Home

Het logo van het H’art Museum ademt tandartspraktijk, en dan die náám

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

De Hermitage in Amsterdam heeft een nieuwe naam: H’art Museum. Het museum zonder collectie verbrak vanwege de oorlog in Oekraïne de banden met het museum in Sint-Petersburg, dus moest er ook een naam komen die niet langer naar Rusland zou verwijzen. Hart, art (kunst) – u begrijpt het. ‘Kunst raakt je in je hart’, verklaarde directeur Annabelle Birnie de nieuwe naam. In het logo is de apostrof vervangen door een roze stip die in de digitale versie pulseert als een hart.

Gelijk was er gedoe: het Belgische kunstmagazine Hart vond dat het museum de naam en het logo had gejat (het lijkt er inderdaad nogal op).

Je zou hopen dat de Belgen er een zaak van maken en het museum bewegen de naam te herzien – voor de directie een uitweg zonder al te veel gezichtsverlies. Het logo ademt tandartspraktijk, de naam is die voor een fitnesscentrum voor mensen met morbide obesitas. Je zou denken dat je als museum serieus genomen wil worden, en dat je dus met een logo en een naam komt die aansluiten bij wat je doet. Als je straks topstukken uit het British Museum mag tonen, verkoop je je tickets toch niet met een logo waarvan je na het zien denkt: was ik maar visueel gehandicapt?

In de muziek is de namenmalaise al langer aan de gang. Daar zou je soms denken dat orkesten of concertzalen bij het publiek absoluut niet de indruk willen wekken dat ze orkesten of concertzalen zijn. (Zo aan het eind van het culturele seizoen zou ik graag eindigen in een ronkend C-groot, maar dat zit er helaas even niet in.)

Het Gelders Orkest (Arnhem) en het Orkest van het Oosten (Enschede) moesten fuseren tot de, in Raad voor Cultuur-taal, ‘orkestvoorziening’ Phion. De ingevoerde zou er Philharmonie Oost-Nederland in kunnen herkennen, maar voor de leek zou het ook een bowlingcentrum kunnen zijn. De naam Philharmonie Zuidnederland, ontstaan na de eveneens gedwongen fusie van het Limburgs Symfonie Orkest en Het Brabants Orkest, is nog wel te doen. Maar dat het orkest zijn naam volgens de mode van het jaar 2009 nog altijd zonder hoofdletters schrijft, stemt treurig. Het straalt namelijk uit: let maar niet op ons. Terwijl je de motherfucking Philharmonie Zuidnederland bent, hé! (Het stijlboek van de Volkskrant schrijft voor dat wij wél hoofdletters gebruiken.)

Ik weet het: er zijn ergere dingen op de wereld. Oorlog, de klimaatapocalyps. Maar mogen we dan alsjeblieft doodgaan in stijl? In Haarlem maken ze het helemaal bont: de Philharmonie heet voortaan Phil, wat bij mij de associaties opriep met de Amerikaanse televisiepersoonlijkheid Dr. Phil. En in Haarlem is nu niet de Koorbiënnale aan de gang, maar The Big Sing. Nee, inderdaad: je moet er niet aan denken zo’n Engelstalig medemens ‘koorbiënnale’ uit te horen spreken.

Gratis tip: laat uit je naam blijken wat je doet, en wees er trots op. Neem een voorbeeld aan, zeg, het Concertgebouw in Amsterdam: het is een gebouw en er zijn concerten (heel veel zelfs). Of aan het Holland Festival. Gewoon een festival in Holland, inderdaad.

Source: Volkskrant

Previous

Next