekt veel zich aan het zicht van de wielersport minnende kijker. "Je bent bezig met de organisatie van het team. Je maakt een opstelling van de renners die je meeneemt voor een wedstrijd", legt Breukink uit.
Die samenstelling is altijd anders. In een ploeg zitten zo'n 25 tot 30 renners. Bij een koers als de Tour de France mag je er acht meenemen. "Wie er mee mag naar de Tour, dat is wel een dingetje. De beste renners weten wel dat ze zeker zijn van een plaats. De rest moeten strijden om een plek in de ploeg. Ze moeten laten zien hoe goed ze zijn."
De meeste renners gaan dus niet mee. Het is aan de ploegleider om te zorgen dat daar geen gedoe om ontstaat. "De een kan goed omgaan met teleurstelling, de ander heeft een arm om de schouder nodig. Je moet ze individueel benaderen en vooral duidelijkheid scheppen vooraf. Dat voorkomt teleurstelling", zegt Breukink.
Beslissingen neemt een ploegleider niet in zijn eentje. "Je werkt altijd samen in een team van vijf tot zes ploegleiders. Per wedstrijd zijn het er minimaal twee. Je volgt de renners op het parcours. Je zit in de wagen met een mecanicien aan boord. Als er iets kapotgaat, dat hoef je dan niet zelf te kunnen oplossen."
Waarmee Breukink maar wil zeggen dat je als ploegleider heel veel wél moet doen. "Je bepaalt per dag de tactiek, je bent er om bij te sturen, te coachen. Je moet snappen hoe het wielrennen in elkaar zit, je tegenstanders kennen, de andere ploegen én je eigen renners natuurlijk."
Volgens Breukink is het geen vereiste dat je een renner bent geweest om ploegleider te worden. "De meeste zijn dat wel geweest. Het is niet automatisch zo dat de beste renners ook de beste ploegleiders zijn", merkt hij diplomatiek op.
"Het is ook moeilijk te duiden of iemand nou een goede ploegleider is. Je moet vooral goed coachen en goeie beslissingen nemen. Met Rabo hebben we een hoop successen gehad."
In een grote koers begint de dag van de ploegleider bij het ontbijt, waar het team - zonder de renners - de dag al voorbespreekt. Wanneer de renners ook ontbeten hebben, gaat het richting het parcours van die dag. "Dat is soms nog wel anderhalf uur rijden en dan beginnen de echte voorbereidingen, dat is heel hectisch", herinnert Breukink zich. "Voor je begint, is er al heel wat gebeurd."
Hij vat het ploegleiderschap samen als het runnen van een bedrijf. "Een sportbedrijf met extreme prestaties. Waarbij je aan het begin van het jaar een budget hebt waar je alles mee moet doen."
Bij een ploeg als Jumbo-Visma heb je het over 25 miljoen tot 30 miljoen euro. "Daar worden ook de renners van betaald. De heel goede, die verdienen miljoenen." Dat geldt volgens Breukink echt alleen voor de toppers. "De verschillen zijn groot binnen een ploeg."
De ploegleider verdient zeker geen miljoenen. "Je kunt beter renner zijn." Toch is het zeker niet onaardig, want op het hoogste niveau heb je het toch wel over een paar ton per jaar. "Net als de eindverantwoordelijke bij een groot bedrijf."
Source: Nu.nl economisch