Home

Misschien krijgen scholieren hun gebedsruimte wel als ze deze een andere naam geven

Ruim twintig jaar geleden dartelde ik als rechtenstudent vrolijk door de verschillende faculteiten van de Leidse universiteit; in afwachting van een verbouwing waren mijn colleges verspreid over de stad. Inmiddels is de rechtenfaculteit gehuisvest in het KOG, een monumentaal gebouw vernoemd naar de natuurkundige Kamerlingh Onnes. Hoe dan ook, al dartelend ontdekte ik in twee faculteiten een gebedsruimte. Goh, dacht ik verrast, dat ze daar überhaupt aan hebben gedacht, wat sympathiek. Vooral tijdens de ramadan maakte ik er gebruik van, dan was het fijn om even een moment van stilte te pakken.

Afgelopen dinsdag heeft de landelijke studentenvakbond (LSVb), samen met een hele riedel studenten- en scholierenorganisaties, een manifest overhandigd aan de Tweede Kamer waarin wordt opgeroepen alle onderwijsinstellingen te voorzien van stilteruimten. Het belang van die ruimten wordt evidenter, aldus het manifest, omdat meer dan de helft van de jongvolwassenen met psychische klachten kampt en de druk op leerlingen- en studentenwelzijn toeneemt. Verder geven onderwijsinstellingen met zo’n stilteruimte het signaal af dat ook studenten uit minderheidsgroepen welkom zijn en zichzelf mogen zijn.

Dat laatste is leuk, maar er zit een grens aan de mate waarin je jezelf kunt zijn zonder ongemak te veroorzaken bij een ander. Waar die grens precies ligt, is niet in algemene zin te zeggen; de een kan nou eenmaal wat meer hebben dan de ander.

Bij meerdere scholen wordt die grens in elk geval bereikt bij het uitrollen van een gebedskleed, zo bleek uit een onderzoek van de NRC. Eind maart publiceerde die krant een artikel over het geworstel tussen schoolbesturen en biddende leerlingen, met vreemde taferelen tot gevolg. Zo bleek op een lyceum een groepje scholieren stiekem onder een trap te bidden. Toen het groepje eens betrapt werd door een patrouillerende lerares, bleek die niet van de halve maatregelen te zijn en trok ze zo het gebedskleed onder een biddend meisje vandaan.

Op een andere school stonden leerlingen ’s winters buiten onder een brug te bidden; in de school zelf was het niet toegestaan en direct rondom het gebouw evenmin, omdat dat beeld ‘negatieve reclame’ zou opleveren.

Op mijn middelbare school vroeger werd gepatrouilleerd op jointjes en drank. Verder was er een verliefd stelletje dat iedere pauze zó ijverig elkaars huig stond af te lebberen, dat docenten weleens vroegen of het wat minder kon. Dat verzoek kwam meestal pas als die twee in de vensterbank op elkaar waren gaan liggen en kledingstukken opzij begonnen te schuiven – in het geheel niet gehinderd door de iiieeeuws en getvers van walgende schoolgenoten.

Nu zijn het gebedskleedjes die getvers oproepen. Het artikel van de NRC leidde tot Kamervragen aan de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, die deze beantwoordde met de boodschap: ‘Het moet iedere leerling vrij staan om te bidden, maar scholen hebben het recht om grenzen te stellen aan deze vrijheid van leerlingen.’

Volgens de minister moeten de scholen zelf bepalen hoe er moet worden omgegaan met biddende leerlingen, van een verplichting om een gebedsruimte in te richten is in elk geval geen sprake. Het zal nu moeten blijken in hoeverre het manifest van de LSVb aanleiding geeft om dit standpunt te veranderen.

In de tussentijd is het misschien handig als islamitische scholieren en studenten niet meer specifiek vragen om een gebedsruimte, maar om een genderneutrale yogaruimte. Dat is tenminste hip, op een yogamatje kun je ook prima bidden en genderneutraal klinkt zo lekker inclusief.

Source: Volkskrant

Previous

Next