Home

Nu de vlammen zijn gedoofd, moet Macron de problemen van de banlieue structureel aanpakken

Macron heeft adequaat op de rellen gereageerd, mede door een enorme politiemacht in te zetten. Maar die politie is onderdeel van het probleem.

De rust in de Franse banlieue lijkt teruggekeerd, sneller dan door sommigen verwacht. Een herhaling van de wekenlange onrust van 2005 is uitgebleven. Niettemin waren de rellen een enorme schok voor Frankrijk.

De begrijpelijke woede over de dood van de 17-jarige Nahel is geen rechtvaardiging voor geweld, vandalisme, plundering en het ondermijnen van de democratie, met de aanval op het woonhuis van een burgemeester als tragisch dieptepunt.

Voor president Macron zijn de rellen een nieuw echec. Na de opstand van de gele hesjes in 2018 werd hij opnieuw geconfronteerd met de diepe breuklijnen in de Franse samenleving, met een banlieue die zich miskend en geminacht voelt.

Macron heeft adequaat op de rellen gereageerd. Hij stuurde een enorme politiemacht de straat op, maar veroordeelde ook het optreden van de politieman die Nahel doodschoot. Anders dan rechtse politici gebruikte hij geen termen als ‘barbaren’ die de gemoederen alleen maar extra zouden opzwepen.

Nu de vlammen zijn gedoofd, staat hij voor de taak een structureel antwoord op de problemen van de banlieue te vinden. Dat is geen eenvoudige zaak. Een voor de hand liggend beginpunt is een hervorming van de politie. Volgens de meeste deskundigen treedt de Franse politie vaak onnodig hard op, maakt zij zich schuldig aan willekeurige en discriminerende identiteitscontroles en grijpt zij te snel naar de wapens.

Daarnaast schiet het toezicht tekort, waardoor agenten te vaak straffeloos de regels kunnen overtreden. Natuurlijk moet de criminaliteit in de banlieue hard worden aangepakt, maar de politie zou zich minder moeten opstellen als interventiemacht van buiten.

Macron zal echter voorzichtig zijn met het aanpakken van de politie, omdat hij de loyaliteit van de ordetroepen hard nodig heeft. Bovendien heeft hij geen meerderheid in de Assemblée Nationale en neigt de publieke opinie naar rechts. De meeste Fransen vinden dat de jongeren uit de banlieue keihard moeten worden aangepakt, niet dat de bevoegdheden van de politie moeten worden ingeperkt.

Het verbeteren van de levensomstandigheden in de banlieue is een zo mogelijk nog moeilijker opgave. De extreme concentratie van armoede en etnische minderheden in een beperkt aantal voorsteden laat zich niet gemakkelijk corrigeren.

Macron kan wel worden verweten dat hij zijn belangstelling voor de banlieue snel heeft verloren. Al in 2018 schoof hij een rapport met ambitieuze voorstellen achteloos terzijde. Maar de banlieue laat zich niet vergeten, zo is de afgelopen weken weer gebleken.

Frankrijk beroept zich graag op zijn Republikeinse model: elke Fransman is gelijk, ongeacht zijn huidskleur, religie of afkomst. Maar juist de kloof tussen dit ideaal en de praktijk van achterstand, discriminatie en racisme maakt de sociale tegenstellingen in Frankrijk extra bitter.

Jongeren in de banlieue voelen zich afgewezen en geminacht door een Republiek die haar idealen niet kan waarmaken. De woede van deze jongeren is een ‘schreeuw van onbeantwoorde liefde’, zei de filosoof Pascal Bruckner deze week. Emmanuel Macron heeft nog tot 2027 de tijd om de banlieue meer liefde te geven, zodat de kloof tussen het Republikeinse ideaal en de praktijk van alledag in elk geval wordt verkleind.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next