Niet In naam van de Koning maar door de koning werd zaterdag rechtgesproken. Willem-Alexander zette onomwonden recht wat onder bijna al zijn voorvaderen, maar ook in de tijden van Thorbecke en Multatuli, een nationale schande is geweest: slavernij en uitbuitend kolonialisme. Bij de herdenking van de afschaffing van de slavernij 150 jaar geleden, op het podium van Keti Koti in het Amsterdamse Oosterpark, zat Thorbecke de koning uiteindelijk niet in de weg en had de naam van Multatuli mogen klinken. Multatuli droeg zijn boek Max Havelaar op aan koning Willem III met de vraag of het diens wil was ‘dat daarginds Uwe meer dan dertig millioenen onderdanen worden mishandeld en uitgezogen in Uwen naam?’
Over de auteur:
Peter Rehwinkel is burgemeester en gepromoveerd in het staatsrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Koning Willem-Alexander bood eerder excuses aan voor Nederlandse ‘geweldsontsporingen’ tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië. Even moedig was dit weekend zijn erkenning van slavenhandel en slavernij als misdaad tegen de menselijkheid. Multatuli krijgt alsnog antwoord van het staatshoofd: ‘De stadhouders en de koningen van het Huis van Oranje-Nassau hebben hier niets tegen ondernomen.’ De Oranjes hebben omgerekend naar hedendaagse prijzen zeker 545 miljoen euro verdiend aan de Nederlandse kolonies, waar slavernij wijdverbreid was. Minister Hanke Bruins Slot erkende enkele weken geleden dat de rol en betrokkenheid van de Nederlandse Staat bij het slavernijverleden een ‘confronterend en zeer pijnlijk beeld’ oplevert. Zou Willem-Alexander zover durven gaan - ook als het zijn eigen familie betrof?
Multatuli’s tijdgenoot Thorbecke maakte het de koning minder gemakkelijk bij excuses en zijn verzoek om vergiffenis. De 19e-eeuwse liberaal politicus toonde nauwelijks interesse voor de emancipatie van slaafgemaakten in onze koloniën. Hij was verdiept in de staatkunde, hetgeen hem naar eigen zeggen ontoegankelijk deed zijn voor ‘anderen omgang’, en keerde zich zelfs nadrukkelijk tegen het versoepelen van het slavenreglement. Het bezitsrecht van slaveneigenaren diende te worden gerespecteerd. Met Thorbecke als voorzitter van de ministerraad werden wel eerder voorbereide emancipatiewetten in 1862 in het Staatsblad gepubliceerd.
Koning Willem-Alexander is moedig, omdat hij zich in een drietal opzichten niet achter de constitutionele leer van Thorbecke verschuilt.
De architect van ons staatsbestel legde de basis voor de huidige constitutionele monarchie. De ministeriële verantwoordelijkheid werd onder Thorbeckes leiding ingevoerd. Dit hield in dat de ministers verantwoordelijk zouden zijn, de koning bleef onschendbaar. Onschendbaarheid heeft bij de verdere ontwikkeling van het Nederlandse koningschap te vaak tot onzichtbaarheid en verkramping geleid. Met de minister-president inmiddels ook formeel als Nederlands regeringsleider kan de eigenstandige betekenis van een koning buiten beeld geraken. Willem-Alexander is symbool voor de eenheid van het land, voor onpartijdigheid en gerechtigheid zoals een premier nimmer kan zijn. Daarom wilden mijn half-Surinaamse schoonfamilie en ik over het slavernijverleden horen: ‘Als uw koning en als deel van de regering maak ik vandaag deze excuses zelf.‘ Terecht had hij als hoofd der natie oog voor andere gevoelens bij de herdenking.
Onschendbaarheid mag ook niet uitmonden in onverschilligheid ten aanzien van de inhoud van wetgeving en bestuur. Thorbeckes woorden ‘waar onregt is gehandeld, handelde de Koning niet’ zouden kunnen worden misverstaan. Een morele plicht tot optreden kan er altijd zijn. Willem-Alexander trok naar eigen zeggen les uit de Tweede Wereldoorlog, dat daarvoor geldende slavenwetten nu geen excuus zijn, omdat medemensen tot beesten werden gereduceerd en aan de willekeur van machthebbers waren overgeleverd. Als deel van de regering heeft de koning het recht om te worden geïnformeerd, het recht om aan te moedigen en het recht om te waarschuwen, maar erbuiten moest in dit belangrijke herdenkingsjaar ook zijn opvatting te horen zijn. Ongetwijfeld zal nauwkeurige afstemming hebben plaatsgevonden om deze in lijn met de ministeriële verantwoordelijkheid van Mark Rutte en zijn collega’s te brengen.
Thorbeckes uitgangspunt van de koninklijke onschendbaarheid is gebaseerd op het adagium ‘The King can do no wrong’ getuige zijn erkenning dat ‘mijne leer die van het engelsche regt is’. Er heeft een ontwikkeling plaatsgevonden waarbij onfeilbaarheid en (strafrechtelijke) immuniteit van de monarch niet langer betekenen dat hij ‘boven de wet’ staat. Willem-Alexander moest in coronatijd ervaren dat voorbeeldgedrag van hem werd verlangd. De koning kan het wel degelijk fout doen. Bij de dodenherdenking in 2020 sprak Willem-Alexander op De Dam: ‘Het minste wat we kunnen doen is: niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen.’ Daarvan was opnieuw geen sprake. Willem-Alexander herhaalde afgelopen zaterdag de excuses van de regering voor het Nederlandse slavernijverleden, maar maakte ze als koning en vroeg om vergiffenis voor de rol van het Huis van Oranje-Nassau. Hij had niet beter kunnen doen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden