Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn: netto mag het hele land dan geen broeikasgassen meer uitstoten. Maar het energiesysteem moet al "ver daarvoor" klimaatneutraal zijn, staat in het Nationaal plan energiesysteem dat klimaatminister Rob Jetten maandag naar de Tweede Kamer stuurt.
Het plan schetst hoe het energiesysteem in de komende decennia grondig wordt verbouwd. Gas- en kolencentrales worden volledig vervangen door zonne-, wind- en kernenergie. Huizen worden verwarmd via warmtenetten of met elektrische warmtepompen. De industrie gaat meer elektriciteit gebruiken en stapt voor een deel over op duurzame waterstof, die vooral wordt gemaakt met windstroom van de Noordzee.
Bij de plannen voor het energiesysteem gaat het kabinet uit van de "hoogste vraagscenario's". Dat betekent dat er veel zware industrie in Nederland blijft zitten, die veel energie nodig heeft. Jetten wil dat zoveel mogelijk van die energie in Nederland wordt opgewekt, maar dat we ook op grote schaal groene energie gaan importeren.
Om al die energie te leveren, moeten er zowel op de Noordzee als op land nog veel wind- en zonneparken bij komen. Daarnaast wil het kabinet nieuwe kerncentrales bouwen. Verder is er veel energieopslag nodig, in de vorm van batterijen en ondergrondse waterstofopslag.
Om de hoeveelheid benodigde energie toch te beperken, wil het kabinet meer doen aan energiebesparing. Er komt een nationaal energiebesparingsdoel en verschillende sectoren van de economie krijgen ook hun eigen subdoelen.
Om de energieplannen in goede banen te leiden, moet de overheid volgens Jetten een grotere rol krijgen bij de aanleg van energie-infrastructuur. Nu worden elektriciteitsstations en -kabels pas aangelegd als er vraag is naar energie. In de toekomst wil het kabinet daar al eerder op anticiperen en zelf bepalen waar moet worden gebouwd.
Ook moet beter worden gepland waar in het land die infrastructuur moet komen. Het kabinet wil nu al ruimte reserveren voor projecten die pas na 2030 worden aangelegd.
De locaties van fossiele energiecentrales blijven in de toekomst beschikbaar voor groene energieprojecten. Bijvoorbeeld voor waterstofcentrales die stroom leveren als het niet waait en de zon niet schijnt. Productie van groene waterstof moet plaatsvinden op de plekken waar windstroom aan land komt. Grootschalige batterijen moeten dan weer zo dicht mogelijk bij hoogspanningsstations komen.
Mogelijk onderdeel van de plannen is een rechtstreekse verbinding tussen windparken op de Noordzee en de industrie in Limburg. Het kabinet onderzoekt of hoogspanningskabels ondergronds kunnen worden aangelegd, naast buisleidingen voor de industrie.
Source: Nu.nl economisch