In zijn opiniestuk waarin hij zich keert tegen het hoofddoekverbod bij de politie (O&D, 5/7) hanteert Jan-Peter Loof van het College voor de Rechten van de Mens een aantal misleidende redeneringen.
Ten eerste meent hij dat aan het verbod een discriminerende veronderstelling ten grondslag ligt: dat mensen die religieuze tekens dragen hun werk niet neutraal uitvoeren. Het zou me echter zeer verbazen als een dergelijke veronderstelling werkelijk leeft bij degenen die dit verbod hebben gerealiseerd. Het gaat volgens mij om iets anders, namelijk dat mensen die door de politie worden aangehouden of ondervraagd extra gevoelig kunnen zijn voor signalen van vooringenomenheid.
Over de auteur
Derk Venema is universitair docent rechtswetenschap aan de Open Universiteit.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Daarom is het logisch dat zulke signalen, in uiterlijk en gedrag, zoveel mogelijk worden vermeden, om burgers geen aanleiding te geven om zich, terecht of onterecht, oneerlijk behandeld te voelen. Daar worden politieagenten ook in getraind.
Het is dus niet omdat de wetgever denkt dat het hebben en tonen van een religie een agent ongeschikt maakt, maar omdat religieuze tekens de verdenking kunnen wekken van ongelijke behandeling op grond van persoonlijke religieuze motieven. En ook al is die verdenking onterecht, soms moet je ook onterecht wantrouwen proberen te voorkomen. Daarom dragen politieagenten net als rechters een neutraal uniform.
Ten tweede de omstandigheid dat het verbod vooral vrouwen treft die de hoofddoek als religieuze plicht zien. Aan hun ervaring van onrechtvaardigheid wil ik niets afdoen. Maar wat is hier nu precies onrechtvaardig? Is het de eis van neutraliteit van de overheid, of is het de toevallige combinatie van een seculiere maatschappij met de sociale druk in een minderheidsgroep om een bepaalde kledingstijl aan te houden?
Het dragen van een hoofddoek wordt afwisselend geframed in her debat als religieuze plicht en als eigen keuze. Dat is op zich al tegenstrijdig, maar het verhult ook de sociale druk. Die is misschien minder erg dan in Iran, waar vrouwen juist tegen de hoofddoekplicht protesteerden, maar nuanceert de vrije keus aanzienlijk. Moet de overheid religieus gemotiveerde groepsdruk legitimeren? Moet de overheid überhaupt extra eerbied tonen voor gewoontes en opvattingen waarvan beweerd wordt dat deze een religieuze plicht vormen?
Niet alle oneerlijkheid kan worden vermeden, zoals neutraliteit ook niet betekent dat religieuze uitingen per definitie waardevol of respectabel zijn. Dit probleem is niet oplosbaar, want voor de ene moslima is de hoofddoek een trofee van vrouwelijke autonomie en voor de andere moslima een instrument van vrouwenonderdrukking.
Ten derde raakt bij de redeneringen van Loof het einde zoek. Moeten we ook agenten met een gezichtssluier toestaan, of met een vergiet op het hoofd? Of komt dan de geloofwaardigheid van de overheid wel in het geding? Mogen die religieuze uitingen wel uitgesloten worden, en op grond waarvan?
Ten vierde is het misleidend om te stellen dat de aan- of afwezigheid van ‘noodzaak en proportionaliteit’ van neutrale kleding met onderzoek aangetoond kan worden. Dat betreft namelijk een politieke keuze, niet een feit dat je kunt vaststellen. Je kunt er enquêtes over houden, maar daar zitten zoveel haken en ogen aan dat je met de uitkomsten ervan volstrekt tegenovergestelde beleidskeuzes kunt onderbouwen. Of het toestaan van hoofddoeken bij geüniformeerde overheidsfunctionarissen goed of slecht werkt, kan alleen de praktijk uitwijzen. En misschien levert het inderdaad nauwelijks problemen op.
Ten slotte is het niet zo dat met dit verbod het gesprek over discriminatie en neutraliteit is afgekapt. Daarvoor is het betoog van Loof een van de vele tegenbewijzen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden