Op warme zomerdagen lonkt het verfrissende zwembad of de verkoelende zee. Zeker op vakantie. Maar eenmaal te water blijkt het zwemmen vaak niet zo makkelijk te gaan als gehoopt. Het is meer spetteren dan soepel glijden en voor je het weet ben je buiten adem. Kan dat niet makkelijker?
Jazeker, ook de vakantieganger met alleen zijn zwemdiploma’s van vroeger op zak, kan met wat kleine aanpassingen ontspannen zwemmen. ‘De geheimen van de schoolslag kun je in een half uurtje op je vakantie ontdekken’, zegt oud-olympisch zwemmer Johan Kenkhuis. ‘En daar wordt zwemmen leuker van.’
Over de auteur
Erik van Lakerveld schrijft sinds 2016 over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Als lid van de estafetteploeg op de 4x100 meter behaalde Kenkhuis in 2004 zilver op de Olympische Zomerspelen van Athene. Als specialist op de vrije slag beheerst hij de borstcrawl tot in de puntjes. Maar hij heeft ook kijk op de uitdagingen van minder getalenteerde zwemmers. Sinds 2017 bestiert hij een eigen zwembad, SwimGym in Amsterdam, en begeleidt daar mensen van allerlei slag.
Veel mensen komen naar zijn bad om de borstcrawl te leren. ‘Dat is vanuit de topsport het koningsnummer. Het ziet er fraai uit en het heeft aanzien’, zegt Kenkhuis. Maar helaas: de borstcrawl is te ingewikkeld om vanaf papier aan te scherpen. ‘Daar moet je een paar maanden onder begeleiding aan werken’, zegt Kenkhuis. Hij hanteert er drie maanden met twee sessies per week voor.
Anders is dat voor de schoolslag, want die manier van zwemmen kan iedereen die ooit zijn A-diploma heeft gehaald. Dat is overigens typisch Nederlands. In veel andere landen wordt juist de borstcrawl als basisslag aangeleerd. Vaak zijn de zwemmers die zo jaloersmakend gladjes door het hotelzwembad glijden dan ook geen landgenoten.
Nederlanders kunnen dus doorgaans heel behoorlijk uit de voeten op de schoolslag, maar tegelijkertijd is er nog veel aan de gemiddelde uitvoering te verbeteren. ‘Stroomlijnen’, zegt Kenkhuis – en dat bedoelt hij letterlijk.
‘De schoolslag wordt aangeleerd vanuit de gedachte dat je moet kunnen overleven. Daarom leer je met je hoofd boven water te zwemmen’, legt Kenkhuis uit. Dat is slim voor wie zonder proesten of verslikken naar de kant wil kunnen komen, maar efficiënt is het niet. Je hoofd weegt al gauw 5 kilogram en in het constante gevecht tegen de zwaartekracht verspil je veel energie. Als je ontspannen wil zwemmen moeten de haren nat, want met het hoofd onder water is het veel gemakkelijker.
‘Als je in uitgestrekte positie bent, dus met de armen naar voren en de benen tegen elkaar, dan moet je recht naar beneden kijken in het water. In die houding kun je lang doorglijden’, zegt Kenkhuis. Dat doorglijden is de crux: het maakt je sneller, het spaart kracht en je kunt het moment benutten om te ontspannen. ‘Je hoeft tussen de slagen door even niets te doen.’
Dat moment van uitgestrekt door het water zweven met ondergedompeld hoofd heeft volgens Kenkhuis bijna iets therapeutisch. De harde geluiden die boven het wateroppervlak weerkaatsen worden gedempt. ‘Je bent afgesloten van de prikkels om je heen. Het kan je helemaal rustig maken.’
Een tip van Kenkhuis daarbij: koop een zwembrilletje. ‘Het is fijn om onder water goed te kunnen kijken. Dat maakt het veel prettiger zwemmen.’
Met mond en neus onder water dient zich wel een uitdaging aan: ademhalen. Ongeoefende zwemmers hebben de neiging om hun adem onder water in te houden. Bij het inzetten van de armslag, als het hoofd weer boven komt, wordt zo snel mogelijk uit- en ingeademd. ‘Dat is in feite een soort hyperventilatie’, zegt Kenkhuis. Het lichaam kan bij zo’n slordige ademhaling niet voldoende zuurstof opnemen en binnen een paar slagen ben je buiten adem.
Een hardloper of een fietser blijft tijdens een inspanning gewoon doorademen. Soms wat sneller, als het hard gaat, maar niemand houdt de adem telkens een paar seconden in. In het zwembad zou het niet anders moeten zijn. ‘Je wilt een zo natuurlijk mogelijk ademhalingspatroon.’
De truc is om onder water, tijdens het glijmoment, ongeveer voor de helft al uit te ademen. Om dat gecontroleerd te doen adviseert Kenkhuis zijn leerlingen om in het water te neuriën of te zingen. ‘Zo kun je via je stem op een rustige manier je lucht kwijtraken.’ Eenmaal met het gezicht weer boven water is er alle tijd om verder uit te ademen en weer een goede hap lucht te nemen voor de volgende slag.
Voor veel mensen is het al een tijd geleden dat ze echt baantjes hebben getrokken. Zeker bij twintigers en dertigers heeft Kenkhuis het idee dat de vaardigheden van de zwemles zijn weggezakt. Gek is dat niet. Vaak blijft de waterpret op vakantie beperkt tot een klein stukje zwemmen, de meeste vakantiegangers drijven vooral in het zwembad. Dat is meer badderen dan zwemmen.
Om van de schoolslag te kunnen genieten is meer inzet vereist. ‘Vergeet de actieve beenslag niet’, waarschuwt Kenkhuis. De armslag is bij de schoolslag eigenlijk van ondergeschikt belang. De meeste snelheid maak je door het ferm sluiten van je benen. ‘Daarmee kun je je voortstuwen. Doe dat niet te slap. Geef jezelf echt een slinger. Het is vaak even oefenen, maar als je het kunt is het een mooie opmaat naar de borstcrawl.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden