De VVD-fractie in de Tweede Kamer wil dat het kabinet uiterlijk vrijdag, als het zomerreces begint, met een migratieakkoord komt. Dat moet nationale maatregelen bevatten om de instroom van asielzoekers omlaag te brengen en greep te houden op de arbeidsmigratie. Wat zijn de mogelijkheden?
Het overleg hierover tussen leden van het kabinet is achter de schermen gaande sinds november. Toen beloofde premier Mark Rutte zijn eigen VVD-fractie ‘aan de slag’ te gaan met de instroomcijfers, als wisselgeld voor steun aan de Spreidingswet van staatssecretaris en partijgenoot Eric van der Burg (Asiel en Migratie). De fractie hikte lang aan tegen gedwongen spreiding van asielzoekers over het land, maar de toezegging van Rutte na een volgens VVD-fractieleider Sophie Hermans ‘pittig gesprek’ trok de Kamerleden toen over de streep.
‘Grip op migratie’ is een mantra dat in het coalitieakkoord van VVD, D66, CDA en ChristenUnie is opgenomen. Rutte concentreert zich vooral op maatregelen die binnen de EU mogelijk zijn, en op equivalenten van de Turkije-deal uit 2016. De EU is na jarenlang onderhandelen inmiddels tot een voorlopig ‘asiel- en migratiepact’ gekomen, dat nu langs het Europees Parlement moet. Met Tunesië is een deal in de maak om de levensgevaarlijke oversteek met boten naar Italië uit te bannen, in ruil voor financiële ondersteuning van het armlastige land.
Rutte delegeerde de binnenlandse opdracht voor meer grip aan VVD-minister Dilan Yesilgöz van Justitie en Veiligheid. Elke dinsdag en vrijdag, en soms vaker, overlegt zij met kabinetsleden van de vier coalitiepartijen. Grootste probleem voor de vier partijen is dat nationale maatregelen om de asielinstroom snel en substantieel omlaag te brengen nauwelijks bestaan. Zoals een betrokkene stelt: er is geen ‘silver bullet’. Voor D66 en CU dreigt bovendien het schrikbeeld van dehumanisering van asielzoekers, waarop CU-leider Mirjam Bikker eerder hintte, als VVD en CDA triomfantelijk eventuele aanscherpingen gaan uitventen.
Een belangrijke vraag die steeds op tafel ligt, is waarom Nederland kennelijk aantrekkelijker is voor migranten dan veel andere EU-landen die aan dezelfde internationale verdragen gebonden zijn. Daarover is door ambtenaren van alles uitgezocht en de VVD vindt het nu tijd om knopen door te hakken. De andere partijen spreken van ‘liever een goed akkoord dan een snel akkoord’.
De coalitie heeft vastgesteld dat de EU-landen verschillende regels hanteren voor een verblijfsstatus. Harmonisatie kan hier uitkomst bieden. Sinds de Vreemdelingenwet van 2000 kent Nederland niet langer twee, maar één status voor een erkende vluchteling. Wie in Nederland een verblijfsvergunning krijgt, kan na vijf jaar het Nederlanderschap aanvragen. Vooral het CDA dringt aan op terugkeer naar twee statussen (de tweede voor louter tijdelijke bescherming), maar dat vergt een complexe wetswijziging.
In de Kamer is door partijen ter rechterzijde het hoge inwilligingspercentage van asielzoekers uit Jemen, Syrië, Turkije en Afghanistan aan de orde gesteld. Dat percentage ligt in omringende landen lager. Maar het oordeel hierover wordt in belangrijke mate bepaald door het landenbeleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Staat een land niet op de lijst met veilige landen, dan kan een asielzoeker niet zomaar worden teruggestuurd. Bovendien heeft de uitvoeringspraktijk een verandering ondergaan, meldde Van der Burg eerder. Niet de asielzoeker moet bewijzen dat hij bescherming nodig heeft, maar immigratiedienst IND moet aantonen dat hij daar ten onrechte om vraagt.
In een asieldebat vorige week kwam een andere aanscherping aan de orde. CDA-Kamerlid Bart van den Brink vroeg Van der Burg of een land zelf kan bepalen hoe het met nareizigers van toegelaten asielzoekers omgaat. De coalitie sprak in augustus vorig jaar af gezinshereniging met een half jaar op te schorten, maar die maatregel werd al snel door de rechter van tafel geveegd. Zo’n farce willen met name D66 en CU nu voorkomen.
Toch is aan die ketenmigratie wel iets te doen, beaamde Van der Burg, zonder op Europese verdragen te botsen. Als een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) een verblijfsvergunning krijgt, mag hij zijn ouders laten overkomen. Het aantal amv’s is het afgelopen jaar sterk gestegen (ruim vierduizend in 2022, een verdubbeling ten opzichte van 2021) en lijkt een migratiemodel te zijn geworden. Want de ouders hebben vaak nog meer kinderen, onder wie jongvolwassenen die soms al zijn gehuwd met partners die ook weer ouders hebben. Begrenzing aan de nareis van deze betrokkenen -– hoewel vaak economisch afhankelijk van elkaar – is een optie.
Voorts is Nederland gul met rechtsbijstand, ook aan Dublin-claimanten (die verplicht zijn in een eerder land van verblijf asiel aan te vragen) en mensen uit veilige landen. Misbruik van het rechtssysteem om het verblijf in Nederland te rekken, is ongewenst. Daarover zijn de vier partijen het wél eens.
Source: Volkskrant