Home

In Nederland is rondreizen in een geëlektrificeerd huisje op wielen een logisch alternatief voor vliegen

Op deze plek schrijven Peter Giesen en Sheila Sitalsing beurtelings wat hun is opgevallen op de weg of in de berm.

Reizen was vroeger een activiteit die exclusief was voorbehouden aan rijke mensen, zoals wel meer dingen die het leven net iets draaglijker maken, en ook de eerste vakantiecaravans waren een speeltje van de upper class. Die had immers weinig te doen en geld te veel. Mensen uit die klasse waren bovendien geprivilegieerd genoeg om zich te kunnen laven aan een geromantiseerde, van alle scherpe kantjes ontdane versie van het ‘eenvoudige plattelandsleven’.

Historicus Marchien den Hertog, wier cultuurhistorische boek Thuis op wielen: eerherstel voor de sleurhut net is uitgekomen met heel veel historisch fotomateriaal, vertelde er onlangs smakelijk over bij OVT, het fijne geschiedenisprogramma op NPO Radio 1. Ze verhaalde van welgestelde Engelse gentlemen gypsies die aan het einde van de 19de eeuw de caravan-voor-op-vakantie ontwierpen. Ze keken de kunst af van Roma en Sinti met hun woonwagens, en ze reisden in door paarden voortgetrokken recreatievoertuigen naar het platteland om de verveling te verdrijven. Hun vrouwen hulden zich voor de sfeer in ‘zigeunerjurken’.

Den Hertog achterhaalde ook wie de eerste caravan van Nederland bouwde (‘Nou ja, een van de eerste’, zegt ze zelf, want je moet als historicus altijd een slag om de arm houden): Dirk van Haren Noman. Hij was ingenieur en ondernemer, importeerde de Cyclonette (een sierlijke driewielwagen), en bouwde in het interbellum een rudimentaire aanhangwagen met daarop een uitvouwbare tent voor zijn vrouw. Hij vond haar te chic om op haar knieën op de grond door een kampeertent te kruipen.

Later kwamen de vrije zaterdag, de loonsverhogingen, de wasmachine en auto voor elke arbeider, en in het kielzog daarvan de democratisering van het reizen. Dat ging ‘toerisme’ heten. Jan en alleman ging zo’n ding aan de trekhaak hangen. Nog veel later werd de caravan het symbool van burgertrutterij, van hagelslag en eigen aardappelen mee op vakantie en van elk jaar naar dezelfde camping. Over sleurhutten en campingsmokings mochten denigrerende grapjes worden gemaakt door rijke mensen die niet meer dood gevonden wilden worden in het gezonken cultuurgoed.

Ook die fase zal ongetwijfeld voorbijgaan, nu er veel wordt gesproken over minder vliegen en meer reizen over land. Praten is nog geen doen, maar in het land met de grootste caravandichtheid ter wereld is rondreizen in een geëlektrificeerd retro-hip huisje op wielen een logisch alternatief voor vliegen. Nog altijd is Nederland caravanland nummer 1, en nog altijd telt Nederland officieel 406.735 caravans en 173.657 campers. Daarvan staat alweer een aanzienlijk deel vast op de A16 richting het zuiden.

Source: Volkskrant

Previous

Next