Home

Eigenlijk wilde zanger Jack Johnson de nieuwe David Attenborough worden – maar de muziek kwam tussendoor

Weinig omgevingen die minder Jack Johnson ademen dan het betonnen bos rond de Arena-boulevard in Amsterdam-Zuidoost. Grijs is de Johan Cruijff Arena. Grijs is de bestrating. Grijs zijn de parkeergarages. Grijs is het asfalt dat langs Afas Live loopt. Grijs is Afas Live zelf. Grijs is ook het verwassen T-shirt dat singer-songwriter Jack Johnson draagt en grijs is zijn spijkerbroek. Buiten schijnt een felle, warme zon en binnen zit de zomer vooral in de diepbruine armen en de blote tenen van Jack Johnson, die ontspannen op een bank zit in een kleedkamer van Afas Live.

Voor een hele generatie was hij de soundtrack van backpackvakanties zonder internet, smoezelige hostels, Erasmus-uitwisselingen, eindeloze zomers en lange avonden in een park. Johnson werd bij het grote publiek bekend met zijn album In Between Dreams, met nummers als Banana Pancakes, Better Together en Sitting, Waiting, Wishing. Eenvoudige gitaarliedjes die de luisteraar meenamen in een dromerig, zonovergoten leven, vol surfboards, heldere sterrenhemels en innige vriendschappen. Het album werd een internationaal succes, bereikte meerdere keren platinastatus en ging miljoenen keren over de toonbank. Bijna twintig jaar later tourt Jack Johnson nog steeds de wereld rond.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

En toch, als hij vanavond op het podium staat, lijkt hij niet helemaal op zijn plaats te zijn. ‘Na elke tour denk ik: misschien was dit wel de laatste’, zegt Johnson. Niet omdat hij het niet leuk vindt, maar hij vindt zichzelf geen ‘geboren performer’. Laatst ging hij voor de show een stukje fietsen met zijn kinderen, die vaak meegaan op tournee. Toen ze terugkwamen bij de concertzaal, zoemde het al van de mensen die even later naar zijn concert zouden komen. ‘Mijn zoon zei toen tegen me: ‘Het is zo grappig dat jij dit werk doet. Jij bent namelijk de laatste persoon die erop zit te wachten dat er allemaal mensen naar hem komen kijken.’’

Johnson is een ingetogen, ontspannen man, de vleesgeworden versie van zijn liedjes. Tijdens het gesprek maakt hij soms zelfs een verlegen indruk. Liever dan in de schijnwerpers staan, schrijft hij nummers of neemt hij ze op in de studio. Zijn laatste album Meet The Moonlight, ook de naam van zijn huidige tour, verscheen vorig jaar. De titeltrack gaat over het eenvoudige maar tegelijkertijd moeilijke gegeven van je bewust blijven van het moment. ‘Het gaat over het gevoel dat je kunt hebben als je ’s avonds naar buiten stapt, omhoog kijkt en ziet dat het een prachtige avond is – en je je kinderen roept, een deken neerlegt en met z’n allen naar de sterren kijkt. De mooiste momenten zijn niet de momenten die je een jaar van tevoren plant, maar juist die momenten waarop je om je heen kijkt en ziet dat je omringd bent door mensen die je liefhebt. Zoals Kurt Vonnegut zegt: ‘If this isn’t nice, what is?’ Daarover gaat Meet The Moonlight.’

‘Vonnegut is de schrijver die de meeste invloed op me heeft gehad. Ik las hem veel toen ik in de twintig was. Mijn favoriete boek van hem is De sirenen van Titan, een sciencefictionverhaal over een man die van de ene naar de andere planeet reist en de toekomst kan voorspellen. Het is een boek over ego en de hoogmoed van de mens, en het plaatst dingen in het perspectief van een groter geheel. Uiteindelijk draait het erom dat veel problemen die wij als mensen groot en belangrijk vinden, heel klein kunnen worden als je uitzoomt en ons ziet als kleine stofdeeltjes. Dat vind ik fijn aan Vonneguts werk.

Ook zijn boek Man zonder land vond ik goed. Het is officieel geen memoir, maar gaat wel over Vonnegut als oudere man en hij deelt zijn ideeën over schrijven. Als schrijver bouw je spanning op en op een gegeven moment moet die spanning worden losgelaten. Hij liet zijn lezer ofwel huilen, ofwel lachen. Vaak koos hij voor de lach, zelfs op verdrietige momenten. Hij vond dat een geschenk aan de lezer; hij gunde ze die opgebouwde spanning los te laten met een lach. Dat heeft invloed op me gehad, omdat ik inzag dat het met het schrijven van liedjes ook zo werkt.’

‘Door een van de zinnen van Greg Brown wilde ik zelf ook liedjes gaan schrijven. Het zit in zijn nummer Two Little Feet (over schrijver en natuurbeschermer John Muir, die de wereld achter zich laat en de bergen in loopt, red.). Daarin schrijft hij dat iedereen maar spullen aan het verzamelen is, maar geen kennis. Hij schetst een somber beeld en je denkt: shit, the world sucks. En dan zingt hij: ‘It’s a messed up world, but I love it anyway.’ En dat is precies hoe ik naar de wereld kijk. Ik ben me bewust van alle problemen, maar wil met mijn muziek mensen een goed gevoel geven. Veel muziek, zoals die van Bob Marley, gaat over zware dingen, maar toch voel je je beter als je ernaar luistert. Dat is precies wat ik met mijn songwriting voor ogen heb.’

