De ready-to-wearcollecties van de Amerikaanse ontwerper Thom Browne (57) waren de afgelopen jaren keer op keer spraakmakend. De collecties hebben steevast hetzelfde startpunt: het grijze mannenpak, dat Browne elk seizoen opnieuw ontleedt om er een nieuwe vorm aan te geven. Dat gebeurt meestal aan de hand van een fantasievol thema als de onderwaterwereld of het verhaal Le petit prince. De resulterende collecties, parades van uitzinnige vorm- en stofexperimenten met referenties aan klassiek maatwerk, presenteert Browne met theatrale shows in New York of Parijs.
Officieel mochten de collecties van Browne geen haute couture heten, maar ze kwamen vaak wel heel dichtbij. Toen Browne dit voorjaar aankondigde een officiële couturecollectie te gaan maken in Parijs, waren de verwachtingen gespannen: wat zou een ontwerper als Browne nog kunnen doen om zichzelf in vakmanschap en creativiteit te overtreffen?
Maandagavond was het zover. Zijn eerste coutureshow was in het theater der theaters: de Opéra Garnier. De gasten zaten aan weerszijden van het podium, met de catwalk tussen hen in. Vanaf daar hadden ze zicht op de zaal, waar duizenden kartonnen poppen in grijze kleding bij wijze van toeschouwers in de roodfluwelen stoelen waren gezet.
Browne mag dan aanschurken tegen de haute couture, tegelijkertijd is hij in de wereld van dit hooggewaardeerde ambacht een vreemde eend in de bijt. Hij is allereerst autodidact: hij volgde nooit een modeopleiding, maar studeerde economie in Pennsylvania. Zijn strepen als ontwerper verdiende hij in New York bij het Amerikaanse label Club Monaco, waar hij mocht aantreden als lid van het ontwerpteam na een paar jaar in modewinkels te hebben gestaan.
Club Monaco was destijds eigendom van de Ralph Lauren Corporation. Browne werkte meerdere jaren samen Ralph Lauren zelf, een van de grote sterren van de Amerikaanse mode. Lauren was zeker geen couturier, eerder het tegenovergestelde: hij is een meester in de casual-sportieve preppy-stijl, voortgekomen uit de kleedgewoonten van studenten aan Amerikaanse prep schools (meestal private scholen die jongeren voorbereiden op een universitaire opleiding) en universiteiten.
Daarin kwamen sport- en uniformkleding samen. Denk aan: kakibroeken, plooirokken, sweaters, witte overhemden, tweedjasjes en kasjmieren truien. Die stijl sloeg aan bij Browne, die als student uitblonk in het universitaire sportteam, en vanuit zijn jeugd een gevoeligheid had meegekregen voor uniforms: vooral via zijn vader, die dagelijks een grijs pak droeg naar zijn werk. Het was dit pak dat voor Browne een leven lang een bron van inspiratie zou blijven.
Toen Browne in 2001 zijn eigen merk begon, deed hij dat met pakken. Browne maakte ze voor zijn klanten op maat, maar werkte volgens een eigen proportieschema. De broekspijpen kwamen tot ruim boven de enkels of boven de knie. De jasjes waren kort en smal, met hoge armsgaten en een hoge taille, waardoor ze bijna gekrompen leken. Dat alles gaf de drager iets jongensachtigs, als een koppige scholier die uit zijn uniform is gegroeid, maar nog geen zin heeft om zich een nieuw te laten aanmeten. Dat dwarse, en de elementen van sportkleding die Browne door de maatpakken mengde, gaf de pakken hun eigenwijze karakter.
Vanaf 2005 showde hij collecties tijdens modeweken. Eerst waren het alleen mannencollecties, later kwam er ook vrouwenkleding bij. Elk jaar kwam hij met nieuwe interpretaties van het pak: in ruitjesstof, met walvissenprint, uitgerekt of platgeslagen. Zijn uitgesproken stijl (en de forse prijzen, een compleet pak kostte minstens 2.000 dollar) maakte dat zijn werk jarenlang vooral populair was bij een nichepubliek. En bij Michelle Obama dan, die in 2013 een Thom Browne-jurk droeg naar de tweede inauguratie van haar man als president.
In de jaren daarna draaide de wind. Opeens begonnen de legendarische basketballers LeBron James en Dwyane Wade, teamgenoten bij de Cleveland Cavaliers, kleding van Thom Browne te bestellen. Dat gebeurde aanvankelijk zonder medeweten van Browne zelf. In de lente van 2018 verscheen het voltallige Cavaliers-team op weg naar een wedstrijd in pakken van Thom Browne, maar dit keer was er sprake van een samenwerking.
Die werkte twee kanten op: de boomlange basketbalspelers kwamen in hun bijna identieke smalle jasjes en hoogwaterbroeken over als stijlvol, zelfbewust én in harmonie met elkaar. Tegelijkertijd bestempelde deze gebeurtenis ook het merk Thom Browne als ontegenzeggelijk cool; genoeg in elk geval om gedragen te worden door populaire sportfiguren.
Kortom, Thom Browne is het grijze pak in vele opzichten voorbijgestreefd. Toch maakte het maandag ook weer zijn opwachting tijdens de coutureshow in Parijs. Op de catwalk speelde zich een half uur durende dagdroom af waarin mythische figuren passeerden: modellen in duivenmaskers en bodysuits met veren, of met hoeden als kerkklokken op hun hoofd en bollende jassen aan. Anderen droegen colberts met sprookjesachtige zeelandschappen erop of mantels geborduurd met de slingerende tentakels van zeedieren.
Het pak was terug te vinden in de vele jasjes en pantalons, maar ook in de topjes van latex met trompe-l’oeilopdruk van een hemdkraag met das, of de platte jaspanden die op de voorkant van andere kledingstukken waren gestikt. ‘Ik beschouw couture altijd als de ultieme uitdaging op het gebied van kwaliteit, constructie en ontwerp’, zei Browne in een interview met Vogue in mei. Die uitdaging had hij met beide handen aangegrepen. Door de rijkdom aan stoffen en motieven zou je bijna over het hoofd zien dat de hele collectie, zoals dat allereerste pak, in grijstinten was uitgevoerd.
Het coutureambacht is aan strenge regels gebonden, opgesteld door de Franse Chambre Syndicale de la Haute Couture. Wie zichzelf couturier wil noemen, moet kleding op maat kunnen maken voor private klanten en daarvoor een team van ten minste 35 fulltime werknemers onderhouden. Dat vergt serieuze toewijding en kost veel geld. Tegelijkertijd is de klandizie voor couture beperkt, vanwege de torenhoge verkoopprijzen voor de unieke kledingstukken en het vakwerk. De meeste couturehuizen voeren ook een parfum- of prêt-à-porterlijn om het hoofd boven water te houden.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden