Diep in de oude ‘Kohlenwäsche Zollverein’ in Essen, ooit onderdeel van de modernste kolenmijn ter wereld, nu een museum, hangt een foto uit 1948 van een olijk jochie. De foto, zwart-wit en door Angela Milden genomen in de binnenstad van Essen, vertelt een groot en historisch belangwekkend verhaal.
Dat is ogenschijnlijk niet het geval. De jongen houdt een bal vast. Het is een goedkope bal, eerder ovaalvormig dan rond. Aan de zijkant staat een vrachtwagen uit Wuppertal. Op de achtergrond wordt een gebouw gerenoveerd dat deels is verwoest. Het staat in de steigers, voor het huis ligt puin. De jongen lacht.
Over de auteur
Paul Onkenhout werkt sinds 1990 voor de Volkskrant. Hij is columnist (de Twaalfde Man) en schrijft over media, muziek en voetbal.
Het is een van de ruim 450 foto’s die voor Mythos & Moderne – Fussball im Ruhrgebiet zijn geselecteerd uit een archief waarin 50 duizend beelden liggen opgeslagen. In 1948 heeft Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en aansluitend een periode van grote armoede aarzelend de wederopbouw ter hand genomen. De verwoestingen in de steden zijn nog zichtbaar, bombardementen hebben grote gaten geslagen. Er wordt hard gewerkt én gevoetbald, door mijnwerkers, andere arbeiders en kinderen in steden als Gelsenkirchen, Duisburg, Bochum, Dortmund en Essen en de omliggende dorpen.
In het industriegebied in Noordrijn-Westfalen tussen de rivieren de Ruhr en de Lippe was – en op sommige plaatsen is – voetbal aanzienlijk meer dan voetbal. Nergens anders in Duitsland spelen zoveel clubs zo dicht bij elkaar. De ‘Kohlenpott’ en het ‘Land der tausend Feuer’ is ook, en niet in de laatste plaats, het ‘Land der tausend Derbys’, een regio waar de sport in het naoorlogse Duitsland de werkende klasse afleiding en vertier bood. En hoop en optimisme.
De industriële geschiedenis van het Ruhrgebied en het voetbal lopen parallel. Uit de introductie van de tentoonstelling: ‘Geen andere regio in Duitsland is zo nauw verbonden met het voetbal als het Ruhrgebied. Voetbal is hier een diep verankerd sociaal en cultureel fenomeen, een levensgevoel’.
Het hart van het Duitse voetbal is hier, in Essen, en het wordt tot 4 februari gevisualiseerd op een spectaculaire plek, een parel van industrieel erfgoed waar sinds 2008 het Ruhr Museum is gevestigd. Het gebouw, Unesco-werelderfgoed, werd destijds na jaren leegstand onder handen genomen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas.
De gids vandaag in de vroegere kolenwasserij bij mijnschacht XII is Manuel Neukirchner, literatuurwetenschapper en directeur van het Duitse Voetbalmuseum in Dortmund. Hij is een van de samenstellers van de expositie Mythos & Moderne – en supporter van Schalke 04, de club uit Gelsenkirchen die samen met Borussia Dortmund tegenwoordig de grootste blikvanger is van het voetbal in de regio.
Dat was ooit anders. De grote mijnen brachten grote clubs voort, Rot-Weiss Essen bijvoorbeeld, de landskampioen van 1955 die is afgegleden naar de derde divisie. Het ‘land van de duizend derby’s’ is drastisch afgeslankt, talloze clubs zijn verdwenen of verdrongen naar de marge. Aan de gouden tijd, de jaren vijftig en zestig, kwam een einde door de sluiting van de mijnen. De crisis in de kolenindustrie ging gepaard met een voetbalcrisis.
Neukirchner (56) heeft, net zoals veel andere oudere voetballiefhebbers, een hang naar het verleden; naar de tijd dat voetballers, zonder uitzondering van eenvoudige komaf en vaak zelf ook werkend in de mijnindustrie, volkshelden waren maar de band met hun gemeenschap nooit verbraken. Clubs waren diep geworteld in de samenleving en de commercialisering had nog niet toegeslagen.