‘Pipeline is het epicentrum van de surfwereld en ik vond het vroeger geweldig om daar te surfen. Het is een intense golf en een van de mooiste ter wereld. Ik had er een goede verstandhouding mee en begreep haar goed. Veel golven lijken op elkaar, maar elke golf ter wereld reageert weer anders op de oceaanbodem of de richting van de golfslag. Als je veel op dezelfde plek surft, weet je op een gegeven moment precies wat er gaat gebeuren. Je kunt lezen wanneer de golven in de verte beginnen en je weet precies waar in het water je jezelf moet positioneren. Pipeline heeft een snelle take-off (de positie waarbij je van liggend op je plank naar staand gaat en de golf instuurt, red.). Dus je moet op precies de goede plek liggen en er echt voor durven gaan. Het is namelijk makkelijk jezelf naar de juiste positie te peddelen, maar dan toch terug te krabbelen als de golf komt.

Ik hou van deze golf, maar zij heeft me behoorlijk te grazen genomen. Hier heb ik op mijn 17de een ongeluk gehad waarbij ik al mijn tanden brak en waar ik nog steeds littekens van heb. Daardoor kon ik een maand niet surfen – dat is lang als je 17 bent en al je vrienden wel het water in gaan. Omdat ik niet naar de golven wilde kijken, ging ik maar gitaar spelen op mijn kamer. Mijn moeder deed me toen de tablaturen (muziekschriften, red.) van Jimi Hendrix cadeau. Vanaf dat moment ging ik meer muziek maken. Als ik erop terugkijk, was dat ongeluk een keerpunt in mijn leven.’

‘In de oceaan voel ik me het meest op mijn gemak. Als ik in het water lig en naar de kust kijk, krijg ik hetzelfde gevoel dat astronauten schijnen te hebben als ze vanuit de ruimte naar de aarde kijken. Ik drijf in zee en alle problemen die zich op land afspelen, blijven daar ook, waardoor ik me kan ontspannen. Er gaan geen telefoons af, er zijn geen apparaten. Als ik in het water lig, ben ik verbonden met de bron. Mijn vrouw zegt ook altijd dat het is alsof er een resetknop bij me wordt ingedrukt. Als ik twee weken niet in het water ben geweest, word ik onrustig. ‘Jij moet het water in’, zegt mijn vrouw dan. De oceaan is ook de plek waar ik tijd met mijn gezin doorbreng. En met mijn vrienden, als ik met ze ga surfen. Het is dus een plek van sociaal contact, maar ook een van eenzaamheid en van helemaal verwijderd raken van alles, van geen vragen hoeven te beantwoorden. Voor mij is de oceaan de plek die het dichtst bij een kerk komt.’

‘Ik heb filmwetenschappen gestudeerd en het leukste vak vond ik Japanse film, met name de samuraifilms. Regisseur Akira Kurosawa heeft veel samuraifilms gemaakt waar later de spaghettiwesterns op zijn gebaseerd. En Star Wars ook. In de credits van de eerste Star Wars-film staat dat de film is gebaseerd op het verhaal van The Hidden Fortress. Darth Vader draagt een samuraihelm, het woord ‘jedi’ is afkomstig van Jidaigeki, wat een Japanse term is voor samurai-kostuumdrama.

Veel Hollywoodregisseurs, zoals Martin Scorsese, lopen weg met Kurosawa. Hij was een pionier en maakte gebruik van cameratechnieken waarmee je krachtige, bijzondere shots krijgt. Ook de soundtracks onder zijn films zijn geweldig, hoe ze aanzwellen en spanning opbouwen voor een bepaalde scène. En zijn dialogen kunnen soms wel tien minuten duren, en gaan bijvoorbeeld over twee vrienden die elkaar misschien voor het laatst gaan zien. Zo’n scène is belangrijker dan de vechtscène die daarop volgt.’

‘Na mijn studie heb ik een paar surffilms gemaakt, waaronder Thicker than Water en September Sessions. Dat was het leukste werk wat ik ooit heb gedaan. Ik wilde ermee doorgaan, maar de muziek kwam tussendoor. Die surffilms waren bedoeld als opstap naar iets groters. Het doel was om documentaires te maken zoals die van David Attenborough. Ik ben gek op natuurdocumentaires. Zelf kan ik lang zonder eten en ben ik erg op mijn gemak in de wilde natuur, dus ik dacht dat ik een van die mensen zou worden die zich de hele dag verschuilt in een boom, wachtend op dat shot van die ene vogel.

Maar ik begon dus met surffilms. Dat was niet per se omdat ik dat graag wilde, maar omdat ik alle goede surfers kende en met ze mee kon op trips naar Tahiti en Indonesië. Ik stopte een paar van mijn liedjes onder mijn surffilms en toen kwam ik Ben Harper tegen. Hij gaf me een enorme kans door me mee op tournee te nemen als zijn openingsprogramma. Daarna bleef het maar gaan en gaan. Ik heb er geen spijt van dat ik dat heb gedaan. Maar wellicht komt er ooit nog een dag dat ik weer films ga maken.’

‘Een vriend Source: Volkskrant

Previous

Next