Home

Gemeenten gaan eigen groene ambities niet halen

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Energietransitie Te weinig windmolens en zonnepanelen: veel regio’s hebben nog niet de helft van de beoogde duurzame energie opgewekt, blijkt uit een tussenrapportage. Wie eerder én intensiever verduurzaamde, is beter op weg. Zo lijken Hoeksche Waard en Groningen hun doelen wel te halen.

Het gaat gemeenten niet lukken om in 2030 zoveel duurzame energie op te wekken als ze zichzelf ten doel hadden gesteld. Projecten voor windmolenparken of zonnepanelen zijn vertraagd of geannuleerd, vergunningstrajecten blijken stroperiger dan voorzien en soms zit het energienet te vol om daar nog nieuwe, duurzame energie op aan te sluiten.

Dat blijkt uit een donderdag gepresenteerde jaarlijkse tussenrapportage van de Regionale Energiestrategieën (RES). In die 30 regio’s werken gemeenten samen aan de verduurzaming van Nederland. Ze voeren daarmee een deel uit van het in 2019 gesloten Klimaatakkoord. Daarin was vastgelegd dat Nederland in 2030 70 procent van zijn energie uit duurzame bronnen moest halen, wat neerkwam op 35 terawattuur duurzame opwekking op land, door windmolens of zonnepanelen. Dat doel gaat waarschijnlijk wel gehaald worden.

Maar gemeenten zelf zijn ambitieuzer. Ze willen in 2030 55 terawattuur aan duurzame energie opwekken, een ambitie die ze uitwerken in regionale verduurzamingsplannen, windmolenparken en zonneweides (een perceel of weide met zonnepanalen). Doordat de energievraag in Nederland groeit, betekent het niet realiseren van die ambities dat langer méér fossiele brandstoffen zullen worden gebruikt.

Hóé ver gemeenten precies van hun eigen klimaatambities gaan afzitten, blijkt pas eind dit jaar, als het Planbureau voor de Leefomgeving alle nieuwe regionale updates heeft doorgerekend. Een inventarisatie door NRC van de 21 beschikbare, nieuwe regionale rapportages toont dat veel regio’s nog niet de helft van hun beoogde duurzame opwekking hebben gerealiseerd. Bovendien zijn hun huidige plannen vaak onvoldoende om het doel te halen, of om daarvan zelfs maar in de buurt te komen. In de landelijke tussenrapportage geeft de helft van de regio’s aan te verwachten haar eigen doelen te halen; de andere helft verwacht van niet.

Daarmee gebeurt wat vorig jaar al dreigde: de uitvoering van klimaatambities is gestagneerd. In de ruimtelijke puzzel die Nederland probeert te leggen (woningbouw, stikstof, klimaatdoelen, landbouw) passen stukjes steeds minder in elkaar. Dat heeft vele redenen, blijkt uit de afzonderlijke tussenrapportages van de regio’s. Geplande projecten voor bijvoorbeeld windmolenparken gaan niet door, omdat de grond toch niet beschikbaar bleek, vergunningen niet doorkwamen of lokaal verzet weerbarstig bleek. Ook het uitblijven van landelijke milieunormen voor de aanleg van windmolens speelt een rol. Bovendien remt de stikstofproblematiek de ontwikkeling van nieuwe energiebronnen.

Wel is het ‘laaghangend fruit’ inmiddels geplukt; veel van de locaties waar relatief eenvoudig zonnepanelen of windmolens konden worden geplaatst, zijn gevuld.

De omvang van de resterende opgaves verschilt sterk per regio. Regio’s als de Hoeksche Waard, Groningen en Amersfoort lijken hun doelen wel te gaan halen. Wie eerder begon én intensiever werk maakte van verduurzaming is beter op weg dan regio’s die minder ambitieus waren en later begonnen, constateert de tussenrapportage. Zo liggen de gerealiseerde en nog geplande opwek van bijvoorbeeld de regio Zuid-Limburg ver af van het doel dat ze zelf stelde.

Die resterende opgaven kunnen ook heel concreet worden gemaakt. Zo zou Midden-Holland, de RES-regio rondom Gouda, nog zo’n tweehonderd voetbalvelden moeten volleggen met zonnepanelen. En om slechts de ‘onderkant’ van haar eigen ambities te halen, moet de regio Rotterdam-Den Haag minstens 99 windturbines bouwen, blijkt uit haar rapport, of een stuk grond ter grootte van Delft bedekken met zonnepanelen.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next