‘Is de terugkeer van de rust duurzaam? Ik ben voorzichtig, maar de piek die we de laatste dagen hebben gezien is voorbij’, zei de Franse president Emmanuel Macron dinsdag tegen tweehonderd burgemeesters die naar het Élysée waren gekomen om de explosie van geweld in de banlieue te bespreken.
De voorsteden brandden nadat de 17-jarige Nahel vorige week in Nanterre werd doodgeschoten door politieagenten. In vijf dagen van zware rellen werd meer schade aangericht dan tijdens de drie weken durende onlusten in 2005, schatte het centrumlinkse dagblad Le Monde. Meer dan vijfduizend auto’s en meer dan duizend gebouwen werden in brand gestoken. Winkels werden op klaarlichte dag geplunderd. De woede richtte zich tegen de symbolen van de staat: 250 politiebureaus en bijna honderd gemeentehuizen werden aangevallen. In de Parijse voorstad L’Haÿ-les-Roses werd het woonhuis van de burgemeester belaagd. Hij was niet thuis, maar zijn vrouw en jonge kinderen moesten vluchten.
Over de auteur
Peter Giesen schrijft voor de Volkskrant over de Europese Unie en internationale samenwerking. Eerder was hij correspondent in Frankrijk. Hij is auteur van meerdere boeken.
Autoriteiten en getuigen zijn verontrust over de jonge leeftijd van de relschoppers, en over de diepe haat die zij tegen de politie koesterden. ‘Het risico van een lynchpartij was reëel’, zei een bron bij de inlichtingendiensten tegen Le Monde. Gemiddeld waren de arrestanten 17 jaar, maar er zaten ook jongens van 12 en 13 bij.
Een vrouw uit Nanterre zei dat ze enkele spullen wilde redden uit haar brandende auto. Ze werd tegengehouden door in het zwart geklede jongens van 15 tot 17 jaar. ‘Ik probeerde ze tot rede te brengen, maar ze waren in trance’, zei de vrouw tegen de verslaggever van Le Monde. De jongeren waren ‘ontketend door het groepseffect’, zei een sociaal werker uit Nanterre. Via Snapchat en Telegram wedijverden ze met elkaar. Welk quartier slaagde erin de meeste vernielingen aan te richten?
Sinds de jaren tachtig keren de rellen in de banlieue regelmatig terug, steevast begeleid door dezelfde analyses, dezelfde oproepen tot verandering, dezelfde onmacht bij politici. De onlusten maken op pijnlijke wijze duidelijk dat het Franse republikeinse model zijn beloften niet waarmaakt. Op school leren de jongeren in de voorsteden dat ze in een land van liberté, egalité en fraternité leven, waar iedereen gelijk is, ongeacht zijn huidskleur, afkomst of religie. In de praktijk zien ze iets anders: wie uit de voorstad komt, heeft meer moeite een baan te vinden, een stageplek of een goede school.
Volgens veel deskundigen wordt het probleem verergerd door het optreden van de politie. Gekleurde Fransen worden twintig keer zo vaak gecontroleerd op hun identiteit als witte landgenoten, schreef socioloog Sebastian Roché deze week in Le Monde. ‘De politie is een broeinest van racisme en geweld geworden’, stelde Shahin Vallée, voormalig adviseur van president Macron, in de Financial Times. Volgens een onderzoek uit 2021 was 60 procent van de politiemensen van plan op de extreem-rechtse kandidaat Marine Le Pen te stemmen. Onafhankelijk toezicht ontbreekt, aldus Roché en Vallée, zodat agenten kunnen wegkomen met geweldsdelicten.
Gemakkelijke oplossingen voor het probleem van de banlieue zijn er niet. Macron verkleinde de schoolklassen in achterstandswijken, maar de resultaten daarvan zijn bescheiden. De afgelopen decennia zijn miljarden geïnvesteerd in woningbouw, publieke voorzieningen en openbaar vervoer. Het heeft weinig geholpen, zei socioloog Olivier Galland in Le Monde. De mensen wonen in betere huizen, maar zijn nog even arm.
Ook de aanpak van politiegeweld is geen gemakkelijke opgave. Hoewel de politie volgens veel deskundigen vaak nodeloos hard optreedt, is het probleem van de drugscriminaliteit in de banlieue zo ernstig dat een vriendelijk praatje van de wijkagent ook niet volstaat. De gespierde interventie van de politie leidt echter tot haat, zegt socioloog Galland, ook bij niet-criminele jongeren. Zo houden jongeren en politie elkaar gevangen in een spiraal van geweld die niet eenvoudig is te doorbreken.
Macron zal voorzichtig zijn met het aanpakken van de politie, omdat hij de loyaliteit van de ordetroepen hard nodig heeft. Frankrijk is een land waar het geweld direct onder de oppervlakte ligt, waar protesten al snel uitlopen op vernielingen en vechtpartijen. Dat gebeurde met de gele hesjes, en in mindere mate bij de protesten tegen de pensioenhervorming.
Bovendien heeft Macron geen meerderheid in het parlement en neigt de publieke opinie naar rechts. Volgens een enquête in opdracht van Le Figaro stond 57 procent van de Fransen de afgelopen dagen achter de politie, terwijl 69 procent vond dat de noodtoestand moest worden uitgeroepen. De extreem-rechtse leider Marine Le Pen werd gezien als de politicus die het best op de rellen had gereageerd. Ze vond onder meer dat veroordeelde relschoppers geen recht meer hebben op uitkeringen en sociale huurwoningen.
De afgelopen dagen heeft Macron geprobeerd de orde te herstellen zonder olie op het vuur te gooien door de banlieue te demoniseren. Als de rust is wedergekeerd moet hij op zoek naar een structureel antwoord. In 2017 presenteerde hij zich als de jonge, frisse kandidaat die Frankrijk nieuwe energie wilde geven. Iedereen zou profiteren van de modernisering van de economie, ook de jongeren van de banlieue. Daar is te weinig van terechtgekomen, waardoor het probleem van de voorsteden in alle hevigheid is teruggekeerd.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden