De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid beïnvloedt. Deze week: optimistisch kijken naar een gedode neushoorn.
De Environmental Photography Award, een fotografieprijs van de Stichting Prins Albert II van Monaco, kent vijf categorieën. De foto hierboven, van een door stropers gedode en onthoornde Zuid-Afrikaanse neushoorn, won recentelijk de tweede plek in de categorie ‘Change makers: reasons for hope’.
Redenen voor hoop. Daar moest ik even over nadenken. Er is ook een afdeling ‘Humanity versus Nature’, over de relatie tussen de mens en de natuur en de negatieve impact van menselijk handelen op onze natuurlijke omgeving. Was deze foto daar niet beter op zijn plek geweest?
Die dubbelheid lijkt sowieso een premisse van de Environmental Photography Award. De fotografieprijs wil graag dat fotografen ons de schoonheid van de natuur tonen en ook aandacht besteden aan de klimatologische uitdagingen waarmee we als mensheid worden geconfronteerd. Dat betekent dat die fotografen tegelijkertijd hoop en wanhoop moeten vastleggen, blijdschap en woede, vooruitgang en tegenwerking. Die emotionele achtbaan is de hedendaagse mens natuurlijk niet onbekend, maar toch. Hoe leg je ’m vast?
Als kijker ben je in elk geval gewaarschuwd. De ene foto toont een woedende olifant in Gabon, die onherstelbaar aangereden werd door een trein in een wildpark (eerste prijs in de categorie ‘Humanity versus Nature’, van de Nederlandse fotograaf Jasper Doest). De volgende een prachtig efemeer zeewezen dat in ijskoud water leeft. De ene keer kijk je naar een rouwende walvismoeder met een dood kalf, de andere keer naar een intens portret van een jaguar die een tamelijk flinke kaaiman uit het water kaapt. Dat zeg ik: achtbaan.
En dan die neushoorn. De veelzijdige Britse fotograaf Tommy Trenchard maakte vorig jaar in beeld en tekst een reportage over de Wildlife Forensic Academy (WFA) bij Kaapstad, Zuid-Afrika. Dat is een nieuw opleidingscentrum waar wetshandhavers en dierenartsen onder meer leren hoe ze forensisch bewijsmateriaal moeten verzamelen na een milieudelict, zoals het doden van een neushoorn vanwege zijn hoorn. Zo probeert het WFA er onder andere voor te zorgen dat stropers vaker worden opgespoord en berecht.
Doodgeschoten giraffen en leeuwen krijgen hier, geprepareerd en opgezet, een tweede leven als akelig authentiek oefenmateriaal. Ook de neushoorn is dus een echt slachtoffer, misschien wel een van de in 2021 451 illegaal gedode neushoorns in Zuid-Afrika. Maar het bloed op de plek waar ooit de trotse hoorn zat en de crime scene met zijn buitenissige vegetatie en zandbakachtige bodem – dat zijn simulaties.
Afgezien van de dieptrieste aanleiding is deze omgeving voor een fotograaf natuurlijk een walhalla. Net als dierentuinen en diorama’s is de CSI-hal een plek waar het echte leven vervreemdend vermengd is met het artificiële. Daar kun je mee spelen en dat is precies wat Trenchard doet.
Hij fotografeerde het tafereel met de neushoorn vanachter een graspol, alsof hij met zijn camera in de bosjes lag. Hij nam een laag standpunt in, het oog van de lens op bijna dezelfde hoogte als de lege ogen van het dode dier, als om de dramatiek nog eens te vergroten. De witte pakken, de gele nummerbordjes, de metalen muur op de achtergrond – alles draagt bij aan een foto die surrealistisch en fascinerend is, maar ook schokkend en aangrijpend.
Ik wilde er meteen alles van weten. En pas nadat ik had gelezen over het nobele doel van de Wildlife Forensic Academy en toen ik had begrepen dat de gruwelijk gedode dieren in elk geval nog een belangrijke rol kunnen spelen in het helpen beschermen van hun soortgenoten, pas toen snapte ik dat je deze foto ook vanuit gematigd optimisme kunt bekijken. Misschien zelfs wel met een hoopvolle blik, voilà, kan mij het schelen. Natuurgebieden verwelken en neushoorns vergaan, maar ik hoop dat de ambigue Environmental Photography Award nog heel lang blijft bestaan.
Source: Volkskrant