Het was the age of innocence, zoals het later werd genoemd door romantici. Voetbal was een sport van en voor de arbeiders, de hogere klassen haalden er hun neus voor op en intellectuelen ook. Televisie, nu de allesbepalende factor en aanjager van de commercie, speelde nog geen rol.
Mythos & Moderne jaagt met in totaal 450 foto’s de weemoed aan, het gevoel is onvermijdelijk. Ter illustratie citeert Neukirchner een ster van Schalke 04 uit de vooroorlogse jaren, Ernst Kuzorra, de aanvoerder van een legendarische ploeg die onstuitbaar was. ‘Fussball und Arbeit waren Brüder’, zei Kuzorra ooit. Niet voor niets begint de expositie met het thema ‘Lebensgefühl’.
Neukirchner brengt zijn nostalgische aard omzichtig onder woorden, ook het voetbal van nu brengt de massa’s immers in vervoering. ‘Maar vooral de sfeer en de esthetiek van de zwart-witfoto’s spreken mij ongelofelijk aan. Die foto’s zijn veel, véél intenser dan de kleurenfotografie, en later de digitale fotografie.’
Er is geen speld tussen te krijgen. De expositie in de voormalige kolenmijn toont óók aan dat het voetbal lelijker is geworden; dat in de loop der tijd de shirts lelijker zijn geworden en de stadions ook en dat reclames en andere commerciële uitingen het beeld steeds meer beginnen te overheersen. Het grote geld heeft veel verwoest.
Terug naar 1975 dan maar snel, naar de dag dat Reinhard Libuda in Gelsenkirchen een winkel opende waar rookwaar en tijdschriften werden verkocht – het cliché van de voetballer die nauwelijks iets aan zijn loopbaan had overgehouden en in arren moede de middenstand maar in ging. Hij wordt geëerd in de sectie ‘Legenden und Idole’, naast onder meer Helmut Rahn, ‘het kanon van Essen’ en maker van het belangrijkste doelpunt in de geschiedenis van het Duitse voetbal én het land: de 3-2 tegen Hongarije in de WK-finale van 1954, het ‘Wunder von Bern’.
Net zoals Rahn was Libuda een klassieke held uit het Ruhrgebied, een oorlogskind afkomstig uit een mijnwerkersfamilie. Stan, was zijn bijnaam. Zijn onnavolgbare spel aan de rechterkant van Schalke 04 en Borussia Dortmund deed de supporters denken aan de befaamde dribbels van de Engelse aanvaller Stanley Matthews. Toen een christelijk kerkgenootschap in Gelsenkirchen posters verspreidde met de boodschap ‘Niemand kan God passeren’, voegden fans van Schalke 04 drie woorden toe aan de tekst: ‘Behalve Stan Libuda’.
Libuda was een verlegen, bescheiden man, een idool tegen wil en dank. Het werd niks, met die sigarenwinkel. Zonder het voetbal kon Libuda zijn draai nooit vinden. Hij was pas 52 toen hij in 1996 overleed, aan kanker, maar in de Kohlenpott is hij tot op de dag van vandaag niet vergeten.
Mythos & Moderne – Fussball im Ruhrgebiet. Samenstellers: Heinrich Theodor Grütter en Manuel Neukirchner. Met bijbehorende catalogus met alle foto’s. Tot 4 januari 2024 te zien in het Ruhr Museum in Essen.
Van Wim Suurbier (Schalke 04) tot Kees Bregman (MSV Duisburg) en van Harry Decheiver (Borussia Dortmund) tot Rein van Duijnhoven (VfL Bochum): de lijst Nederlandse voetballers in het Ruhrgebied is lang. De meeste aandacht op de tentoonstelling krijgen Willi Lippens en Huub Stevens. Lippens, vanwege zijn waggelende loopstijl ‘die Ente’ of de eend genoemd, speelde voor Rot-Weiss Essen en schreef van alle Nederlanders de meeste wedstrijden in de Bundesliga op zijn naam: 242. Stevens won in 1997 als trainer de UEFA Cup met Schalke 04 en aansluitend twee maal het bekertoernooi. Supporters van Schalke kozen hem in 1999 tot trainer van de eeuw.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden