Home

Als de minister gemaakte beloftes kan verbreken, dan zijn we niet langer teleurgesteld of boos. Dan zijn we klaar

‘Zie je nou wel. Weer gepiepeld. Wanneer leren we het nou eens?!’ Dit zei een collega-huisarts toen onlangs bekend werd dat de vaste vergoeding voor langere spreekuurtijd er toch niet komt per januari 2024. Dit ondanks de bewezen positieve effecten van meer tijd voor de patiënt in de huisartspraktijk — voor zowel de zorg als de samenleving. En ondanks de persoonlijke toezegging van minister Kuipers, die zich zoals Rinske van de Goor vorige week schreef, een onbetrouwbare baas toont.

Voor wie er geen actieve herinnering aan heeft: een jaar geleden ondertekenden de huisartsen het Integraal Zorgakkoord (IZA) níét. De reden: een gebrek aan vertrouwen. In het IZA ontbraken concrete en afdwingbare afspraken. De boterzachte toezeggingen van een minister die niet eens de moeite nam op het Malieveld te verschijnen, waren niet genoeg. De huisartsen wilden geen zorgakkoord, maar een bindend contract met harde afspraken.

Over de auteur
Danka Stuijver werkt als huisarts. Zij schrijft om de week een wisselcolumn met collega-huisarts Rinske van de Goor.

Minister Kuipers, voor wie het IZA de kroon op zijn ministerschap moet vormen, begon een charmeoffensief. Hij stuurde aimabele brieven waarin de onmisbare rol en onschatbare waarde van de huisarts in het Nederlandse zorgsysteem werden benadrukt. Ook is er in heel Nederland geen huisarts meer die niet weet dat Kuipers zelf zoon is van een huisarts. Met andere woorden: hem konden we wel vertrouwen.

De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) formuleerde twee eisen waaraan moest worden voldaan voordat zij het IZA wilden ondertekenen. Eén daarvan: verruiming van de spreekkamertijden met passende bekostiging. Tenslotte is het beroep van huisarts in de afgelopen jaren intensiever en complexer geworden en is het takenpakket flink uitgebreid. We verlenen zorg aan ggz-patiënten, kwetsbare thuiswonende ouderen en chronisch zieken die voorheen zorg kregen in de psychiatrie, de bejaardentehuizen en het ziekenhuis. De standaard consulttijd van 10 minuten volstaat daarom niet meer.

Onderzoeken naar huisartspraktijken waar wordt gewerkt met consulten van minimaal 15 minuten tonen positieve effecten: minder onzinnige verwijzingen, minder onnodig aangevraagde onderzoeken, meer afgeronde hulpvragen, forse besparing van zorgkosten, grotere tevredenheid bij de patiënt en meer werkplezier bij de dokter. Het bekostigen van consulten die net even iets langer mogen duren is dus een investering die zich dubbel en dwars terugbetaalt.

De minister ging akkoord. Sterker, hij zei er persoonlijk op toe te zullen zien dat afspraken worden nagekomen. De huisartsen tekenden, maar nu de inkt is opgedroogd wordt de belofte alweer verbroken. En wordt gedaan alsof wij van een mug een olifant maken.

Punt is dat tot zeker 2025 (misschien zelfs later, who knows) de bekostiging voor extra tijd in de spreekkamer blijft lopen via het zogenaamde ‘potjessegment’. Dit is een onzekere vorm van bekostiging waarbij de zorgverzekeraars aan de deksels draaien. Wanneer ze dat doen, hangt af van steeds wisselende voorwaarden waar zorgverleners aan moeten voldoen. Zoals huisarts Anton Maes in zijn blog op Zorgenstelsel benadrukt: ‘Het is belangrijk dat ‘meer tijd voor de patiënt’ onwrikbaar vaststaat en geen speelbal wordt van allerlei partijen waaronder de zorgverzekeraars.’

Waarom? Omdat je met tijdelijke potjes de huisartsenzorg niet toekomstbestendig kunt maken. Zoals het investeren in huisartsvestiging, het uitbreiden van het vaste personeel of het opstarten van een compleet nieuwe huisartspraktijk voor de groeiende groep Nederlanders die geen huisarts meer hebben.

Het meest verbijsterd was ik nog over de manier waarop de verbroken belofte op sociale media werd geheretiketteerd tot een klap-eens-in-je-handjes-blij-blij-blij-bericht. Kritische reacties van beroepsgenoten werden verwijderd. Een minister die afspraken niet nakomt is één ding, maar het wegfilteren van kritiek; daar word ik bang van.

Laten we niet vergeten dat de minister afhankelijker is van de huisartsen dan andersom. Wie doen tenslotte het werk? De LHV moet zich dan ook niet laten behandelen als uitvoerder van door de strot geduwd politiek beleid. Het moet zélf beleid bepalen. Daar is moed, visie en intensief contact met de achterban voor nodig.

Als de minister gedane beloftes kan verbreken, dan zijn we niet langer teleurgesteld of boos. Dan zijn we klaar. Dan stappen we uit het IZA en na de zomer het Malieveld weer op. Ik durf te wedden dat Kuipers dit keer wél zal verschijnen. Met een uiterst charmante speech. Maar deze keer trappen we er niet in. Mag ik toch hopen.

Source: Volkskrant

Previous

Next