Home

Hindley sluipt mee met kopgroep, wint zonder plan de etappe en pakt ook nog geel

Hij leek aan de aandacht van iedereen ontsnapt, Jay Hindley, de kopman van Bora-Hansgrohe. De 27-jarige Australiër was in het begin van de vijfde etappe, een in de Tour ongebruikelijk vroege Pyreneeënrit, meegeslopen met een omvangrijke kopgroep waarvan iedereen in het peloton dacht dat ze die wel konden laten gaan.

Hindley was in die groep de enige klassementsrenner en vooral UAE van Tadej Pogacar en geletruidrager Adam Yates vond dat problematisch. Zeker toen de voorsprong van Hindley en de rest opliep tot vier minuten.

Dat was niet de bedoeling. Hindley is niet zomaar iemand. Weliswaar wordt zijn ploeg te zwak geacht om de Tour te controleren, de goedlachse renner was vorig jaar wel winnaar van de Ronde van Italië. En twee jaar eerder eindigde hij als tweede. Hij rijdt nu zijn eerste Tour.

Over de auteur

Robert Giebels schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1. Hij was correspondent in Azië, schreef over economie en won als politiek verslaggever journalistiekprijs De Tegel.

‘We kennen je niet zo goed: vertel eens wat over jezelf, Jay’, vroegen Fransen journalisten. ‘Nou, ik ben linkshandig’, begon Hindley, ‘ik hou van de verschillende Europese culturen en ik snap zelf ook niet altijd wat ik doe.’ Er zat inderdaad geen enkel plan achter zijn meesluipen met de kopgroep, zei hij. ‘Gewoon plezier hebben op de fiets, verder was het pure improvisatie.’

Aan het begin van de dag stond Hindley zevende op 22 seconden. Dat hij in de kopgroep reed, bepaalde ook meteen het lot van de andere 23 renners die met Hindley op avontuur waren gegaan. Zij konden deze etappe niet winnen, want een Giro-winnaar laat je niet vier minuten voorsprong nemen in het algemeen klassement.

Voor Wout van Aert, de best geklasseerde renner in de kopgroep, maar zonder ambitie om in Parijs het geel aan te trekken, was de aanwezigheid van Hindley wat zuur. Zonder de Australiër had de Jumbo-Visma-renner volgens zijn ploegleider Arthur van Dongen een goede kans gehad om de rit en het geel te winnen.

Zover kwam het niet, want er werd gejaagd op de groep-Hindley, vooral door UAE. Op den duur werd het de kopgroep duidelijk dat alleen de kopman van Bora er nog baat bij had om op kop te rijden. Dus dat deed de Australiër dan maar, totdat hij niemand meer bij zich had.

Hij maakte er voor zichzelf een genoeglijke dag van: Hindley won niet alleen de etappe, hij nam ook de gele trui over van Yates. ‘Ik ben hier voor het klassement, dus die trui gaan mijn ploeg en ik niet zomaar uit handen geven.’

Dat komt Jumbo-Visma prima uit. Laat Bora voorlopig maar die leiderstrui verdedigen, meent de Nederlandse ploeg, dan proberen wij ondertussen UAE en Pogacar uit te roken.

De tactische wijze waarop de Nederlandse ploeg de door Hindley veroorzaakte situatie uitspeelde ten nadele van Pogacar, deed denken aan de elfde etappe van de Tour van vorig jaar. De rit waarin de putsch van de ploeg de eerste gele leiderstrui opleverde voor Jonas Vingegaard. De Deen gaf het kleinood daarna niet meer uit handen en won de eerste Tour voor zijn ploeg.

Die machtsovername vorig jaar was maanden daarvoor bedacht door de ploegleiding, maar dat gold niet voor de etappe van woensdag. ‘We hadden wel een plan’, legde Van Dongen uit. ‘Maar dat hing sterk af van de wijze waarop de koers ging verlopen.’ De ploegleider zat steeds achter Vingegaard in de auto en de kopman had, zei hij achteraf, een van zijn betere dagen – niet eens een superdag.

De enige overeenkomst met de sleutelrit vorig jaar was dat Jumbo-Visma twee zogenoemde satellietrenners in de kopgroep had, Van Aert en Tiesj Benoot, die zich energiebesparend naar achteren konden laten zakken om de aanstormende Vingegaard te helpen in zijn gevecht met Pogacar en zijn UAE-knechten. Vooral de kopbeurt van Van Aert was daarbij effectief.

De Sloveense Tourwinnaar van 2020 en 2021 bleek niet, of misschien nog niet, in zijn gewenste Tour-vorm te steken. Een polsbreuk in Luik-Bastenaken-Luik schopte zijn voorbereiding in de war, is de verklaring van Van Dongen, terwijl die van Vingegaard, zegt de Deen, ‘perfect’ was.

Dat kwam er allemaal uit op de laatste, bijzonder steile klim van de dag, de Col de Marie Blanque. Uitgerekend dat is de plek waar de toen nog maar 21-jarige Pogacar doorbrak. Hij won in 2020 de negende etappe, die vrijwel identiek was aan die van woensdag, en uiteindelijk de Tour. Wie hij in beide gevallen versloeg? Primoz Roglic, de kopman van dienst van Jumbo-Visma.

Dit keer was alles anders. Na te zijn gegangmaakt door meesterknecht en -klimmer Sepp Kuss ging Vingegaard er vandoor en liet Pogacar bij achter bij Kuss die transformeerde in de stoorzender van de tweevoudig Tourwinnaar. Met verbeten blik gebruikte Vingegaard het ene na het andere achtergebleven lid van de kopgroep als springplank en pakte uiteindelijk ruim een minuut op Pogacar.

‘Maar ik weet: Tadej geeft nooit op’, zei een tevreden Vingegaard na afloop, ingetogen als altijd. Ook hij verklaarde dat er geen groots plan aan zijn geslaagde actie ten grondslag had gelegen. ‘We hebben het wel over dit scenario gehad, maar we dachten dat het te moeilijk zou worden om het uit te voeren.’ Zijn vorm bleek er uiteindelijk toch goed genoeg voor.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next