Home

Goed onderwijs in tijden van schaarste is vooral een kwestie van kiezen: wat vinden we écht belangrijk?

Het is geen aangename boodschap van de Onderwijsraad, maar juist daarom van groot belang: het lerarentekort gaat niet meer weg. De recente salarisverhogingen bieden op de basisscholen in de komende jaren wat verlichting – onder meer omdat het aantrekkelijker is om meer uren te werken – maar na 2030 leiden de vergrijzing en de structureel krappe arbeidsmarkt tot nog hogere tekorten dan nu. Structureel zijn er per leerling minder leraren beschikbaar.

De conclusie is onontkoombaar: er moet fundamenteel worden nagedacht over wat het land eigenlijk van het onderwijs verwacht. Hoeveel leraren zijn er structureel beschikbaar voor hoeveel leerlingen en wat betekent dat voor de lestijd die een leraar nuttig kan besteden op een dag?

Dat is bepaald geen nieuw debat, maar de politiek liep er tot nu toe steeds liever omheen. Toen vijftien jaar geleden bleek dat veel middelbare scholen niet meer konden voldoen aan de norm om 1.067 uur per jaar les te geven, en zelfs de leerlingen in opstand kwamen tegen de vele uren die zij zonder duidelijk doel moesten doorbrengen op school, stemde het ministerie in: voortaan zou de norm in de onderbouw duizend uren per lesjaar zijn. Het zou de werkdruk voor leraren verminderen en veel frustraties wegnemen. Pas vlak voor de stemming over de wet besloot een Kamermeerderheid anders: de norm werd toch weer verhoogd, tot 1.040 uren, in de overtuiging dat minder uren les ten koste gaat van de onderwijskwaliteit.

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat die stelling ondersteunt. Nederlandse leerlingen krijgen in internationaal perspectief relatief veel uren onderwijs, veel meer dan het gemiddelde binnen de organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). Dat betaalt zich, zacht gezegd, allang niet meer uit in indrukwekkende klasseringen op de kwaliteitslijstjes van diezelfde Oeso. Al jaren dringt de vraag zich op of al die uren wel even doelmatig worden besteed. Goed onderwijs in tijden van schaarste is vooral een kwestie van kiezen: wat vinden we als land echt belangrijk?

De Onderwijsraad waarschuwt het kabinet bij voorbaat niet de makkelijke weg te nemen: alleen verlaging van de lestijd, zonder aanpassing van de onderwijsinhoud, is wel snel te regelen maar hoogst onverstandig. Dat leidt slechts tot meer stress onder leraren en oppervlakkiger onderwijs. Een kabinet dat de scholen en de onderwijskwaliteit echt vooruit wil helpen, zal ook inhoudelijke keuzes moeten maken.

Niet toevallig was dat een van de ambities van Dennis Wiersma, die zichzelf helaas onmogelijk maakte als minister. In zijn ‘masterplan’ dat hij onlangs presenteerde was ‘focus op de basisvaardigheden’ een belangrijke pijler. Aan de uitwerking kwam hij niet meer toe.

Alleen al daarom is het zaak dat premier Rutte nu snel een opvolger vindt, en dan niet iemand die tot de volgende verkiezingen even op de winkel komt passen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next