Het was nacht toen de voordeur open werd geblazen en een groep militairen het appartement binnenstormde. Farah (7), die toch al niet kon slapen vanwege het geluid van bommen en geweervuur, begon te krijsen. ‘Ze was doodsbang’, vertelt haar moeder aan de telefoon. ‘En terwijl ik Farah probeerde te troosten, werd haar vader tegen de grond geslagen.’
Hoe leg je zoiets uit aan een kind? Dat het Israëlische leger zijn eigen burgers wil beschermen, en daarom huizen bombardeert en ’s nachts soldaten bij je naar binnen stuurt. Dat die gaten slaan in je buitenmuren om zo de straat te kunnen beschieten. Dat deze soldaten geen enkel risico willen nemen en daarom alle mannen die in het pand wonen naar buiten sleuren, en ze nog een paar klappen geven.
‘Je vertelt haar dat het allemaal wel goed komt’, zegt Rasmeya Abu Ariya (38). ‘Dat blijven we ook hopen. Dat er ooit een einde komt aan deze nachtmerrie.’
Over de auteur
Sacha Kester schrijft voor de Volkskrant over België, Israël en het Midden-Oosten. Eerder was ze correspondent in India, Pakistan en Libanon.
Begin deze week begon Israël een grootschalige en gewelddadige operatie in het vluchtelingenkamp bij de stad Jenin, op de bezette Westelijke Jordaanoever. Na luchtaanvallen op dichtbevolkte steegjes trokken grondtroepen het kamp binnen om de straten uit te kammen, op zoek naar gewapende strijders.
In dit kamp wonen Palestijnen die in 1948, na de oprichting van de staat Israël en de oorlog met de Arabische buurlanden die daarop volgde, hun huis waren ontvlucht. De tentjes hebben allang plaatsgemaakt voor betonnen huizenblokken in een wirwar van straatjes: er wonen naar schatting 14 duizend mensen opeengepakt op minder dan een halve vierkante kilometer.
Israël beschouwt het kamp als een bolwerk van terrorisme omdat honderden strijders van militante groeperingen als Hamas en Islamitische Jihad hier hun basis hebben: de afgelopen zes maanden zouden er vijftig terroristische acties vanuit Jenin zijn gelanceerd. Palestijnen zien Jenin juist als een centrum van verzet tegen de bezetter die hun land inpikt, hun bewegingsvrijheid beperkt, en hun mensen opsluit of vermoordt.
Ze kwamen voor de strijders, zegt Abu Ariya, maar het zijn de burgers die de prijs betalen. Nadat zij urenlang met de soldaten in huis had gezeten, werd haar opgedragen om te vluchten. Ze had geen idee voor hoelang dat zou zijn. Een paar uur? Een paar dagen? Voor altijd, net zoals in 1948? ‘We kregen geen tijd om spullen te pakken’, vertelt ze. ‘We liepen naar buiten, met het kind op de arm, en trokken verdwaasd door ons verwoeste kamp om bij familie te gaan logeren.’
Naar schatting drieduizend Palestijnen liepen dinsdagochtend vroeg over de straten waar ze normaal gesproken boodschappen doen en vrienden ontmoeten. Nu stonden er smeulende auto’s langs het opengereten wegdek. Een lange stoet van mannen, vrouwen, kinderen en ouderen baande zich in het donker een weg door een doolhof van puin.
Een dag later kondigde het leger formeel aan dat de operatie, de grootste op de bezette Westelijke Jordaanoever in twintig jaar tijd, was afgerond, en dat het leger het kamp had verlaten. Er waren in totaal 12 Palestijnen en één Israëlische soldaat om het leven gekomen.
Zodra er niet meer werd gevochten, keerden mensen terug naar huis. Hun straten waren onherkenbaar. Het stonk. Auto’s waren in brand gestoken en smeulden nog na, en talloze huizen vertoonden littekens van explosieven of geweervuur. Inwoners liepen verloren rond en hoorden elkaars verhalen aan.
‘Ik woon zelf net naast het kamp, maar ook daar konden we niet slapen vanwege het geluid van geweld’, vertelt Mostafa Sheta (43), de directeur van het Vrijheids Theater dat zich in het hart van het kamp bevindt. ‘Mijn kleine kinderen huilden en mijn zoon van 15 bleef maar vragen stellen, alsof hij grip op de situatie zou krijgen als hij snapte wat er gebeurde.’
Twee nachten lang hamerden de bommen in op de traumatische herinneringen van Sheta: ook in 2002, tijdens de Tweede Intifada, werd hier hard door Israël ingegrepen. Bij de Slag om Jenin werd het kamp grotendeels verwoest en kwamen in tien dagen tijd 52 Palestijnen en 23 Israëlische militairen om het leven.
‘Mijn vader was één van de slachtoffers’, vertelt Sheta. ‘Hij stond in de keuken om iets te drinken te pakken, en werd door een verdwaalde kogel in zijn borst geraakt.’ Sheta is even stil, en zegt daarna dat de beelden constant door hem heen jagen. ‘Nu ben ik zelf vader. De pijn van toen en de angst voor de kinderen nu – het was vreselijk.’
De thuiskomst bracht veel mensen een volgende schok. Ook bij Nelly Abu Atiya (45) hadden Israëlische soldaten in huis gezeten. Ze hadden alles stukgemaakt. Ze appt foto’s: een gat in de badkamermuur, net naast de douche, een gat in de muur bij de bank, een pijp die is losgetrokken, en overal puin. ‘Door die gaten konden sluipschutters van het leger naar strijders op straat schieten’, licht ze toe.
De Israëlische minister van Defensie Yoav Gallant zei dinsdag dat de inwoners van het kamp ‘gijzelaars waren in handen van terroristen’, maar iedereen die je spreekt, zegt die strijders volop te steunen.
‘Als het Israël daarom te doen is, dat wij het verzet moeten laten vallen omdat we geen militaire invallen meer willen, dan bereiken ze hiermee juist het tegenovergestelde’, zegt Amani Abuatiyeh ferm. ‘Ja, we willen vrede. Geen geweld meer, geen angst, geen doden, geen checkpoints! Daarom moet deze bezetting eindigen. Want zolang soldaten en kolonisten ons het leven onmogelijk maken, zullen mensen vechten voor hun vrijheid.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden