Home

Ik had nog steeds geen haast, maar dit was zelfs de Dalai Lama te gortig geweest

Lang verhaal kort: ik had iets gekocht, dat bleek het verkeerde iets en nu moest het terug. Ik zat in de auto, luisterde muziek en reed rustig naar mijn bestemming. Had ik haast? Beslist niet. Toen ik een stoplicht naderde kon ik kiezen uit twee banen, waarbij de linkerbaan kort na het stoplicht overging in de rechter en er daarna dus nog maar één rijbaan overbleef. Hoewel er al een paar auto’s op de rechterrijbaan stonden te wachten voor het rode stoplicht en ik links sneller af was geweest, voegde ik me achter een grijze Skoda op de rechterbaan. Zo weinig haast had ik.

Het stoplicht sprong op groen en de auto’s voor me begonnen te rijden. De grijze Skoda kwam met tegenzin in beweging. Zoef, links van me werd ik ingehaald door een auto. De grijze Skoda sleepte zich voort. Zoef, nog een auto snelde me voorbij. En nog een. En toen nog twee. De grijze Skoda kroop verder, alsof hij niet op een drukke verbindingsweg reed, maar kuilen probeerde te ontwijken op een onverhard pad in de Ardèche, in dichte mist, met vier kapotgeschoten banden.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Het valt alleen maar te prijzen als mensen in het verkeer een beetje ontspannen rijden, maar je kunt ook overdrijven. Neem dat aan van iemand die absoluut geen enkele haast had, maar zich nu toch begon af te vragen wat hier nou allemaal gebeurde. ‘Wat gebeurt hier nou allemaal joh?’, zei ik hardop en maakte daarna het internationale gebaar voor wat gebeurt hier nou allemaal joh?. Ik meende twee figuren te onderscheiden, een man en een vrouw. Misschien waren ze druk in gesprek met elkaar en hadden ze niet door dat er nog iemand achter ze reed. We naderden een volgend stoplicht en ik nam me voor de grijze Skoda nog één kans te geven. Helaas.

Ik had nog steeds geen haast, maar dit was zelfs de Dalai Lama te gortig geweest. Bij een korte verbreding van de weg zag ik mijn kans. Ik keek in mijn spiegels, accelereerde, stuurde naar links, passeerde de grijze Skoda en voegde in één vloeiende beweging weer in.

In mijn achteruitkijkspiegel zag ik de bestuurder. Het was een man van mijn leeftijd, met halflang krullend haar. Hij vond het fantastisch dat ik hem had ingehaald. Eerst maakte hij uit bewondering het internationale gebaar voor wat gebeurt hier nou allemaal joh?. Daarna stak hij niet één, maar zelfs twee duimen naar me op, waarbij hij voorover boog en een paar keer enthousiast met zijn armen schudde. Ik kon hem natuurlijk niet horen, maar het was duidelijk dat hij buitengewoon te spreken was over mijn inhaalmanoeuvre. Nou moet ik zeggen, het was ook wel echt een kunststukje.

Source: Volkskrant

Previous

Next