Twee kwijnende eiken naast elkaar, in een groepje van vijftig, omringd door naaldbos, ergens op de Veluwe. Het wondvocht op de bomen vloeit rijkelijk, en op dit ‘pure suikerwater’ zien we al direct de dieren waarvoor we zijn gekomen: vliegende herten. En dat is niet niks. Het vliegend hert is de grootste keversoort van het land; het mannetje kan 9 centimeter halen, hij heeft enorme kaken, die wel iets van een gewei hebben. En hij kan vliegen, dat doet hij in verticale houding, met veel lawaai; de kever kan voorbijgangers in de schemering de stuipen op het lijf jagen.
Nu hebben de vliegende herten iets anders aan hun hoofd. Een groot mannetje hangt over een kleiner vrouwtje heen, terwijl zij drinkt van de bloedende boom. Hij bewaakt ‘zijn’ vrouwtje. ‘Hij gebruikt die kaken vooral om andere mannetjes te bestrijden’, zegt John Smit van EIS Kenniscentrum Insecten. En plop, daar gooit hij al een rivaal uit de boom, voor onze voeten.
Vliegende herten leven van stervende, door witrot aangetaste eiken. Het vrouwtje zet haar eitjes af op het ondergrondse dode hout. De larven eten dat hout; vier tot zes jaar brengen ze ondergronds door, dan komen ze bovengronds. In die korte fase zien wij ze nu.
Het mannetje leeft misschien nog drie weken. Enige doel: voortplanting. Dat kost veel energie, die vooral opgaat aan het vechten met andere mannetjes. De vrouwtjes leven iets langer. Eenmaal gepaard moeten de eieren nog rijpen, dan graven ze zich een weg in de grond om de eieren af te zetten. Opruimers zijn ze, ze zetten dood hout om in voedingsstoffen. Vervolgens zijn ze zelf gewilde prooien, voor vogels, voor de boommarter, en voor wilde zwijnen, die de larven uitgraven.
Het vliegend hert lijkt het tij mee te hebben op de Veluwe, het belangrijkste van de vijf overgebleven leefgebieden in Nederland. Aan kwijnende eiken geen gebrek. John Smit: ‘Het wordt hier een walhalla voor vliegende herten, de komende vijftig jaar.’ Want dat het slecht gaat met de eiken op de Veluwe staat voor hem buiten kijf.
En dat is toch reden tot zorg, niet alleen voor de Veluwe, maar op den duur ook voor het vliegend hert. ‘Het is maar de vraag of hier over vijftig jaar nog oude, langzaam wegkwijnende eiken zijn.’ De verjonging van het bos blijft bovendien achter bij het sterven. Mede door de hoge graasdruk, denkt Smit. Edelherten eten de jonge loofboompjes; naaldboompjes laten ze staan.
Ook lastig: vliegende herten verspreiden zich extreem langzaam. Smit: ‘Het vrouwtje legt haar eitjes het liefst op het hout van de boom waaronder ze zelf is opgegroeid.’ En om zich te verplaatsen moet er op zeer korte afstand een geschikte boom zijn. ‘Nou, kijk maar om je heen: alleen maar naaldbos. Als deze vijftig eiken er niet meer zijn, is het hier ook voor het vliegend hert afgelopen.’
Smit pleit daarom onder meer voor ‘corridors’ tussen de subpopulaties, het verbinden van de stukjes eikenbos. Met aangeplante eiken, en met dood hout. ‘Ik ben bang dat we anders de laatste opleving van het vliegend hert beleven.’
We kijken nog maar even naar de gebeurtenissen op de twee bomen. ‘Dit zijn twee mooie, kwijnende eiken’, zegt Smit. ‘Ze bloeden op meerdere plekken, echt veel wondvocht.’ Gevechten op de boom, slachtoffers vallen en klimmen weer omhoog. We volgen live een paring. Hoornaars hebben het wondvocht eveneens ontdekt. Voorlopig lijkt het hier behoorlijk levensvatbaar.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden