Home

Rijzende ster Jacob Lusk wil zingen en dienen, maar niet voor het geld: ‘Dat noem ik geen roeping, darling’

Twaalf jaar geleden werd hij vijfde in American Idol, nu wordt Jacob Lusk geroemd als een van de indrukwekkendste stemmen van zijn generatie. Kwestie van stapje voor stapje de muziekwereld veroveren, van het kerkkoor vroeger tot de grote podia nu.

Een triomf? Hmm, zo zou hij het niet willen noemen. Het succes dat Jacob Lusk (36) nu heeft als zanger van het soultrio Gabriels komt twaalf jaar nadat hij zich voor het eerst aan het grote publiek liet zien in American Idol. Maar het voelt niet als genoegdoening voor die schamele vijfde plek in de talentenshow die hij toen haalde. Ook niet als een overwinning op de vele online haters die de destijds enige zwarte deelnemer van de talentshow vanwege zijn gestiek voor ‘faggot’ en ‘queen’ meenden te moeten uitmaken. Nu wordt de frontman van Gabriels, wiens flamboyante energie dwars door het zoomscherm komt, gevierd als een van de indrukwekkendste stemmen van zijn generatie.

Lusk: ‘Ik ben dankbaar voor die tijd. Omdat die me gevormd heeft en mijn huidige carrière mogelijk heeft gemaakt. American Idol was, zeg maar, mijn middelbareschoolperiode, en nu ben ik volwassen. Het programma heeft me voorbereid op mijn positie vandaag.’

Pablo Cabenda schrijft sinds 2002 voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.

En hoe had hij anders zijn medebandleden Ari Balouzian en Ryan Hope ontmoet? De componist/multi-instrumentalist en producer/toetsenist waren in 2016 op zoek naar een gospelkoor voor een commercial van Prada. Ze kwamen, onwetend van zijn enorme zangtalent, via via bij Lusk terecht. Die had naast vele doorsneebaantjes en een betrekking als achtergrondzanger bij onder andere Diana Ross en Gladys Knight, ook nog eens werk als dirigent van een plaatselijke kerkkoor in Compton, Los Angeles. Balouzian en Hope werden omvergeblazen door Lusks stem en ze besloten gedrieën een band te vormen.

Angels & Queens, het debuutalbum van Gabriels dat vorig jaar uitkwam na de al veelbelovende ep Bloodline van het jaar daarvoor, werd wereldwijd een succes en bekroond met vijfsterrenrecensies. De muziek combineert de emotionele diepgang van Lusks stem met een muzikale en compositorische rijkdom die je niet vaak op één album zult horen. Het titelnummer met zijn slaggitaartje en strijkers is een funky variant van Philadelphia soul. If You Only Knew is gospel die, opgezweept door piano en orgel, haast uit zijn voegen barst. To The Moon And Back is jarendertigjazz zoals klonk in Hollywoodmusicals, opgetuigd door strijkers als uitbundige boeketten.

Uittorenend boven dat alles staat Lusk die al die weelde met een indrukwekkend vocaal bereik en wendbaarheid stuurt. Het ene moment met de rauwe kracht van blueszangeres Bessie Smith, dan weer met een falset die aan discoster Sylvester doet denken – maar met de verfijning van Billie Holiday.

De video voor de single Love And Hate In A Different Time toont in een klap Lusks veelzijdigheid. Het soul-disconummer over onvermogen tot verbinding in tijden van Trump en corona werd door Elton John al getypeerd als het belangrijkste nummer van de afgelopen tien jaar. De video gaat naadloos over in een opname van Lusk die bij een Black Lives Matter-demonstratie door een megafoon Strange Fruit zingt, Billie Holidays navrante klassieker over racistische lynchpartijen.

Zowel zijn nummers met sociale thema’s als de liedjes over relationele issues klinken diep doorvoeld. Dat gecombineerd met Lusks kerkelijke achtergrond, maakt het verleidelijk te denken dat hier wel sprake moet zijn van een roeping.

Lusk: ‘Ik weet het niet, Het kan zo pompeus klinken als je zoiets zegt. Je weet wel, van...’ (Lusk schakelt routineus over naar dramatische diva met gezwollen stem) ‘... ik ben geroepen om voor de naties te zingen.’

Weer gewoon pratend: ‘Maar ja, ik voel wel dat het mijn bestemming is om te zingen en te dienen. Maar niet om miljoenen dollars te verdienen en dure gewaden te dragen. Dat noem ik geen roeping, darling.’

Zijn flamboyante présence – tijdens zijn shows kleedt hij zich met weelderige capes en hoeden – is er niet voor zijn eigen voldoening. Beschouw zijn zangtalent maar als een geschenk dat in zijn lichaam is beland.

‘Ik houd mezelf altijd voor: dit is niet vóór mij, maar ín mij. Ik wil iets aan de mensen geven waardoor ze zich beter voelen.’

Dus van een roeping, of zelfs maar enig zangtalent, was hij zich op jonge leeftijd niet bewust. Lusk: ‘Heb je wel eens opnames van Aretha Franklin gehoord als 7-jarig meisje? Daarop klinkt ze als een wonderkind. Precies dezelfde overweldigende natuurkracht die we van later kennen. Ik was als zanger tot mijn vroege tienerjaren hoogstens middelmatig.’

Maar hij hield altijd al van zingen en deed dat in de kerk lang voordat hij koordirigent werd. ‘Mijn grootmoeder vertelde me dat ik als jochie op de basisschool kinderen uit de klas pikte voor koorrepetitie. Nee, natuurlijk mocht dat niet, maar ze lieten me begaan. Ik heb zelfs een keer, God vergeef me, koorkleding gestolen omdat ik kerkkoortje wilde spelen thuis. Hahaha.’

De ambitie om daadwerkelijk iets met die stem te doen kwam pas toen hij zanglessen nam in zijn collegejaren. ‘Mijn lerares vertelde me toen dat ik geboren was om te zingen. En ik van: ‘Serieus meid? Oké!’’

Lusk is zeer religieus opgevoed, vanaf zijn 12de, door zijn alleenstaande moeder. Seculiere muziek kwam het huis niet in en hij ging meerdere dagen per week naar de kerk. Een veilige haven midden in Compton, de stad in Los Angeles County die bekend is om zijn bendegeweld en gangstarap.

‘Ja, er waren zat gangsters in de buurt, maar ik was een echte churchboy. En zo werd ik ook gezien door iedereen. Bovendien deed ik het goed op schooI. Ik was die jongen die daadwerkelijk een kans had om iets van zijn leven te maken. Daardoor werd ik ontzien en beschermd.’

De kerk verschafte Lusk veiligheid, een stevig gemeenschapsgevoel en inspiratie voor het artwork van Angels & Queens. Op de albumhoes wordt Lusk, baptist, gedoopt in een rivier. ‘Mijn ervaringen met de kerk zijn alleen maar positief geweest. Maar ik weet dat er zat mensen zijn wier hart gebroken is door de kerk. Die daar misbruik hebben ondervonden, vrouwenhaat en homofobie.’

Over dat laatste gesproken, je zou zomaar kunnen bedenken dat Lusk de kerk niet altijd als welwillend instituut beleefde. Op het rijk georkestreerde Taboo, zingt hij: ‘Bible says it’s bad but not for me/ Don’t bring me fruit then say I can’t eat.’ Waarna hij er een smartelijk ‘tabooooo’ uit huilt.

Rond American Idol was er veel gespeculeer over Lusks seksuele geaardheid. Lusk, onomwonden: ‘Ik val op jongens. Maar dat was nooit en te nimmer een ding. Ik heb vanuit de kerk of de familie nooit de druk gevoeld om met een vrouw te trouwen. En mijn moeder wist het. Moeders weten het altijd. Er heerste toen wel meer een don’t ask don’t tell-situatie. Niet omdat mijn moeder zich ervoor schaamde, ze wilde me beschermen. Die tijd was zo anders. De dingen die publiekelijk over mij werden gezegd, dat zou nu echt niet meer kunnen.’

En wat betreft de tekst van Taboo: ‘Die gaat over relaties die je aangaat waarvan je weet dat ze helemaal fout zitten. Mijn eerste vriendje was een drugsdealer. Ari en Ryan drukten me op het hart die relatie te verbreken omdat ik mezelf in een gevaarlijk parket wurmde. Maar heteromannen lopen natuurlijk ook de kans om tegen een verkeerde pussy aan te lopen.’ Mag hij de interviewer er bijvoorbeeld even aan herinneren dat het Eva was, een vrouw, die de verboden vrucht aanbood aan een man?

‘Kijk, het gaat hierom. Als een jong gelovig persoon krijg je allerlei regeltjes voorgeschoteld die je volgt omdat dat nu eenmaal de geloofsovertuigingen zijn. Maar er komt een moment dat je een persoonlijke relatie met God ontwikkelt en voor jezelf bepaalt wat jouw overtuigingen zijn. Die hoeven niet per se te stroken met die van anderen in hetzelfde geloof. Bovendien, God ziet alles dus hij weet ongetwijfeld ook wat ik leuk en lekker vind.’

Hij barst weer uit in gelach – het klinkt als gezang.

Gabriels speelt zondag 9/7 op North Sea Jazz in de Maaszaal.

Wie zijn Barbra Streisand een beetje kent zal iets bijzonders opvallen aan het tweede deel van Angels & Queens, dat vrijdag uitkomt. Het nummer We Will Remember is niets anders dan een cover van de Streisand-evergreen The Way We Were. Volgens Lusk mocht de band van de rechthebbenden niet de titel gebruiken omdat ze teveel aan de muziek hadden veranderd.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next