Negen Egyptenaren werden opgepakt door de Griekse justitie omdat ze als mensensmokkelaars verantwoordelijk zouden zijn voor de bootramp op de Middellandse Zee, met vele honderden doden. Hun familie is overtuigd van hun onschuld. ‘Echte smokkelaars riskeren hun leven niet door aan boord te gaan.’
Het had feest moeten zijn bij de familie al-Gammal. Tijdens het jaarlijkse Offerfeest eet het gezin meestal extra lang, en is iedereen op zijn paasbest gekleed. Maar afgelopen week was alles anders. Een van de gezinsleden ontbrak. ‘Hoe kunnen we feestvieren?’, zegt Asma al-Gammal (32) aan de telefoon. ‘We denken voortdurend aan mijn broer. Voor anderen was het feest, voor ons niet.’
Haar broer is de 35-jarige Mustafa al-Gammal, een man die tot voor kort een eenvoudige baan had in een kledingfabriek nabij hun Egyptische dorp Inshas, een uur ten noorden van Caïro. Achter de naaimachine verdiende hij volgens zijn zus zo weinig dat hij onaangekondigd naar buurland Libië vertrok. Daar stapte hij op vissersboot ‘Adriana’, in de hoop Italië te bereiken.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet, en is auteur van het boek De koerier van Maputo (2021).
Na vijf dagen kapseisde de boot op 14 juni, volgens ooggetuigen omdat de Griekse kustwacht de boot op sleeptouw probeerde te nemen – een toedracht die de Griekse autoriteiten sindsdien proberen te verdoezelen. Het is het dodelijkste ongeluk op de Middellandse Zee in acht jaar tijd. Er zouden minstens zevenhonderd mannen, vrouwen en kinderen aan boord zijn geweest, van wie slechts 104 het overleefden. Een groot aantal is vermist.
Van de overlevenden komt bijna de helft uit Egypte, een land dat momenteel tweede staat in de Italiaanse aankomstcijfers (maar beduidend lager in die van Griekenland), achter Ivoorkust. Gemeten over 2022 was Egypte zelfs herkomstland nummer één in Italië, met in totaal 21.301 geregistreerde asielzoekers. Het is een opmerkelijke trend die zich in relatieve stilte voltrekt. Drie jaar geleden bedroegen Egyptenaren nog geen 4 procent van het totale aantal dat in Italië aankwam.
Mustafa al-Gammal overleefde de bootramp, maar werd vastgezet in de Griekse Nafplio-gevangenis. Samen met acht landgenoten wordt hij door justitie verdacht van onder meer mensensmokkel, doodslag en lidmaatschap van een criminele organisatie. Ze kunnen levenslang (twintig jaar) krijgen. Een aanfluiting, vindt zijn familie. ‘Ik zweer bij God, hij is onschuldig’, zegt zijn zus Asma. ‘Mustafa heeft geen strafblad, hij is een goed mens. Als hij een smokkelaar zou zijn, waarom zou hij dan zelf op die boot stappen?’
Athanasios Iliopulos, pro-deoadvocaat voor een van de andere verdachten, vindt de zaak wankel. De politie heeft volgens hem tien getuigen gesproken, van wie er vier naar zijn 22-jarige cliënt wijzen. ‘Ze zeggen dat hij aan boord water en voedsel uitdeelde. Bewijst dat dat hij een smokkelaar is? Dat zou een grove denkfout zijn. Hij probeerde enkel te helpen.’
Een andere Egyptenaar werd als schipper aangewezen, maar ook daarvan is de vraag wat dat precies bewijst. ‘De echte smokkelaars riskeren hun leven niet door aan boord te gaan’, zei een woordvoerder van waakhond-organisatie Aegean Migrant Solidarity tegen de Spaanse krant El País. ‘Hoogstens besturen ze hem bij het vertrek, maar daarna verlaten ze de boot om zichzelf in veiligheid te brengen.’
Voor anderen is het beeld diffuus. Tegenover The New York Times zeiden opvarenden dat een aantal Egyptenaren met harde hand de discipline bewaakte. Pakistanen die het bovendek op wilden klimmen, zouden zijn geslagen met een riem. Alle negen ontkennen schuld. Bij de rechtbank hebben advocaat Iliopulos en zijn collega’s afgelopen vrijdag een verzoek ingediend hen voorlopig vrij te laten.
Wat bewoog de Egyptenaren de hachelijke reis te maken? Uit gesprekken met familieleden van de verdachten rijst een duidelijk profiel op. Ze zijn tussen de 20 en de 40 jaar oud. Ze vertrokken omdat ze de eindjes in eigen land niet meer aan elkaar geknoopt kregen. Het geld voor de boottocht, een slordige 4.100 euro, scharrelden ze met leningen bij elkaar.
De exodus heeft alles te maken met de malaise waar Egypte sinds anderhalf jaar in verkeert. De oorlog in Oekraïne (en de daaropvolgende prijsstijgingen op de wereldmarkt), gecombineerd met Egyptes torenhoge staatsschuld, leidden er in 2022 toe dat buitenlandse bedrijven ruim 20 miljard euro aan investeringen introkken. Het toerisme zit sinds covid in het slop. De regering van dictator Abdel Fattah el-Sisi kan nauwelijks aan dollars komen om tarwe te importeren, en heeft de vaste wisselkoers losgelaten, met als gevolg een inflatie op boodschappen (eieren, vlees) van 60 procent.
Bij gebrek aan structurele oplossingen proberen ambtenaren op de staats-tv een ander dieet aan de man te brengen. Ze bezweren dat er niets mis is met kippenvoetjes (‘Die zitten vol proteïnen’) of ezelvlees. Verlichting is niet in zicht: om in aanmerking te komen voor een miljardenlening van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), moet Sisi grote staatsbedrijven (in handen van het leger) privatiseren, maar daar is nog geen begin mee gemaakt.
Migratie is door dit alles het gesprek van de dag. Voorheen vertrokken er bootjes direct vanaf de Egyptische kust, maar die route zit sinds 2016 dicht, met als gevolg dat men het via buurland Libië probeert. ‘Lokaal gaat er een grap’, zo vertelt Wael Sanad (40), zwager van een van de verdachten. ‘Bus één gaat naar het volgende dorp, zeggen ze hier, bus twee naar Libië.’
Zijn zwager Ahmed Abdulkhaleq was een dagloner in de bouw, maar zat vanwege de crisis drie maanden werkloos thuis. In de dagen voor zijn vertrek zat hij voortdurend op zijn telefoon. Sanad denkt dat hij door smokkelaars werd warmgemaakt. Hij laat een openbare Facebook-groep zien met meer dan achtduizend leden. ‘Alle wegen naar Europa zijn bij ons beschikbaar’, zo schrijft ene Huda twee weken na de bootramp. ‘Over land, over zee of per vliegtuig.’
Sanad deed er alles aan om zijn zwager tegen te houden. Hij pakte hem zijn ID-bewijs, mobiele telefoon en reistas af. ‘Het wordt je dood, zei ik, maar hij is toch gegaan. Hij zei: de dromen in mijn hoofd zijn groter dan wat jullie ook zeggen.’ Tegen zijn vrouw zei Ahmed dat hij een visum had bemachtigd en een vliegticket. ‘Ik kwam er later pas achter dat hij gelogen had’, zegt ze huilend aan de telefoon.
Het blijkt een patroon in de verhalen: de mannen houden hun plannen geheim voor hun familie, en bellen pas naar huis als ze in Libië zijn. ‘Eenmaal daar ben je een gijzelaar in handen van de smokkelaars’, zegt Ashraf al-Gharab (42), broer van een van de verdachten. ‘Zelfs al wil je niet meer op de boot stappen, je kunt niet zomaar terug.’ Hij is overtuigd van de onschuld van zijn broer. ‘Hij is een slachtoffer, geen dader.’
Het relaas overlapt met dat van Ahmed. Ook hij reisde naar Libië met slechts een fractie van het benodigde geld. Daarop namen de smokkelaars contact op met de familie, die de rest moest ophoesten. Ahmeds vrouw en moeder verkochten hun juwelen. ‘Anders zie je hem niet meer levend terug’, kreeg de familie te horen. Een Egyptische tussenpersoon van de smokkelaars kwam het geld innen. Zwager Sanad: ‘Op een afgesproken tijdstip verscheen er een man op een brommertje. Hij pakte het geld en reed gelijk door. Hij droeg een petje diep over zijn ogen, ik denk om onherkenbaar te blijven.’ Een neef en een vriend van Ahmed waagden ook de oversteek. De eerste zit nu in een Grieks kamp, de tweede verdronk.
Intussen overweegt de Europese Unie een migratiedeal te sluiten met de Egyptische regering, waarbij – net als met Tunesië – financiële steun geboden wordt in ruil voor het tegenhouden van migranten. Afgelopen herfst tekenden Brussel en Caïro al voor een pakket van 80 miljoen euro, bedoeld voor het verbeteren van de grensbewaking. Athene is een pilotproject begonnen om jaarlijks vijfduizend Egyptische seizoensarbeiders in de landbouw te laten werken.
Vanuit de cel kunnen de mannen soms naar huis bellen. Asma al-Gammal vertelt over een telefoontje van Mustafa, vader van drie kinderen – 3, 6 en 8 jaar oud. Dat hij in Europa is, duizenden kilometers verderop, had de rest van het gezin verzwegen. De kinderen denken dat hun vader een nieuwe baan heeft, en een tijdje op zijn nieuwe kantoor blijft slapen. ‘Het is Offerfeest’, had een van hen gevraagd, ‘waarom kom je niet naar huis?’ Ik kom naar huis, antwoordde hun vader, maar nu nog niet. ‘Jullie moeten geduld hebben.’
Source: Volkskrant